terug
Onderstaand verslag is gepubliceerd op: www.fnv.nl, 21/22-4-2004      
[meer lezen in weblog van Lodewijk de Waal? klik hier]      

Werkbezoek India

door:
Lodewijk de Waal

Woensdag 21 april 2004

India kan een gevaarlijk land zijn voor bezoekers. Een venijnige bacterie had mij even in haar greep. Niets hielp tot ik pillen krijg van de journalisten die ons deze reis vergezellen. Leve de vrije pers, en nu snel op weg naar de heer Sharma, baas van de Indiase Unilever. Ik heb een aantal vragen voor hem.

India kan een gevaarlijk land zijn voor bezoekers. Ik heb normaal gesproken een sterke maag en sterke darmen. Zo at ik eens in Ethiopië gemalen rauwe ingewanden van schapen en geiten. Maar hier zat er kennelijk ergens een venijnige bacterie. Duizeligheid, krampen en verder zaken die je beter niet in een weblog kunt beschrijven. Vanochtend, zes pillen verder, nog geen oplossing in zicht. Via de begeleidende journalisten kreeg ik tenslotte pillen die wel werken. Leve de vrije pers, en snel weer aan het werk, met de beelden van de verschrikkelijke arbeidsomstandigheden op de scheepssloperijen nog op het netvlies. En trouwens ook van de dappere werknemers die zo snel een sterke bond aan het vormen waren.

Zonder grote problemen kon ik zo deze ochtend, na een voorgesprek met de betrokken vakbonden, het gesprek aangaan met M.K. Sharma, de nieuwe baas van Hindustan Lever, zeg maar de Unilever van India. Hij had geen bezwaar tegen de aanwezigheid van een Indiase vakbondsbestuurder. Deze moest zich dan wel buiten het gesprek houden. Doel van ons gesprek was tweeërlei: aan de ene kant helderheid krijgen over de arbeidsverhouding bij Hindustan Lever. En verder nu eens zicht krijgen op mate van betrokkenheid van Unilever bij de katoenzaadproductie, en daarmee bij de wijdverspreide kinderarbeid.

Het probleem voor de bonden bij Unilever in India is dat ze graag op concernniveau zouden willen onderhandelen, zoals bijvoorbeeld in Nederland. Maar dat komt, nog los van de plaatselijke tegenwerking, vooral niet van de grond door problemen bij het uitbesteden van werk.

Op dat punt werden we het bepaald niet eens. M.K. Sharma betoogde gloedvol - ik moet zeggen wel openhartig en daardoor op een bepaalde manier charmant - dat de verschillen in levensstandaard en wetgeving in de verschillende deelstaten zo afwijken, dat een algemene onderhandeling op het niveau van het concern in India ongepast is. Verder stelde hij dat lokale bonden dichter bij de belangen van werknemers staan.

Wij van onze kant bleven volhouden, dat waar Sharma zich verantwoordelijk voelt voor de ‘corporate identity’ van Unilever in India, daar toch ook een bepaald sociaal beleid hoort. Beleid dat niet eenzijdig moet worden opgelegd. Dat deel van de discussie moesten we dan ook afsluiten met de mededeling ‘we agree to disagree’.

Sharma werd erg emotioneel toen het ging over de kinderarbeid. Men had zich uit de katoenzaadproductie teruggetrokken, en had alleen nog een aandeel in het bedrijf Paras (24%) omdat men pas het eerste kwartaal van het volgend jaar die aandelen kon verkopen. Hij zei trouwens geprobeerd te hebben de naam van de boeren te achterhalen die kinderen in dienst hadden (om ze een proces aan te doen - in India is kinderarbeid bij de wet verboden). Helaas had degene die hier ooit een rapport over schreef hem geweigerd namen en rugnummers te geven.

Na nog een gesprek met twee journalisten van Indiase kranten, een vlug telefonisch overleg met Agnes Jongerius over het levensloop/prepensioendossier.

Daarna - zo snel als dat door het verkeer van Bombay mogelijk is - naar het vliegveld en op weg naar Hyderabad. Daar konden we nog dezelfde dag het verhaal van Sharma checken bij de heer Kaundinya, managing director van Emergent Genetics, de moedermaatschappij van Paras, het zaadveredelingsbedrijf. Hij bevestigde het verhaal van Sharma. Ook bevestigde hij dat toen Unilever een aantal jaren geleden nog wel volledig eigenaar was er op grote schaal kinderarbeid in de katoenzaadproductie voorkwam. Inmiddels was hij, met het merendeel van de andere in deze sector werkzame bedrijven een grote campagne begonnen tegen kinderarbeid. Plastic zakken met opschriften tegen kinderarbeid, posters, flyers, foto’s van vergaderingen met boeren, contracten met tussenpersonen, krantenartikelen, alles kwam ter tafel. Ze doen dit in samenwerking met MV Foundation, een zeer radicale anti-kinderarbeid groep die claimt al 250.000 kinderen uit het werk naar school te hebben gekregen. Morgen gaan we met ze op pad, en wordt het verhaal vervolgd.

Terug in het hotel spreken we nog met twee vertegenwoordigers van de landarbeidersbond; ze gaan morgen ook mee. Op mijn hotelkamer blijkt daarna de internetverbinding niet te werken. En de monteur is zoek. Eerder waren er al vijf mannen in mijn kamer aan het werk geweest. India mag dan een trekpleister voor ICT-werk zijn, in Hyderabad is er weinig van te merken. Maar als u dit leest is het probleem, waarschijnlijk diep in de nacht of vroeg in de ochtend, opgelost.


Donderdag 22 april 2004

We vergaderen in het dorpshuis. Eigenlijk is het meer eens schuurtje. De mannen zijn al binnen. De vrouwen volgen schoorvoetend, na lang aandringen. De kinderen gluren door de ramen. Het is een schitterend gezicht. He, vervelend nu dat het vandaag niet lukt de foto’s te verzenden. Nu dus even geen beeld, hopelijk later.

"Een onbekende teenager die sliep onder een onbekende bus, geparkeerd bij het ooghospitaal, stierf woensdag toen hij door de bus werd overreden". Zo maar een fotootje met onderschrift, op pagina 5 van de Deccan Chronicles, het dagblad van Hyderabad. Daarboven een foto van een platgereden kind in een plas geronnen bloed. Nauwelijks een teenager zo te zien. Ik zou hem of haar eerder op een jaar of zes schatten.

Ik zie de foto met onderschrift als we op weg zijn naar het platteland van Andra Pradesh. Naar de katoenvelden waarover we al zoveel hebben gesproken. Het landschap verandert snel als we een gebied inkomen waar wat water is. Hoge palmbomen, enorme rotsblokken, zo te zien droge, maar redelijk vruchtbare aarde. Hier een daar een groen plekje voor de rijstbouw.

In het dorpje worden we ontvangen door een kleine menigte. Ze verdringen zich in er rond een schuurtje - het dorpshuis - waar we vergaderen. Ik herinner me nog heel goed deze democratische dorpsvergaderingen. Tien jaar geleden woonde ik ze ook bij. Er zijn veel mannen. De vrouwen komen pas binnen wanneer we ze nadrukkelijk uitnodigen. Nieuwsgierige kinderen verdringen zich rond het raam.

We discussiëren over kinderarbeid, over het loon. 10 roepies voor kinderen, 25 roepies maximaal - dat is 50 eurocent - per dag voor volwassenen. De kinderen naar de katoenvelden gelokt met snoepjes en films. De boeren hebben graag kinderen als katoenplukkers, ondanks dat de meeste ouders het werk best van ze willen overnemen. Kinderen spreken namelijk de baas niet tegen en hebben bovendien precies de lengte van de katoenstruiken.

In het dorp waar we zijn werken geen kinderen meer in de katoenteelt. Tot een paar jaar geleden waren er in dit gebied nog 250.000 kinderen aan het plukken. Inmiddels is dit teruggedrongen, vooral onder druk van Indiase actiegroepen, tot 90.000. De actiegroepen worden daarbij gesteund door de druk die in het buitenland op India wordt uitgeoefend. ‘Geen kinderarbeid’ is trouwens niet een westers idee. Al jaren is het hier in India wettelijke verboden, alleen doet men er niets aan. De toezichthouders zijn corrupt, etcetera. De oudere generatie denkt er trouwens anders over. Eén man verklaart dat de kinderen van leren maar lui worden, alleen nog maar in de schaduw willen zitten en met al dat lezen en schrijven toch geen baan krijgen.

Zijn verhaal wordt weer krachtig tegengesproken als we op een speciaal schooltje komen van de MV Foundation, de NGO met wie wij veel contact hebben. De onderwijzeres zegt dat ook geletterde kinderen op het land werken, maar dat ze alleen niet zo volgzaam zijn. Ze kennen de basale wetten, kunnen rekenen, en worden dus minder snel uitgebuit. Soms beginnen ze een eigen zaakje. Eén van de meisjes vertelt dat ze graag onderwijzeres wil worden, een heel nuttig maar overigens slecht betaal beroep hier in India.

Een speciaal schooltje is het, omdat het een soort brugklasje is. Met primitieve maar creatieve leermiddelen worden kinderen, die zo van het land komen, hier opgevangen. Ze worden op een prettige manier voorbereid op de echte school, want een negenjarige kan je niet zomeer in een derde klas zetten. De school is primitief, maar maakt een goede indruk, de kinderen lachen, zijn ongedwongen, en voortdurend zelf ijverig aan het werk, zelfs als wij hen komen storen.

Op een gegeven moment komen er drie jongens binnen, gebracht door hun ouders. De schuld van hun ouders is afbetaald, zij hoeven niet meer te werken. Zíj maken wel een angstige indruk, zien er ondervoed uit. Misschien is deze ochtend voor hen wel de kans van hun leven. We vertrekken met een goed beeld van het werk van de MV Foundation, maar ook met het idee dat het nog een hele tijd zal duren eer de laatste van de 90.000 kinderen naar school is, en hun ouders fatsoenlijk betaald werk hebben. Maar het proces is hier zeker begonnen.

Terug in het hotel, na een interview voor Radio 1 nog een gesprek met een bond bij Unilever. Niet tevreden over het bedrijf en het onderhandelingsklimaat. Wel tevreden over TPM, het Total Productivity Management, dat ik eerder in werking zag in een theefabriek van Unilever in Brussel. Kennelijk werkt dat zelfs in de meest moeilijke situaties redelijk. Betrokkenheid van werknemers, spreiden van werk, scholing en stimuleren van eigen initiatief, een goed idee in alle gevallen.

Dan terug naar Delhi, voor de laatste etappe. De delegatie splits zich. Bondgenoten collega Willem Noordman en voorlichter Els Tieman vliegen door naar Nederland. Annie van Wezel en ik blijven nog tot en met zaterdag.



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 23 april 2004