terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: VBDO-Bericht, juni 2003      

Unilever onder vuur van NGO's wegens kinderarbeid

Unilever, koploper op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen, kreeg op de aandeelhoudersvergadering half mei kritiek van de Landelijke India Werkgroep (LIW) vanwege betrokkenheid bij kinderarbeid in India. Het zou gaan om kinderarbeid op katoenzaadplantages van Hindustan Lever, de voormalige Indiase poot van Unilever.

Tot 2002 was Unilever honderd procent eigenaar van dit bedrijf in een sector waarin veel kinderen werken. Schattingen gaan uit van 450.000 kinderen. In de loop van 2002 verkocht Unilever driekwart van de aandelen aan een Amerikaans bedrijf en behield een kwart. Dat betekent dat Unilever juridisch niet meer de volledige zeggenschap heeft. Toch is de UW van mening dat Unilever hier wel degelijk een verantwoordelijkheid heeft. Volgens G. Oonk van de LIW "heeft Unilever sowieso een historische verantwoordelijkheid."

De VBDO is het hiermee eens. Unilever beschikt immers over de middelen, contacten en expertise om het initiatief te nemen deze problematiek op te lossen. Directievoorzitter A. Burgmans reageerde als volgt: "Unilever heeft ten tijde van haar volledige zeggenschap nimmer kinderarbeid bij haar leveranciers geaccepteerd. Hindustan Lever is altijd een fel tegenstander geweest van kinderarbeid. Volgens de gedragscode van Unilever moeten leveranciers consistent werken met die code."

Volgens Unilever heeft Hindustan Lever destijds in haar contracten met leveranciers van katoenzaad laten vastleggen dat zij geen gebruik mogen maken van kinderarbeid. Om dat te controleren bezocht Unilever leveranciers, deed ze navraag naar het gebruik van kinderarbeid en vroeg ze om bevestiging dat er in overeenstemming met dit uitgangspunt werd gewerkt. Erg sterk is dat verweer echter niet want een dergelijke interne toetsing is vaak niet waterdicht, zo menen LIW en VBDO.

Volgens Burgmans ligt er al geruime tijd een uitnodiging aan de protesterende ngo's om in gesprek te gaan met Unilever Hindustan in Bombay. Tot nu toe hebben de organisaties niet gereageerd en Burgmans toonde zich dan ook allerminst tekortgeschoten bij het nemen van initiatief. Volgens een ietwat verbolgen Oonk van het LIW hebben de ngo's echter tevergeefs geprobeerd contact te leggen met Unilever in India. Inmiddels zijn beide partijen gelukkig wel in gesprek en wordt opnieuw geprobeerd om in India de gesprekspartners om de tafel te krijgen.

Kritiek had de VBDO op de vergadering van Unilever ten aanzien van het helderder formuleren van doelstellingen en concreter maken van de resultaten. "U doet de zeven zonden in de verkoop maar ik hoop dat u de zeven deugden voor uzelf houdt", aldus Piet Sprengers namens de VBDO daarbij referend aan de zeven nieuwe "slechte ijsjes" van Ola. Bij die deugden hoort dus ook helderheid en duidelijkheid. Deze kritiek werd door Burgmans onderschreven. "Wij staan open voor verbeteringen en zullen deze vragen dan ook meenemen". Aldus Burgmans. Afwijzend reageerde hij opnieuw op het verzoek van VBDO om de GRI richtlijnen te gaan gebruiken omdat hij dit een te sterk keurslijf vindt.



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid en onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 19 juni 2003