terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Reformatorisch Dagblad, 24-9-2002      

VN veroordelen mondiale kastendiscriminatie

Nederland en Europa nu aan zet in bestrijding apartheid

door:
Gerard Oonk

Een jaar na de Wereld Racisme Conferentie is alsnog een doorbraak bereikt in de strijd tegen kastendiscriminatie, aldus Gerard Oonk. Recent spraken de Verenigde Naties zich volmondig uit tegen de wereldwijde apartheid op basis van afkomst. Nu is het volgens Oonk de beurt aan Nederland en de EU om de discriminatie en achterstelling van kastelozen met concreet beleid te bestrijden.

Vorig jaar september vond in Zuid-Afrika de Wereld Racisme Conferentie plaats. Bij die gelegenheid liet toenmalig minister Van Boxtel, als leider van de Nederlandse delegatie, nog openhartig weten dat hij de "dalits" (kastelozen) niet kon noemen, aangezien dat tot een diplomatieke rel met India zou leiden. In de slottekst van dezelfde conferentie werd zelfs een zwakke passage geschrapt die „discriminatie op basis van werk en afkomst" veroordeelde.

Nu, een jaar later, hebben de Verenigde Naties de discriminatie van 260 miljoen kastelozen en anderen die op basis van hun afkomst worden achtergesteld alsnog volmondig erkend én veroordeeld. In een gezaghebbende interpretatie -in VN-jargon een "algemene aanbeveling"- van het Verdrag tegen Rassendiscriminatie heeft het VN-comité dat de uitvoering van dit verdrag controleert, bepaald dat regeringen een reeks van maatregelen moeten nemen om kastendiscriminatie te bestrijden. De VN-uitspraak is mede het resultaat van een wereldwijde campagne van niet-gouvernementele organisaties die samenwerken in het International Dalit Solidarity Network, waar onder meer de Landelijke India Werkgroep deel van uitmaakt.

Wereldwijd fenomeen
Dat een algemene aanbeveling van deze strekking het nu toch heeft gehaald binnen de VN, is echter vooral te danken aan getuigen uit een tiental landen. Zij wisten aan het VN-comité duidelijk te maken dat discriminatie op basis van afkomst een wereldwijd fenomeen is. Niet alleen de ruim 160 miljoen Indiase dalits lijden onder 'afkomstdiscriminatie', maar ook naar schatting 100 miljoen mensen uit andere landen, waaronder Japan en een reeks landen in Afrika. Het gaat onder meer om de Burakumin in Japan, op wie wordt neergekeken, de Osu in Nigeria, die als ex-slaven voor de 'vrijgeborenen' nog steeds onaanraakbaar zijn en de lagere kasten in de Indiase gemeenschap van Kenia, die lijden onder vernedering en achterstelling.

En natuurlijk waren er tal van schrijnende getuigenissen uit India, Sri Lanka en Nepal. Daarin kwam uitgebreid de vaak driedubbele discriminatie van dalit-vrouwen aan bod: als vrouw, als dalit en als rechteloze arbeidster. In India worden nog steeds duizenden dalit-vrouwen als "dienaressen van God" gedwongen tot tempelprostitutie. Ondanks -en soms juist door- een sterker wordende beweging voor de mensenrechten van dalits in India, melden kranten bijna elke dag moorden op en sociale boycots van dalits die hun rechten opeisen. Het zijn veelal dalits die slavenarbeid verrichten en hun kinderen die werken in plaats van naar school te gaan. Zelfs de Indiase procureur-generaal Sorabjee -lid van het VN-comité- gaf toe dat van de wetten en programma's ter bescherming van dalits vaak „nul procent wordt uitgevoerd."

De uitspraak van het VN-comité lijkt wellicht niet meer dan een nieuwe toevoeging aan de wereldwijde lijst van goede voornemens. Toch valt te verwachten dat de druk op 'probleemlanden' zal toenemen om de misstanden krachtiger aan te pakken. Elk land moet nu aan het VN-comité tegen rassendiscriminatie rapporteren hoe groot het probleem is en wat ertegen wordt gedaan. Ook in de VN-verdragscomités voor onder meer kinderrechten, vrouwenrechten en politieke, economische en sociale rechten zullen regeringen nadrukkelijker worden aangesproken op kasten- en andere vormen van afkomstdiscriminatie. En het belangrijkste: de uitspraak van de VN heeft dalit-organisaties nieuwe moed gegeven om zelf de strijd aan te binden tegen vernedering, discriminatie en achterstelling.

Nederlands en EU-beleid
Op basis van de VN-uitspraak zijn nu ook Nederland en de Europese Unie verplicht om actief te gaan optreden. De belangrijkste bijdrage die Nederland, de EU en andere westerse mogendheden kunnen leveren zou ongetwijfeld zijn om in alle relaties met landen waar afkomstdiscriminatie zich voordoet, bestrijding daarvan tot onderdeel van beleid te maken. Natuurlijk kan het dan niet anders of ook Nederland en Europa worden aangesproken op hun eigen discriminatieproblemen, maar een dergelijke wederkerigheid is een goede basis voor een vruchtbare dialoog.

In het kader van de Europese politieke en mensenrechtendialoog met een aantal Zuid-Aziatische en Afrikaanse landen zou kastendiscriminatie eindelijk eens prominent aan de orde moeten worden gesteld. En in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen mag de regering van ondernemingen verwachten dat zij ook kastendiscriminatie vermijden en proberen te bestrijden.

Daarnaast zouden de Europese Unie en Nederland in hun ontwikkelingssamenwerkingsbeleid eens goed moeten nagaan of zij niet direct of indirect bijdragen aan kastendiscriminatie, bijvoorbeeld doordat kastelozen worden buitengesloten van voorzieningen als onderwijs, gezondheidszorg en schoon drinkwater. Na de aardbeving in het Indiase Gujarat bleek bijvoorbeeld dat veel hulpverlening verre van 'kastenneutraal' was. Daarnaast zouden de ministers van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking vanuit de doelstellingen "armoedebestrijding" en "bevordering van mensenrechten" maximaal bij moeten dragen aan het bestrijden van de huidige mensonterende vormen van kastendiscriminatie en andere vormen van discriminatie in Azië en Afrika.

In december 2001 en maart 2002 heeft de campagne "wereldburgers.nl", ondersteund door bijna zeventig maatschappelijke organisaties, er in brieven bij de regering op aangedrongen om kastendiscriminatie tot speerpunt van beleid te maken en te komen met een beleidsnotitie. Helaas zonder resultaat, wellicht ook vanwege de aandacht die in die periode vooral uitging naar de dreigende kernoorlog tussen India en Pakistan.

Op minister De Hoop Scheffer (Buitenlandse Zaken) en staatssecretaris Van Aardenne (Ontwikkelingssamenwerking) rust nu de taak om te laten zien dat ze vooral het onderwerp, maar ook het Nederlandse maatschappelijk middenveld werkelijk serieus nemen. Wellicht ligt er dan over enige tijd een samenhangend plan, ook in Europees verband, om krachtig de mondiale apartheid te bestrijden, die niet alleen India, maar ook tal van andere landen teistert.

De auteur is coördinator Landelijke India Werkgroep.



terug/back

LIW IN 'T NIEUWS

Dalits

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 25 september 2002