terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: De Morgen, 5-2-2000      

Rugmark-label helpt kinderarbeid uit te bannen

Indiase tapijtindustrie onder druk van eigen staat en het Westen inzake kinderarbeid

door:
Ruben Mooijman
Het groene tapijt

Geen kinderarbeid, maar ook geen milieuvervuiling

De consument van de 21ste eeuw is erg veeleisend geworden. Producten moeten niet alleen mooi en duurzaam zijn, maar liefst ook ethisch verantwoord vervaardigd. Daar hoort de afwezigheid van kinderarbeid in het productieproces bij, alsook de zekerheid dat het milieu niet al te veel schade wordt toegebracht. Ook aan deze verzuchtingen komen importeurs van oosterse tapijten tegemoet. Benelux-Oriënt heeft bijvoorbeeld een serie tapijten onder de noemer 'Green Line'.
Je zou verwachten dat de handmatige productie in ambachtelijke ateliers in India en Nepal per definitie milieuvriendelijk zou zijn, maar dat is niet zo.
Directeur René Weytjens van Benelux-Oriënt: "Om een goede glans te krijgen worden de tapijten vaak bewerkt met chemische producten en daarna gewassen. Dat wassen gebeurt gewoon in de rivier." Het gevolg laat zich raden: vervuiling van de waterlopen. Geen kleinigheid in landen als India en Nepal waar baden en wassen in de rivieren nog doodnormaal is.
De Green Line-tapijten worden bewerkt met natuurlijke harsen, in een proces dat speciaal voor Weytjens is ontwikkeld door het Zwitserse bedrijf Knecht AG. Peperduur, niet alleen door de hogere loonkosten en de vereiste deskundigheid, maar ook door de douaneformaliteiten.
De tapIjten moeten namelijk om douanetechnische redenen eerst ingevoerd worden in de EU, daarna weer uitgeklaard worden naar Zwitserland en vervolgens opnieuw worden ingevoerd in de Unie.
In de Green Line-tapijten zitten geen chemische kleurstoffen. Ze worden gekleurd met natuurlijke producten. Sommige bevatten helemaal geen kleurstof en worden gewoon in hun natuurlijke wolkleur verkocht. Voor het inweven van patronen wordt de wol van zwarte schapen gebruikt.

Zelfs het allermooiste oosterse tapijt verliest zijn glans als je weet dat eraan gezwoegd is door kinderen. Maar nu zijn er tapijten met een lachend gezichtje, waar gegerandeerd geen kinderhandje aan te pas gekomen is.

'Bhadohi, India. Aan Harinarayans bestaan als kindslaaf is een einde gekomen. De dertienjarige jongen uit Uttar Pradesh, het centrum van de Indiase tapijtindustrie, gaat naar school en speelt in zijn vrije tijd met vrienden. Nog maar zes maanden geleden stond Harinarayans leven uitsluitend in het teken van werk. Twaalf uur per dag zat hij aan een weefgetouw, worstelend met tapijtdraden. Door het zware werk deed zijn lichaam pijn en bezeerde hij zijn handen. "Voor al die uren kreeg ik maar zeven roepies per dag", herinnert hij zich'.
Zo begint een verhaal van Times of India-journalist Mukul Sharma, waarin de lof gezongen wordt van Rugmark, een programma dat opgezet is om kinderarbeid in de Indiase en Nepalese tapijtindustrie aan banden te leggen. Het programma is erg succesvol. Vorige maand werd op de Domotex-tapijtenbeurs in het Duitse Hannover het anderhalfmjljoenste tapijt met een Rugmark-label uitgereikt. Het label is bedoeld als garantie dat aan het tapijt in kwestie geen kinderhanden hebben gewerkt.

Schuldslaven
De Rugmark Foundation ontstond in 1995 in India als een stichting die zich tot doel stelde een einde te maken aan de welig tierende kinderarbeid. Ruwe schattingen gaan ervan uit dat in het midden van de jaren negentig in de Indiase tapijtindustrie 300.000 tot 400.000 kinderen werkzaam waren. In veel gevallen ging het om zogenaamde bonded labour, waarbij kinderen als schuldslaven ingezet werden om financiële verplichtingen van hun ouders te helpen nakomen.
De Indiase Rugmark Foundation richtte zich in eerste instantie tot Duitse ngo's omdat Duitsland goed is voor ongeveer de helft van de afzet van oosterse tapijten. Bij organisaties als Terre des Hommes en Unicef werd al snel gehoor gevonden. Met steun van de Duitse overheid werden de importeurs en de detaillisten bij het project betrokken. In 1998 ging het systeem echt van start. Intussen zijn er ook in Nepal en Pakistan Rugmark-stichtingen.
Het Rugmark-stelsel is gebaseerd op het principe dat kinderarbeid alleen afgeschaft kan worden als er economische druk wordt uitgeoefend op de werkgevers van de kinderen. Die economische druk moet uit het Westen komen en dus moet aan de consument aldaar duidelijk gemaakt worden aan welke tapijten gegarandeerd geen kinderhanden gewerkt hebben. Dat gebeurt door middel van het Rugmark-label. Op de onderkant van een tapijt wordt een label genaaid dat het logo (een tapijt met een lachend gezichtje) en een nummer bevat. Dat nummer maakt het mogelijk om na te gaan waar het tapijt precies geknoopt is. De exporteurs die in aanmerking willen komen voor een Rugmark-licentie moeten hun productievestigingen laten inspecteren door erkende controleurs. Als die toch kinderarbeid vaststellen volgen er waarschuwingen en komt er desnoods intrekking van de licentie. Het hele


Het bestaan van twee systemen voor het tegengaan van kinderarbeid in de Indiase tapijtweverij belemmert efficiëntie

programma wordt gefinancierd met bijdragen van exporteurs en importeurs. Met die bijdragen worden de controles betaald, alsook projecten voor onderwijs voor en rehabilitatie van kinderen. Momenteel heeft Rugmark een zestal van die projecten opgezet.
Het systeem staat of valt natuurlijk met de medewerking van de detailhandel. In Duitsland lukt dat. Heel wat grote ketens, zoals Karstadt en Hertie, verkopen tapijten met het Rugmark-label. In Nederland doen Carpetland en Roobol dat. In België laten de grote tapijtverkopers het voorlopig afweten. Nochtans is ook de Belgische tapijtimporteur Benelux-Oriënt uit Genk lid van het Rugmark-programma. Het bedrijf levert ondermeer aan Carpetland, maar de tapijten dragen nog niet het Rugmark-label. Daar zou, als alles goed gaat wel verandering in moeten komen. Onder meer de India Werkgroep Vlaanderen werkt er hard aan om het Rugmark-label ook in Vlaanderen ingang te doen vinden. "We hopen in het najaar iets te kunnen aankondigen", zegt Lieve De Brabandere van de werkgroep. Een hinderpaal voor het grootscheeps doorbreken van het Rugmark-label is het bestaan van een concurrerend systeem, Care & Fair genaamd. Ook dit systeem werkt met labels (twee lachende kindjes op een tapijt), hoewel die geen kinderloze productie garanderen. Terwijl Rugmark ontstaan is vanuit de ngo-wereld, is Care & Fair een initiatief van de tapijtindustrie zelf. Dat is meer bepaald genomen door het Bundesverband der Oriëntteppich Importeure (BVOI) dat het Care & Fair-programma in het leven heeft geroepen. Ook René Weytjens, directeur van Benelux-Oriënt, is lid van deze Duitse beroepsorganisatie. Behalve Rugmark ondersteunt hij ook dit programma.
"Care & Fair is eigenlijk opgezet om de initiatieven van de importeurs te overkoepelen ", zegt Weytjens. "Ook wij hadden initiatieven genomen om ervoor te zorgen dat onze partners in Nepal geen kinderen aan het werk zouden zetten. We hadden een schooltje en een nursery opgezet. Twee maal per jaar vloog een dokter op onze kosten naar Nepal en onderzocht de kinderen. De meeste importeurs hadden wel zo'n project lopen. Maar het is natuurlijk beter om er een groot geheel van te maken."
"Care & Fair hanteert een andere aanpak dan Rugmark. Er worden geen controles uitgevoerd. De organisatie kiest niet voor repressieve aanpak en wil kinderarbeid tegengaan door alternatieven te bieden in de vorm van scholen en sociale initiatieven. Care & Fair vindt dat het geld voor de controles en de administratie beter aan concrete projecten besteed kan worden. Volgens veel importeurs zijn de controles van

Rugmark in cijfers


India
Nepal
aantal ontdekte gevallen van kinderarbeid tot op heden
1.273
347
kinderen in Rugmark-scholen
983
-
kinderen herenigd met ouders
-
150
kinderen in Rugmark-rehabilitatiecentra
61
188
geëxporteerde tapijten met label
1.508.846
118.199
exporteurs met licentie
214
95
aantal inspecties
54.772
10.518
aantal inspecteurs
17
4
Rugmark niet realistisch. De tapijtindustrie is zo'n ondoorzichtig geheel dat het onmogelijk is elke knoopstoelte controleren.
Dat het systeem niet waterdicht is, blijkt uit de resultaten. In de paar jaar dat de Rugmark-inspecteurs actief zijn hebben ze bij de licentiehouders niet minder dan 1.600 gevallen van kinderarbeid geconstateerd. Een cijfer dat het aantal kinderen op een Rugmark-schooltje ruimschoots overtreft.
Ook Gerard Oonk, die zich namens de Landelijke India Werkgroep in Nederland met Rugmark bezighoudt, erkent dat het systeem niet honderd procent sluitend is. "Maar het is wel zo dat de kinderarbeid er sterk door is teruggedrongen. Cijfers daarover bestaan helaas niet. Maar verschillende rapporten, onder andere van het Amerikaanse Labor Department, wijzen daarop. Terwijl de eerste studie die het tegendeel bewijst het licht nog moet zien."
Oonk vindt het Care & Fair-systeem een "makkelijke uitweg" voor de tapijtindustrie. Alleen geld ter beschikking stellen en niet controleren, vindt hij onvoldoende. Het gaat er niet alleen om dat je iets goeds doet, maar ook dat je normen stelt en er sancties aan verbindt."

Inkomensverlies
Dat het verdwijnen van kinderarbeid en het bijbehorende inkomen gezinnen nog dieper in de armoede zou doen wegzinken, zoals sommige critici opwerpen, betwisten zowel Oonk als Weytjens. "Ouders laten hun kinderen vaak werken omdat er geen alternatief is. Zodra er scholen komen worden de kinderen daar wel heen gestuurd. Het eventuele inkomensverlies nemen ze dan voor lief", zegt Oonk. Weytjens: "Scholing en vorming van de kinderen is vooral voor boeddhisten erg belangrijk. Het kind neemt bij hen een erg belangrijke plaats in. En een kind levert slechte arbeid, in tegenstelling tot wat men vaak denkt."
De grote verdienste van zowel Rugmark als Care & Fair is dat ze een bewustmakingsproces op gang hebben gebracht. Weytjens: "Zowel Rugmark als Care & Fair hebben voor een enorme bewustwording gezorgd. Dat leidt tot druk op de werkgevers en de officiële instanties om iets aan de toestand te doen. Die mentaliteitsverandering is erg belangrijk".



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 18 juni 2003