terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Handelskrant, april 2000      

Voetbal 2000

Kinderarbeid: de regels en het spel

Twee jaar geleden werd de Fair Trade voetbal geïntroduceerd, een gegarandeerd kinderarbeidvrije bal. Is zo'n 'protestbal' tegen kinderarbeid nog steeds nodig? Een Fair Trade-delegatie ging begin dit jaar op onderzoek in Pakistan, het land waar 73% van de wereldproductie van voetballen vandaan komt. Een paar maanden daarvoor bezocht Gerard Oonk het voetbalproductiegebied in Noord-India, dat goed is voor ruim twee procent van de wereldproductie. Het onderwerp van beide reizen kwam overeen: hoe staat het met de kinderarbeid bij het handmatig stikken van de voetballen?

Het maken van voetballen kent een merkwaardige mix van hightech fabriekswerk en van handwerk in eenvoudige werkplaatsen of in de woonkamer thuis. Als je zo'n ronde bal ziet, kun je niet bedenken hoeveel handelingen er nodig zijn om tot het kwaliteitsproduct te komen dat de toets der kritiek van de duizenden voetbalclubs over de hele wereld kan doorstaan. Voordat de 32 panelen - nodig voor de productie van een voetbal - de fabriek verlaten zijn er al honderden handen bezig geweest met de fabricage: het voorbereiden van de grondstof (kunstleer, polyester met een katoenen voering), het stansen en bedrukken van de panelen aan de hand van een computerontwerp, het bevestigen van de binnenbal en ventiel aan één van de panelen, en het maken van pakketjes voor degenen die buiten de fabriek de panelen aan elkaar stikken. En daar begonnen tot voor kort de problemen. Werken in de fabrieken uitsluitend volwassenen, bij het stikken van de ballen was tot een aantal jaren geleden kinderarbeid de normaalste zaak van de wereld. De stikopdrachten gingen naar contractors, tussenhandelaren, die - meestal via subcontractors - de orders uitzetten bij duizenden huisstikkers in dorpen rond de fabrieksstad Sialkot. Vrouwen, mannen, kinderen, elke hand hielp mee de order te af te maken en wat te verdienen, vaak als aanvulling op wat het land of de melk van de buffels opbracht. Totdat, in 1996, de publieke verontwaardiging in vooral de VS over kinderarbeid verandering bracht in het productiesysteem: kinderarbeid moest zo snel mogelijk worden afgeschaft, en dat kon alleen maar als de thuisproductie verboden werd. Vele Pakistaanse en internationale organisaties van diverse pluimage sloten in 1997 in het Amerikaanse Atlanta een overeenkomst om kinderarbeid uit te bannen; een gigantische operatie, die er voor moest zorgen dat de productie verhuisde naar controleerbare werkplaatsen en dat de kinderen naar school konden. De Internationale Arbeids Organisatie (ILO) in Sialkot kreeg de opdracht het hele proces te begeleiden en te controleren.

Pakistan telt 35 tot 40 miljoen kinderen. Elf miljoen gaan niet naar school. Twaalf miljoen 'drop-outs' verlieten de school voortijdig. Dat betekent dat 65% van de kinderen niet of nauwelijks onderwijs heeft genoten. Ontwikkelingsorganisaties proberen het bedroevende onderwijsniveau te verbeteren door cursussen aan te bieden aan onderwijzers en onderwijzeressen.
(foto: Hester Stafleu)
 

Stukloon: kan 't niet wat hoger?

In een land als Nederland wil het nogal eens regenen, weten ze ook in Pakistan. In het fabriekslaboratorium staat dus een waterproof resistance testmachine: een bal in een emmer water wordt elke seconde mechanisch ingedrukt, urenlang. Daarnaast staat een shooting test machine, een apparaat waarin een testbal 4800x automatisch wordt weggetrapt. De functie van de bladder nozzle test machine is mij even ontgaan.

Er wordt nogal wat gevraagd van de vaardigheid van voetbalstikkers die deze trapvaste en waterdichte bal moeten zien te fabriceren. Erg hoog in aanzien staat het beroep desondanks niet. Ik vraag aan een aantal mannen in een werkplaats of hun zonen ook voetbalstikker moeten worden. 'Zeker niet' luidt het eenstemmige antwoord, 'die moeten naar school om later een échte baan te krijgen'. Wat mankeert er aan het stikken van voetballen? 'Je kunt het maar tot je veertigste, vijfenveertigste doen, daarna heb je onvoldoende kracht en kun je het precisiewerk niet meer zien. En dan blijkt dat je geen ander vak hebt geleerd en zit je zonder inkomen.' Gelukkig hebben ze net een grote order gekregen voor Nederlandse voetballen, dus goedgeluimd gaan de vaak jonge mannen, die vlak bij elkaar in de slecht verlichte ruimte zitten, verder met hun stikwerk. Dertig Roepies, ƒ 1,25 krijgen ze per bal. Op hoeveel vinden ze dat ze recht hebben? 'Vijftig Roepies'. En wat zouden ze met de meerprijs doen? 'Meteen ophouden met voetbal', lachen er een paar, 'en een eigen bedrijf beginnen'. Een aantal zegt dat ze dan eindelijk de tekorten in de huishoudportemonnee kunnen aanvullen.
Vrouwen krijgen in de praktijk vaak minder betaald, merken we als we vrouwenwerkplaatsen bezoeken. In het dorp Trigri - een dorp met een prachtige moskee, waarop het plein ervoor zojuist een vrachtwagen vol met ballen wordt geladen voor een grote bestelling uit Nederland - vertellen een paar thuis werkende meiden van 15 en 18 jaar dat ze 25 roepies per bal krijgen, vijf minder dan de mannen. Zelf vinden ze het
Stand van zaken
  • 63 voetbalfabrikanten in Sialkot, goed voor 85% van de Pakistaanse productie, tekenden inmiddels de Atlanta-overeenkomst.
  • Van 49 van hen weet ILO zeker dat ze hun productie hebben verplaatst naar werkplaatsen. Deze werkplaatsen worden regelmatig gecontroleerd door ILO; kinderarbeid wordt er nauwelijks meer aangetroffen.
  • Een aantal organisaties, onder andere Unicef, is bezig het vaak bedroevend slechte niveau van het overheidsonderwijs op te vijzelen en kinderen op deze scholen te krijgen.
  • Ruim honderdvijftig informele scholen werden opgericht om de voetbalstikkertjes minimaal een aantal uren per dag les te geven.
  • Het aantal kinderen dat fulltime voetballen stikt, is teruggebracht tot enkele duizenden. Precieze aantallen zijn niet bekend: de organisatie Save the Children is nog bezig met een uitgebreid onderzoek.
  • Waar zijn de kinderen gebleven die niet (meer) naar school gaan? Vermoedens zijn er wel, cijfers nog niet. Voor deze kinderen gebeurt er vooralsnog weinig (zie hieronder: "Waar zijn de kinderen?").
  • Veel vrouwen werden werkloos. Aanvankelijk werden er grotere werkplaatsen opgericht waar uitsluitend mannen werken; vrouwen en mannen in Pakistan werken gescheiden, en vrouwen is het veelal niet toegestaan buiten hun dorp te reizen. Een aantal fabrieken startte inmiddels vrouwenwerkplaatsen in dorpen en ILO staat nu toe ook thuiswerkplaatsen van minimaal drie vrouwen te laten registreren.
  • Niet onbelangrijk: kinderarbeid, en het recht van kinderen om naar school te gaan, is in een paar jaar een gepreksonderwerp geworden: iedereen, tot in de kleinste dorpen, praat erover.
  • Hogere lonen (stikkers worden per bal betaald) vormen geen onderdeel van de Atlanta Agreement.
De beste keus: Fair Trade
  • Hogere lonen zijn wél een belangrijk bestanddeel van de Fair Trade voetbal. Fair Trade betaalt verreweg de hoogste stuklonen, gebaseerd op een berekening van de dagelijkse behoeftes van de stikkers en stiksters, waarbij de kinderen naar school kunnen: gemiddeld 13 Roepies, circa 55 cent, méér per bal dan gebruikelijk.
  • Fair Trade's partnerfabriek in Pakistan, Talon Sports zorgt - hiertoe deels in staat gesteld door de meerprijs van de Europese Fair Trade organisaties - voor extra werkgelegenheid. Dat doet ze:
    • via het oprichten van stikcentra waar uitsluitend vrouwen werken, met een crèche annex opstapschooltje waar de kleintjes de eerste beginselen van lezen en schrijven wordt bijgebracht. De vrouwencentra krijgen een voorkeursbehandeling bij het verdelen van de orders. Talon verstrekt studiebeurzen om vrouwen op te leiden tot manager.
    • via een leningenprogramma, waarbij voetbalstikkers en -stiksters gunstige leningen kunnen krijgen voor investeringen in een extra familie-inkomen: een winkeltje, een waterpomp voor de rijstoogst, een motorriksja, een 'tonga' (paard-en-wagen) of een tractor.
    • door het oprichten van een naaiatelier voor vrouwen in het dorp Hundal, waar nu - na een training van een paar maanden - een deel van de professionele Talon-sportkleding wordt gemaakt. Dit in het kader van een dorpsontwikkelingsprogramma waarin Talon een voortrekkersrol vervult.
  • Tenslotte wordt een deel van de meerpijs van Fair Trade besteed aan medische zorg voor medewerkers van Talon en aan het verbeteren van de arbeidsomstandigheden.
  • Talon drukt ons op het hart als belangrijkste argument de uitstekende kwaliteit van de Fair Trade ballen te vermelden. Bij deze!
geen probleem, zolang ze maar niet van huis hoeven om te werken. Wij wel, per slot van rekening is dit een officieel door de ILO geregis- treerde thuiswerkplaats, en na een tijdje doorvragen snappen we hoe het zit. De subcontractor, die meestal te vinden is bij het grotere mannencentrum heeft geen tijd om de kleinere vrouwenwerkplaatsen te bezoeken, zegt hij. Hij heeft een sub-subcontractor aangesteld om een aantal dorpen voor hem af te gaan en die vraagt 5 Roepies per bal. Kassa!

Dagloon niet genoeg

De Pakistaanse priester Morris Jalal, die zich veel bekommert om kinderen in de voetbalsector, heeft berekend wat de dagelijkse kosten zijn van een gezin. Een gemiddeld gezin van 7 personen - we hebben gemerkt dat in de dorpen family planning wel veel gespreksstof oplevert, maar nog weinig daden - is 120 Rs. per dag kwijt aan basiskosten, en dan is er nog maar ééns in de maand vlees bij de rijstmaaltijd. Eén dagloon van 105 Rs. (het stikken van 3,5 ballen à Rs.30) is dus niet genoeg om je gezin te voeden. En als je dan geen stuk land of wat vee hebt, is het wel erg verleidelijk om je zoon op een baantje af te sturen. Als ik Father Morris vraag wat een redelijke betaling zou zijn voor stikken, komt hij in de buurt van de Fair Trade prijzen: een goede kwaliteit wedstrijdbal zou in zijn ogen 50 Roepies (Fair Trade betaalt 47) moeten opleveren.
We bespreken dit met de lokale manager van de Pakistaanse Adidas-vestiging Javaid Akhtar, een beminnelijk man die - voor een groot deel terecht - trots is op de sociale bedrijfsvoering van het bedrijf. Hoewel ze meer betalen dan anderen (de goedkoopste bal levert 31,50 Rs. op voor de stikker) is het beneden de Fair Trade prijs. Hij blijkt hiervan precies op de hoogte: weet dat Fair Trade contact heeft met het bedrijf Talon en tovert een staatje met onze prijzen te voorschijn. Is het, gezien de internationale winsten die Adidas maakt, nou echt niet mogelijk om de stikkers meer te betalen, vragen we hem? Over de internationale winsten kan hij niet meepraten, hij weet alleen dat een gemiddelde bal voor $4,- het land verlaat, en hij haalt z'n rekenmachine er bij om te kijken of er nog ruimte zit. Het probleem is dat bedrijven niet alleen te maken hebben met nationale prijsconcurrentie maar ook met toenemende concurrentie vanuit China, die het afgelopen jaar voor een productieterugval in Pakistan heeft gezorgd van zo'n 12%. Jaivad zegt desondanks toe een en ander met zijn bedrijf te bespreken.
'Wanneer wordt de beloning onderdeel van de Atlanta Agreement?' leggen we voor aan ILO. 'Nooit' zegt de coördinator, 'nog niet' zegt de projectverantwoordelijke. Voorlopig kun je, als sociaal geïnteresseerde importeur, bij ILO uitsluitend antwoord krijgen op de vraag of het bedrijf dat je op het oog hebt de Atlanta Agreement heeft ondertekend en of ze de controles goed hebben doorstaan. 'Als je meer wilt weten moet je bij het bedrijf zelf zijn'. En wie zegt mij vervolgens dat de mooie verhalen van de fabrikant op waarheid berusten, wie controleert dat? 'Niemand'. Een gemiste kans voor de deelnemers van het Atlanta Agreement, inclusief ILO. Wat Fair Trade betreft maakt een hogere beloning voor stikkers en stiksters - vastgelegd in een gedragscode - pas écht een begin aan economische vooruitgang.

Waar zijn de kinderen?

Armoede blijkt in Sialkot, de regio waar de voetballen worden gemaakt, niet altijd de belangrijkste factor waarom kinderen niet naar de 'gewone' lagere school gaan. Minstens zo belangrijk is, dat ouders vaak het belang er niet van inzien. En dat kun je je voorstellen, als je merkt dat je kind z'n schooltijd vooral lanterfantend doorbrengt, als boeken en onderwijzers ontbreken of als de kinderen het slachtoffer zijn van geweld op school. Bovendien ontbreekt beroepsonderwijs vrijwel; het geleerde op school sluit niet aan op enig beroepsperspectief voor de kinderen. De vele informele schooltjes die opgericht worden, bieden enig soulaas; een aantal organisaties richt zich op het verbeteren van het 'gewone' onderwijs. Waarbij ze in het gat springen dat de overheid laat liggen; weinigen spreken de overheid aan op háár verantwoordelijkheid.

Aan het eind van de dag zitten de belangrijke mannen van het dorp in een grote kring onder de bomen, vlakbij de begraafplaats. De ronkelende waterpijp gaat rond. Het onderwerp is een waterpomp voor de school en wij zijn door de plaatselijke jongerenwerker uitgenodigd deze vergadering bij te wonen. Het dorpshoofd neemt het woord voor een lange en felle monoloog. We verstaan het Urdu niet, maar het is duidelijk dat hij behoorlijk kwaad is. Ons gezelschap (we worden vandaag begeleid

Voetbalstikster Rukhsana Syed - hier in gesprek met Hester Stafleu - gaat binnenkort studeren: Talon Sports betaalde het inschrijfgeld voor een hogere-school-opleiding. Of Rukhsana inderdaad de manager zal worden waarop Talon hoopt is de vraag: ze is vastbesloten arts te worden (foto: Inge op ten Berg).
door Unicef) staat uiteindelijk op van de zitmatten, doet de schoenen weer aan, en wij volgen. Naar de auto, met de dorpsjeugd pratend en lachend achter ons aan.
Het dorp Dhuddianbali staat bekend om z'n badminton-shuttle fabricage, huis aan huis in slecht verlichte workshops, waar we meer kinderen dan volwassenen met rappe vingers zien werken aan de wedstrijdshuttles, gemaakt van eendeveren en kurk. Smoezelige kinderen, in de wonderlijkste tweedehandskleding, staren ons in de smalle dorpsstraat met grote ogen aan. Tijdens de vergadering zijn we door de jongerenwerker, die tot taak heeft zoveel mogelijk kinderen op school te krijgen, geïntroduceerd als een Nederlandse delegatie die is geïnteresseerd is in het uitbannen van kinderarbeid. Dat blijkt in het verkeerde keelgat te schieten. Wij hebben makkelijk praten in een rijk land als Holland, maar zij zijn arm. En bovendien, op de overheidsschool leren die kinderen niets. Onze Unicef begeleider Azhar Khan, in mijn ogen een wijs man, zegt dat het dorpshoofd hierin geen ongelijk heeft. Er zijn gevallen bekend van kinderen die vier jaar lang op de lagere school zitten en nog niet eens hun naam in het Urdu kunnen schrijven. Een ander dorp, Najwar. We bezoeken een informele school, opgericht voor kinderen die voorheen thuis voetballen stikten, maar ook de jongere broertjes en zusjes zijn welkom, en zelfs kinderen die niets met voetbalproductie te maken hebben. 35 jongens en meisjes tussen de 6 en 14 jaar leren hier lezen en schrijven. Het is een vrolijke klas en ik ben onder de indruk hoe snel een aantal meiden en jongens, nu en dan geholpen door hun klasgenoten, in de anderhalf jaar dat ze nu op deze school zitten uit hun boek kunnen voorlezen. Dit soort scholen kent echter een groot uitval probleem. Vijftien kinderen hebben in de loop van het jaar de school verlaten en we zoeken er een paar thuis op. Safdar, 13 jaar en oudste meisje van het gezin, werd een half jaar geleden, na het overlijden van haar vader, van school gehaald. In haar huis wordt volop voetballen gestikt door een stuk of tien vrouwen en meisjes, en een pruilende schooljongen die aan het stikken is gezet
Plussen en minnen van het
Atlanta Agreement

Bij het voetbalstikken wordt kinderarbeid in Pakistan in een rap tempo teruggedrongen. Een deel van de kinderen gaat nu naar speciaal opgerichte scholen, al is het soms maar voor een paar uur per dag. Een prestatie, bereikt in een paar jaar, waarvoor je bewondering kunt hebben. Een enorme blunder uit de beginperiode, het in de praktijk uitsluiten van vrouwen in stikcentra, werd deels hersteld.

De minpunten zijn echter groot. Het moest allemaal te snel. Het verbieden van kinderarbeid kreeg voorrang boven het verhogen van het familie-inkomen, en boven het verbeteren van het schoolsysteem. Inderhaast opgerichte informele scholen functioneren onvoldoende. Kinderen 'verdwenen', zochten ander werk of hangen wat rond. De organisaties achter het Atlanta Agreement proberen fouten te herstellen. Beleid rond twee kernpunten blijft echter achterwege: een hogere beloning voor stikkers en stiksters, en pressie op de overheid het schoolbudget aanzienlijk te verhogen.
foto: Hester Stafleu

omdat hij toch maar zijn tijd aan het verdoen was met vliegeren. In deze niet-geregistreerde werkplaats stikt Safdar vier ballen per dag, aan de opdruk te zien bestemd voor Hongarije. Twee jongere zusjes van Safdar, nu ook bezig met het stikken van ballen, zagen we vanochtend al in de klas. Hoe vindt Safdar dat, dat haar zusjes en broers naar school kunnen dank zij haar financiële bijdrage? Zij zou ook liever naar school gaan, maar de situatie is niet anders. Niet alle uitvallers uit de klas blijken overigens voetballen te stikken: sommigen borduren (de meiden) of werken in werkplaatsen waar medische instrumenten worden gemaakt (jongens). Elders werken kinderen in (thee)winkeltjes, als kaartjesverkoper voor riksja-taxi's, in goedkope hotels of repareren ze motoren en electrische producten, of samen met hun ouders in de wegenbouw, waar je de kleinste kinderen met zakken aarde ziet sjouwen.

Hester Stafleu

In India nog geen 'schone voetballen'

Moeder en dochter verdienen samen voor een twaalfurige dag voetballen stikken minder dan twee gulden. Officieel is het minimumloon per dag ruim drie gulden per persoon. 'Dat is het algemene beeld' zegt Mr. Jai Singh van de organisatie Volunteers for Social Justice. Samen met hem breng ik een bezoek aan enkele stadswijken en dorpen in de 'sportgoederenregio' van de Indiase deelstaat Punjab.

Na de opdeling van India en Pakistan in 1947 verhuisden veel hindoe-ambachtslieden van de nabijgelegen Pakistaanse stad Sialkot naar het Indiase Jalandhar. Jalandhar is nu het centrum van de Indiase sportgoederenindustrie. Na Pakistan en China is India een belangrijke 'voetballenleverancier' van westerse bedrijven. We zien diverse kinderen - naar schatting tussen de 10 en 15 jaar oud - thuis ballen stikken. 'Het is een slappe tijd, dus er werken relatief weinig kinderen' vertelt Jai Singh. De mensen die we bezoeken bevestigen dat. Een oude vrouw laat weten: 'Als er genoeg werk is dan werkt iedereen mee', terwijl ze met uitgestrekte arm op 'kind hoogte' aangeeft dat dan ook kleine kinderen meewerken. Maar blijkbaar is ook nu genoeg te verbergen. Nadat we met een 'contractor' hebben gesproken die opdrachten van de exporteurs in de dorpen uitzet, zien we de man in een volgend dorp op zijn scooter rondrijden. Hij waarschuwt mensen voor onze komst. Overal zien we deuren dichtgaan.
Volgens een recent onderzoek, gesponsord door de ILO (International Labour Organisation) en een Indiase werkgeversorganisatie, werken ongeveer 10.000 kinderen (sommigen spreken van 30.000) in de sportgoederenindustrie van Jalandhar en omgeving. De meesten werken part-time naast school, maar ongeveer 1350 kinderen doen het werk full-time. Veel stikkers van ballen doen het werk naast hun werk als landarbeid(st)er. Meestal zijn het 'kastelozen' of Dalits, zoals ze zichzelf noemen.
De productie is inmiddels uitgewaaierd naar districten. Zo bezoeken we de stad Batala en omgeving waar India's grootste exporteur van voetballen, Mayor & Company, veel voetballen laat produceren. In de wijk Gandhi Camp lijkt bijna iederen ballen te stikken. We zien volwassenen en enkele kinderen aan het werk. Maar omdat er nu weinig werk is, liggen in veel huizen alleen wat losse stukken van ballen en de 'klem' waarmee de ballen tijdens het stikken bij elkaar wordt gehouden.

'Met de lonen niks mis'

Enkele jaren geleden heeft SACCS - de Zuid-Aziatische Coalitie tegen Kinderarbeid - de kinderarbeid in de Indiase sportgoederenindustrie aan de kaak gesteld. Na een onthullend rapport dat uitgebreid de media haalde, leken de exporteurs bereid om actie te ondernemen. In navolging van Pakistan zou een stichting worden opgezet met een inspectiesysteem en onderwijs voor de kinderen. De exporteursorganisatie is echter weinig enthousiast over deelname van SACCS. Op het laatste moment ging de hele zaak helemaal niet door omdat ook de Indiase regering medewerking weigerde.
Inmiddels is toch een stichting - de Sport Goods Foundation - opgezet met alleen exporteurs in het bestuur. Volgens de nieuwe directeur van de stichting gaat een onafhankelijk internationaal bureau de inspectie doen en is er een plan voor de rehabilitatie en scholing van de kinderen. De directeur blijkt in een gesprek een merkwaardige kijk op de zaak te hebben. Met de lonen is volgens hem niks mis, die liggen op of boven het minimumloon. Men laat ook alleen controleren in en rond Jalandhar. Van productie elders is hem niks bekend. Ook meent hij dat kinderen alleen betrokken zijn bij het stikken van opblaasbare ballen. Het beleid in Jalandhar kan nog niet tippen aan dat in Sialkot.

Gerard Oonk

Coördinator Landelijke India Werkgroep




terug

pagina VERANTWOORD ONDERNEMEN

begin document

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 13 oktober 2004