terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd op website van: De Derde Kamer, 2-9-2003      

Roerige discussies tijdens verdiepingssessies

Op zaterdag 30 augustus waren de themagroepen van de Derde Kamer in de gelegenheid vragen voor te leggen aan een panel van deskundigen. 's Morgens was het de beurt aan de themagroepen A, B en C; 's middags aan D, E en F. De eerste voorzichtige presentatie van ideeën aan de buitenwereld viel niet altijd mee, maar was wel nuttig en leerzaam.

's Morgens konden themagroepen A, B en C hun vragen kwijt aan Thea Fierens, kamerlid voor de PvdA, aan Rob de Vos, beleidsmedewerker van DGIS en aan Gerard Oonk van de Landelijke India Werkgroep en het platform MVO. Leden van de themagroep "goed bestuur en democratie" wilden graag weten of er een verband kan worden vastgesteld tussen het soort bestuur (democratie of dictatuur) in een land en de mate van economische ontwikkeling. Hoewel er een zeer levendige discussie ontstond leek er aan het eind toch een zekere mate van consensus te bestaan. Goed bestuur kenmerkt zich vooral door stabiliteit en democratie houdt meer in dan eens in de vier jaar verkiezingen. Het houden van verkiezingen, terwijl daarna de winnaar alle (lucratieve) baantjes inpikt, de oppositie buitensluit en zo de polarisatie vergroot, legt vaak de kiem voor onrust. Het houden van verkiezingen alleen zou van een land geen "donor darling" moeten maken. Stabiliteit daarentegen trekt investeerders aan (schrikt ze in ieder geval niet af) en is daarom een belangrijke voorwaarde voor economische ontwikkeling. De vraag of een min of meer democratisch bestel voorwaarde is voor stabiliteit of dat alleen stabiliteit democratie kan bewerkstelligen bleef onbeslist.

De themagroep "maatschappelijk verantwoord ondernemen" heeft grote vorderingen gemaakt en presenteerde de contouren van een doordacht voorstel. De themagroep ziet een belangrijke rol weggelegd voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) in ontwikkelingslanden, maar vindt dat de ondersteuning van het MKB veel beter en effectiever zou kunnen, bijvoorbeeld door in Nederland een coördinerend platform op te richten. Bij de panelleden bleken de plannen toch wel enige vragen op te roepen. Noch Thea Fierens, noch Gerard Oonk leek veel behoefte te hebben aan wat zij "weer een platform" noemden. Het achterliggend idee leek hen wel aan te spreken, maar zij pleitten voor het doelmatiger gebruik maken van bestaande kanalen.

Als derde in de ochtendsessie was de themagroep "Europese Unie" aan de beurt. Deze themagroep bleek niet bang voor een stevige inzet met de constatering dat de ontwikkelingshulp van de laatste 40 jaar weinig of geen effect heeft gehad. De themagroep pleit daarom voor betere controle en het meetbaar maken van resultaten. De panelleden achter de tafel leken wat van hun stuk gebracht door de beweringen van de themagroep en probeerden deze te nuanceren. Hulp heeft wel degelijk resultaat gehad; het is niet zo dat geld met bakken tegelijk over de balk is gesmeten; en er vindt al controle al plaats. Leden van de themagroep op hun beurt waren er niet van overtuigd dat de opmerkingen van de panelleden de grote lijn van hun verhaal onderuit haalden.

Aan het eind van de enerverende ochtendsessie benadrukte Jan Weijers dat de bijeenkomst was bedoeld om buitenstaanders te laten reageren op de voorstellen en ideeën tot nu toe. Als de Derde Kamer niet overtuigd is door de argumenten van deskundigen, moeten ze die vooral ook niet in hun voorstellen verwerken.

De middagsessie was op dezelfde wijze opgezet. Achter de tafel zaten Varina Tjon-a-Ten, PvdA-kamerlid, en Ad Koekkoek, directeur financieel-economische zaken van DGIS. De themagroep "Onderwijs" mocht het spits afbijten. Deze themagroep maakt zich vooral zorgen over allerlei "structurele aanpassingsprogramma's" van organisaties als IMF en Wereldbank, vooral omdat deze programma’s vaak ten koste (lijken te) gaan van uitgaven ten behoeve van onderwijs en gezondheidszorg. De heer Koekkoek stelde echter in zijn reactie dat middelen vaak het probleem niet zijn; er zijn allerlei fondsen, bedoeld voor onderwijsprogramma’s, die hun geld niet kwijt kunnen. Het probleem zit hem in het gebrek aan goede plannen. Een tweede kanttekening is dat het beeld dat hier wordt geschetst van IMF en Wereldbank volgens hem grotendeels tot het verleden behoort. Het is niet meer zo dat deze organisaties alleen maar oog hebben voor de begroting en niet voor sociale aspecten. Wel stelde de heer Koekkoek dat een gezonde ontwikkeling niet mogelijk is zonder financiële discipline. Het gaat om het vinden van een juiste balans.

Hierna volgde een langdurige, maar niet altijd even concrete discussie over het gebrek aan doelmatigheid van ontwikkelinsgshulp. Volgens een van de kamerleden zou de effectiviteit van de hulp een factor 20 (!) hoger kunnen. Zowel mevrouw Tjon-A-Ten als de heer Koekkoek waren het volstrekt oneens met deze bewering en vroegen om harde bewijzen. We zullen echter moeten wachten op het boek van de hand van de vragensteller dat te zijner tijd over deze materie zal verschijnen.

Helaas was er na deze discussie weinig tijd meer voor vragen vanuit de themagroepen "besteding ontwikkelingsgeld" en "internationale samenwerking". Al met al was de bijeenkomst een goede leerschool voor de leden van de Derde Kamer. Het geeft ze vast een voorproefje van de discussies die hen na 7 november te wachten staan. De inzet en vasthoudendheid tijdens deze verdiepingssessies doen vermoeden dat de leden van de Derde Kamer ook na 7 november hun mannetje zullen staan.



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 16 oktober 2003