Landelijke India Werkgroep
Rngelstalige  terug


Afzwakking van Indiaís kinderarbeidwet houdt veel gezinnen in armoedeval


(The Guardian, 18 mei 2015)


Een wijziging van de wet die werd opgesteld om kinderarbeid illegaal te maken zal miljoenen gemarginaliseerde kinderen eerder aan het werk zetten dan naar school brengen.


Een jongen in Dimapur, in de noordoostelijke deelstaat Nagaland, werkt in een autogarage. De Indiase regering wil toestaan dat kinderen jonger dan 14 in familiebedrijven werken. Foto: NurPhoto/Rex Shutterstock
door Rikke Nöhrlind en Gerard Oonk

De Indiase regering bezuinigt ernstig op de begrotingen voor de aanpak van discriminatie en voor het welzijn van de meest gemarginaliseerde mensen van het land. In een schromelijk tekortschietende aanpak wordt de wetgeving over kinderarbeid afgezwakt als middel om armoede te verlichten.

Een amendement op India's Child Labour Prohibition Act wil kinderen onder de 14 toestaan te werken in 'familiebedrijven", een eufemisme voor industrieŽn als tapijtweven, beediís (sigaretten) rollen en het polijsten van edelstenen. De nieuwe wet, opgesteld om alle vormen van kinderarbeid illegaal te maken, zal miljoenen kinderen eerder aan het werk zetten dan naar school brengen, met name kinderen van Dalits (degenen op de onderste trede van India's kastenstelsel), Adivasi (tribalen) en moslims.

India's Minister van Arbeid en Werkgelegenheid, Bandaru Dattatreya, betoogt dat de wetswijziging, onlangs door de centrale regering goedgekeurd, arme gezinnen zal helpen aan een inkomen en kinderen een "ondernemingszin" zal bijbrengen. Hij beweert ook dat kinderen zich alleen mogen bezighouden met werk dat hun opleiding niet belemmert.

Echter, het wijdverbreide falen om wetten in India af uit te voeren, betekent dat het toestaan van kinderarbeid, van welke aard dan ook, de vooruitgang te niet zal doen die geboekt is bij de kinderen van werk naar school krijgen. Ambtenaren doen al te weinig aangifte van kinderarbeid, en het afleggen van verantwoording zal er niet beter op worden als bepaalde vormen van kinderarbeid zijn toegestaan.

Het argument van de regering dat het toestaan van kinderen om te werken in het familiebedrijven gezinnen zal helpen armoede te overwinnen, wordt krachtig bestreden door vele deskundigen op het gebied van kinderarbeid, waaronder Nobelprijswinnaar voor de Vrede Kailash Satyarthi, die de wetswijziging bekritiseerde in een opiniestuk in de Times of India.

Er is geen bewijs dat kinderen toestaan om te werken armoede verlicht. Daarentegen zijn er wel aanwijzingen dat kinderen worden aangesteld in plaats van volwassenen, die vervolgens werkloos worden, omdat kinderen beter uit te buiten en te controleren zijn. Het veroordeelt kinderen, met name Dalit-kinderen, tot een leven van uitsluiting, discriminatie en laagbetaalde banen.

Kinderarbeid in India treft vooral kinderen van de laagste kasten, in het bijzonder Dalit-, Adivasi- en moslimkinderen. Ze worden vaak gedwongen om te werken vanwege de gemarginaliseerde status van hun familie en het gebrek aan alternatieven. Deze groepen zijn in het bijzonder kwetsbaar voor slavenhandel, een perspectief dat des te meer werkelijkheid wordt door kinderen te laten werken "in hun vrije tijd".

Onderwijs is de sleutel tot het doorbreken van armoede en buitensluiting. In India is de toegang tot onderwijs al ernstig beperkt voor groepen die slachtoffer zijn van discriminatie vanwege vooroordelen en armoede. Volgens Unicef, de kinderrechtenorganisatie van de VN, worden Dalit-meisjes in India geconfronteerd met het hoogste percentage uitsluiting van de lagere school en de hoogste schooluitval, een tendens die niet zal verminderen door kinderarbeid in hun vrije tijd te legitimeren.

Als de Indiase regering serieus de armoede wil terugdringen moet ze prioriteit geven aan de onderwijsbegroting en met wetgeving komen die gemarginaliseerde kinderen zal beschermen, en voor allen toegankelijke scholen cre&eumk;ren die een stimulans voor kinderen zijn om op school te blijven in plaats van school te verlaten om te werken.

De overheid moet ook de diepgewortelde structurele discriminatie aanpakken die de kern van het probleem is, en zorgen voor een opleiding voor meisjes en andere gemarginaliseerde kinderen. Dit vergt een directe en open aanpak van de kastendiscriminatie die het leven van 200 miljoen Dalits in India beïnvloedt.

Ondanks dat de overheid het proces om de kasten-, gender- en religieuze verschillen te overbruggen op papier steunt, is ze er niet in geslaagd hiervan een prioriteit te maken, en kwam ze onlangs met zware bezuinigingen op de onderwijsbegroting, waaronder 57% korting op de uitgaven bedoeld voor het welzijn en de scholing van Dalits en Adivasi.

Het bevorderen van het recht op onderwijs van gemarginaliseerde groepen in India moet een politieke, economische en sociale prioriteit worden als we serieus werk willen maken van bestrijding van armoede. De rechten in India eerbiedigen en het handhaven van Ďs lands wetgeving zou op zichzelf een aanzienlijke vooruitgang betekenen in de strijd tegen armoede en kinderarbeid.

In plaats daarvan zal de regering, met de voorgestelde wijziging van de nieuwe kinderarbeidswet in combinatie met de zware bezuinigingen op welzijn en onderwijs, miljoenen gemarginaliseerde kinderen van school naar werk duwen, waarmee hun gezinnen weer een generatie gevangen zullen zitten in een cyclus van armoede.


Rikke Nöhrlind is directeur van het International Dalit Solidarity Network (IDSN). Gerard Oonk is kinderarbeidexpert en directeur van de Landelijke India Werkgroep





Landelijke India Werkgroep - 23 mei 2015