terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: NRC Handelsblad, 5-5-2003      

Schuldslavernij in Indiase katoenzaadindustrie

door:
Karel Berkhout

Unilever is in verband gebracht met kinderarbeid in de Indiase katoenzaadindustrie waarin naar schatting 450.000 kinderen werken.

ROTTERDAM, 5 MEI. Narasamma, een Indiaas meisje van 12 jaar oud, werkt elke dag van 's ochtends half zeven tot zeven uur 's avonds in de productie van katoenzaad. Ze heeft haar geboorteplaats 100 kilometer verderop moeten verlaten, net als haar school. Om een schuld van haar vader af te betalen produceert ze 'Brahma', het katoenzaad dat Unilever-dochter Hindustan Lever in 1997 met veel succes op de Indiase markt heeft gebracht.
   Het Nederlands-Britse concern Unilever (voeding, wasmiddelen, persoonlijke verzorging) voert topmerken als Ben & Jerry's-ijs, Lipton-thee, Dove-zeep, Omo-waspoeder en Bertolli-olijfolie. Wat doet Brahma-katoenzaad in dat pakket? Niet veel, maar genoeg om Unilever dit weekeinde in verband te brengen met kinderarbeid door de publicatie van een rapport van de Landelijke India Werkgroep.
   Katoenzaad is een typische erfenis van Unilevers lange geschiedenis in India. Voordat de Indiase economie begin jaren negentig werd geliberaliseeerd, waren buitenlandse investeerders verplicht om een deel van hun geld te steken in Indiase exportproducten. Tot de stal van Hindustan Lever behoorden daardoor jarenlang bijvoorbeeld scooters, elektronische apparatuur èn katoenzaad. De katoenzaad-activiteiten werden vorig jaar maart ondergebracht in het bedrijf Paras Extra Growth Seed, waarvan 74 procent werd verkocht aan het Amerikaanse Emergent Genetics.
   Katoenzaad is dus geen kernactiviteit meer voor Unilever, maar door het resterende belang van 26 procent blijft het bedrijf wel verbonden met de katoenzaadproductie in India. En daarmee - net als grote, echte zaadtelers zoals het Zwitserse Syngenta - verbonden met een bedrijfstak, waarin naar schatting 450.000 ldnderen werken. "Hoewel [de buitenlandse ondernemingen] niet direct betrokken zijn bij het te werk stellen van kinderen, scheppen hun strategieën en winstmotieven in hoge mate een omgeving die kinderarbeid faciliteert", schrijft prof. Davuluri Venkateswarlu in een rapport over de katoenzaadindustrie.

Unilever-deelneming grootste afnemer katoenzaad India

Aantal kinderen (6-14 jaar) dat werkzaam is in katoenzaadteelt in de Indiase deelstaat Andhra Pradesh voor westerse bedrijven (2000-2001)

BedrijfNationaliteit eigenaarLandbouwgrond, in acres*Aantal kinderen
Hindustan Lever (HLL)**Nederlands/Brits
2.500
25.000
SyngentaZwitsers
650
6.500
AdvantaNederlands/Brits
300
3.000
Mayhyco-MonsantoAmerikaans
1.700
17.000
ProagroDuits
200
2.000

* 1 acre= 4.046,86 m2
** thans Paras Extra Growth Seed, waarin HLL een belang van 26 procent heeft


NRC Handelsblad 050503/Bron: India Committee of the Netherlands

   Katoen is India's belangrijkste landbouwproduct, dat het meest wordt verbouwd in de deelstaat Punjab. Het katoenzaad wordt voornamelijk geproduceerd in de zuidelijke deelstaat Andhra Pradesh, waar bedrijven door het kruisen van rassen steeds nieuwe soorten ontwikkelen. Sinds de liberalisering van de economie in 1991 is de sector spectaculair gegroeid, mede door onstuimige groei van de mogelijkheden om gewassen genetisch te modificeren. Het aantal kinderarbeiders in Andhra Pradesh nam in dezelfde periode toe van ruim 60.000 tot bijna 250.000.
   Katoenzaadteelt is namelijk zeer arbeidsintensief en vergt tien keer zoveel arbeid als het verbouwen van katoen. Het is daardoor dat de sector in heel India bijna een half miljoen kinderarbeiders telt, veel meer dan de tapijt-, diamant- en glasindustrie samen. De kinderen - opvallend veel meisjes - maken lange dagen en worden tijdens hun werk veelvuldig blootgesteld aan pesticiden. Bijna allemaal - zo'n 95 procent - doen ze dit werk om leningen af te betalen, die hun ouders hebben moeten afsluiten. Meer dan de helft heeft de school moeten verlaten om gevangen te worden in de debt bondage.
   De kinderen werken op katoenzaadboerderijen, die op hun beurt de zaden afzetten bij de ongeveer 200 grote zaadbedrijven in India. De grootste zaadbedrijven zijn internationale concerns, zoals Unilever-deelneming Paras, die hun marktaandeel snel zien groeien. De teelt van katoenzaad vergt namelijk 4,5 keer zoveel geld als het verbouwen van katoen en alleen rijke bedrijven kunnen zo'n investering opbrengen. Daar komt bij dat met de toelating van genetische gemodificeerde katoen in India vorig jaar april de deur is opengezet voor technologische vernieuwingen - alleen grote ondernemingen beschikken over de nodige kennis en octrooien.
   Het zijn dan ook de grote ondernemingen die volgens onderzoeker Venkateswarlu de sleutel hebben om de kinderen te bevrijden uit de boeien van de schuldslavernij. Maatschappelijke organisaties zoals Amnesty International en Novib hebben daarom besloten Unilever aan te spreken, ook al is dit bedrijf indirect verbonden met de katoenzaadteelt. Reden dat toch Unilever als speerpunt is gekozen is dat Paras in Andhra Pradesh de grootste zaadafnemer is en dat Unilever het maatschappelijk ondernemen hoog in het vaandel draagt. De onderneming heeft al laten weten een "bijdrage" te willen leveren aan de oplossing en is bereid een gesprek te voeren met de maatschappelijke organisaties. De uitkomst van het gesprek kan van belang zijn voor Narassama en haar lotgenoten.



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 6 mei 2003