terug
11-4-2008

India in de VN ondervraagd over 'kastelozen' en kinderarbeid


India is gisteren in de Mensenrechtenraad door veel landen ondervraagd over schendingen van de mensenrechten van Dalits ('kastelozen') en andere achtergestelde groepen. Dit gebeurde in het kader de nieuwe 'Universal Periodic Review' (UPR), het 'landenexamen' dat alle leden van de Raad moeten afleggen.

Nederland was een van de drie landen die tot taak hadden de UPR van India te begeleiden. Zelf vroeg Nederland onder meer wat India heeft gedaan met de aanbevelingen van de Anti-Discriminatie Commissie van de VN (CERD) die India vorig jaar maart scherp kritiseerde vanwege het "voortdurende geweld tegen en de segregatie van Dalits". Er zijn ongeveer 170 miljoen Dalits in India.

De Indiase regering antwoordde onder meer dat dit problemen zijn die nationaal moeten worden opgelost. In tegenstelling tot andere landen in de CERD vindt India overigens niet dat kastendiscriminatie onder het VN Anti-Discriminatie Verdrag valt.

Veel landen, waaronder Nederland, spraken India ook aan op het onderwerp kinderarbeid. Zo heeft India als een van de weinige landen nog steeds de beide verdragen tegen kinderarbeid (over de minimum leeftijd voor werk en over de ergste vormen van kinderarbeid) niet ondertekend. Duitsland vroeg wat India heeft gedaan om de huidige wet tegen kinderarbeid in de praktijk te brengen. Het zijn vooral kinderen van Dalits en tribale groepen - 80 miljoen in getal - die het slachtoffer zijn van kinderarbeid en kinderslavernij.

Dr. Umakant van de (Indiase) National Campaign on Dalit Human Rights zei over de Indiase reactie: "India heeft opnieuw een onwenselijke arrogantie en retoriek tentoon gespreid in de rapportage en discussie over haar mensenrechtenverplichtingen onder het VN systeem."

IDSN, NCDHR en IMADR pleiten er tenslotte voor dat de concept "VN Principes en Richtlijnen voor de bestrijding van discriminatie op basis van werk en afkomst" - de VN term voor kastendiscriminatie - zo snel mogelijk door de Mensenrechtenraad worden goedgekeurd. In totaal zijn circa 260 miljoen wereldwijd (vooral Zuid Azië, Japan en Afrika) het slachtoffer van deze vorm van discriminatie.


(zie ook persbericht IMADR/NCDHR/IDSN van 11-4-2008)




Landelijke India Werkgroep - 11 april 2008