terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: OR Informatie, juni 2004      
(vakblad voor ondernemingsraden; zie ook: www.or-info.nl)      

De kwestie

'Or'en moeten zich minder afwachtend opstellen'

De trek naar de lagelonenlanden

door:
Theo Keltjens &
Loek Kusiak

India, China, Maleisië, Indonesië of het voormalige Oostblok. Keus genoeg voor Nederlandse bedrijven die elders voor een prikkie hun scheerapparaten, printers of beeldbuizen willen laten maken. Maar niet alleen laaggeschoolde arbeid, ook functies voor hoger opgeleiden (research, IT) verkassen naar Zuidoost-Azië. De trek van werk naar lagelonenlanden is in korte tijd de grote schrik van vakbonden en or'en geworden. Wie zijn de winnaars en de verliezers van offshoring, zoals dit weglekken van werk met een vlotte, neutrale term genoemd wordt?

Cees Derksen, directeur offshore automatiseerder Logica CMG:
'Wij hebben sinds 1998 een eigen bedrijf in India met 700 man. Eind 2005 zijn dat er 2500. In India ontwikkelen en beheren we informatiesystemen, werk dat nu deels ook nog in Nederland gebeurt, maar in toenemende mate naar India verhuist. Ook onze concurrenten doen dat. De loonkosten zitten daar op eentiende van Europa of de VS, naast lagere kosten voor infrastrucruur en gebouwen. Dat voordeel rekenen we ook door in de prijzen voor onze klanten. De afgelopen jaren heeft de IT-branche het wereldwijd moeilijk gehad. Offshoring is voor ons een manier om te groeien. De mensen die we nu in Nederland aannemen voor het werk dat we naar India verplaatsen, kunnen bij ons doorgroeien naar beter gekwalificeerde functies. Pas dan verhuist hun werk naar India. Logica CMG heeft nu 500 vacatures en de arbeidsmarkt kent grenzen. Dat is mede een reden waarom we werk naar India verplaatsen. Verder vullen we vacatures op door eigen personeel met talent door te laten groeien. Die functies willen we voorlopig niet verplaatsen. Ik constateer overigens dat op het verplaatsen van werk naar lagelonenlanden een zeker taboe rust. Maar het is niets nieuws. De textiel en andere industrieën zijn ons voorgegaan. Offshoring is onderdeel van een evolutionair proces waar open econpmieën steeds flexibel op reageren door in nieuwe sectoren banen te scheppen.'

René Hazebroek, cor-voorzitter ABN AMRO:
'De trend binnen ABN AMRO is om de activiteiten die niet tot de core-business behoren uit te besteden. Soms in Nederland, in andere gevallen naar India. Het gaat vooral om backoffice-activiteiten waar de klant weinig van merkt. Die trend zal doorzetten, ook bij andere banken. Het is een spiraal die zal doorwerken bij veel andere bedrijven in West-Europa. Toch baart die ontwikkeling de cor zorgen, want er gaan hoe dan ook arbeidsplaatsen verloren. Anderzijds realiseren we ons dat ABN AMRO een commercieel bedrijf is dat de kosten zoveel mogelijk probeert te drukken.'

Joop Hofland, vakbondsbestuurder De Unie:
'Bij outsourcing binnen Nederland kun je als bond nog afspraken maken over arbeidsvoorwaarden. Maar bij offshoring heb je het nakijken. Waarbij nog komt dat steeds meer specialistische werkzaamheden naar het Verre Oosten worden verplaatst, zoals ABN AMRO van plan is met een groot deel van zijn ICT. Het ándere model dat de bank voor zijn ICT onderzoekt, is outsourcing binnen Nederland. Al met al gaat het in deze tak om 1600 mensen. Na de zomer volgt een keuze over de aard van deze uitbesteding en gaat een adviesaanvraag naar de or. Voor een or is het moeilijk achteraf toetsen of de voorwaarden en argumenten waaronder ABN AMRO werk naar lagelonenlanden verhuist, ook uitgekomen zijn. Veel aspecten daarvan zijn namelijk na een tijd al niet meer te traceren omdat ze bijvoorbeeld al in een geconsolideerde balans verwerkt zitten. Dat gemis aan een toetsmoment achteraf door de or geeft wel een machteloos gevoel. In Nederlandse vestigingen van ABN AMRO zijn recent bijna 200 mensen overtollig geworden door het besluit om het grootste deel van de reclamebehandeling van buitenlands betalingsverkeer in India te laten verzorgen. In Rotterdam is een vestiging gesloten en in Amsterdam is een kantoor gehalveerd. Als die mensen binnen achttien maanden geen ander werk hebben gevonden, zijn ze werkloos. Hun werk wordt nu in India gedaan door mensen met een goede, soms academische opleiding. Die staan daar in de rij om voor de bank te werken voor minder dan ons geldende minimumloon. 'Water zoekt nu eenmaal het laagste punt', zei een leidinggevende van ABN AMRO over deze reorganisatie, 'en dan is verplaatsing van werk het goedkoopste'.'

Gerard Oonk, Landelijke India Werkgroep:
'Nederlandse bedrijven in India controleren niet of nauwelijks of de productie in de uitbestedingsketen wel op een verantwoorde manier gebeurt. Dat leert ons een onderzoek dat onze werkgroep heeft laten uitvoeren door adviesbureau CREM. Hiervoor zijn in India bedrijven, vakbonden en leveranciers geïnterviewd. Bedrijven in het bankwezen, toerisme, energie, voeding, autoindustrie, software, chemie en leerverwerking. Multinationals hebben in tegenstelling tot mkb-bedrijven vaak een beleid voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Maar ze laten de uitvoering over aan hun Indiase dochters, dus is veel geoorloofd. Het onderzoek maakt ook duidelijk dat schending van mensenrechten in India geen aanleiding voor Nederlandse bedrijven is om daarover uitspraken te doen. Zij vinden dat een taak van de Nederlandse regering of de EU. Bedrijven doen ook geen moeite om vrouwen en zogeheten 'kastelozen' geschoolde arbeid te laten verrichten. Zij zijn alleen goed voor het eentonige, of het vuile en zware werk.'

Jan Alphenaar, or-voorzitter Philips Drachten:
'Ons hoofdproduct is het scheerapparaat Philishave, we maken er 11 tot 12 miljoen per jaar. Begin jaren negentig is een deel van de assemblage van het tweekops apparaat, een goedkopere versie, naar een dochterbedrijf in Zhuhai, China, overgebracht. Door de economische recessie is de vraag naar scheerapparaten afgenomen. Philips wil nu de capaciteit van de Chinese fabriek opvoeren. Dat gebeurt door uit Drachten nu ook drie miljoen apparaten uit de serie met drie scheerkoppen weg te halen. Die zijn bestemd voor de Chinese en de Amerikaanse markt. Daardoor daalt onze productie tot circa acht miljoen shavers. Verder wil Philips vanaf 2007 de productie van de motortjes van scheerapparaten uitbesteden aan een Japans bedrijf. Daar heeft de or negatief over geadviseerd. We willen de keten gesloten houden. Dat geeft ons een stevige basis, anders ben je weg. De or en de directie staan op dit punt lijnrecht tegenover elkaar. Door de verplaatsing van werk naar China én Japan gaan in Drachten 230 banen verloren. En Friesland heeft al twaalf procent werkloosheid. Ten aanzien van de overheveling van werk naar China heeft de or in zijn advies kritische vragen gesteld. De financiële aannames vertrouwen we niet. Bovendien willen we een harde garantie over de hoeveelheid werk die in Drachten blijft. We zijn een winstgevende fabriek, de kip met de gouden eieren. Juist nu het economisch wat minder gaat, wordt ergens hoog in de toren beslist dat wij moeten bloeden. We zullen onze huid duur verkopen.'

Joek Vlasblom, or-voorzitter Océ, Venlo:
'Océ, or en vakbonden zijn het eens geworden over de verplaatsing van assemblage-activiteiten voor kopieerapparaten naar Maleisië en Tsjechië. Niet zozeer vanwege lagere loonkosten overigens. De onderdelen die nu in Nederland worden ingekocht, betrekt Océ straks van lokale leveranciers. Juist dát levert een aanzienlijke besparing op de machinekostprijs op. Bureau Berenschot heeft op vraag van de or onderzoek uitgevoerd naar de validiteit van de argumenten om werk naar het buitenland te verplaatsen. Op basis daarvan onderkennen wij in dit specifieke geval de noodzaak van verplaatsing. Dat de komende drie jaar in Venlo 150 banen verloren gaan, slik je echter niet makkelijk weg. Gelukkig is er een goed sociaal plan, dat onder meer voorziet in bemiddeling naar ander werk. Verder gaan we binnen het MNO (Multinationaal Ondernemingen Overleg) de politiek wijzen op de heersende trend om werk naar het buitenland te verplaatsen. Het is toch een zorgwekkende ontwikkeling. Tweederde van de maakindustrie in Brabant en Limburg concurreert direct met lagelonenlanden.'

Kris Douma, Tweede-Kamerlid voor de PvdA:
'Ik deel de zorguat er teveel banen vanuit Nederland naar Zuidoost-Azië verdwijnen. Anderzijds neemt ook in China de koopkrachtige vraag toe. Daar ontstaan dus nieuwe markten voor Nederlandse bedrijven. Essentieel is wel dat we in Nederland in de industrie en dienstverlening de bedenkelijk lage arbeidsproductiviteit verder verhogen en meer investeren in nieuwe producten. Meer innovatie, meer kwaliteit, betere marketing. Maar ook meer investeren in onderwijs, want daarin staan we in Europa nu bijna onderaan. Dat is mede een reden waarom ook hooggeschoolde banen, op gebied van research en ontwikkeling, uit Nederland dreigen te verdwijnen. Dat lek moet je dichten. Een slechte zaak is ook dat de overheid de bestaande regeling om laaggeschoolde arbeid fiscaal te stimuleren wil afschaffen. Zonder deze stimulans rendeert laaggeschoolde arbeid onvoldoende. Voor bedrijven kan dat een toegevoegd argument zijn deze arbeid naar goedkope landen te brengen. Or'en zou ik adviseren zich minder afwachtend op te stellen. Via de Europese or'en en contacten met hun raden van commissarissen moeten ze eerder bij strategische keuzes betrokken raken. Or'en zouden daarbij zelf voorstellen kunnen doen om meer innovatie in het bedrijf te stimuleren.'



terug

LIW IN 'T NIEUWS

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 7 juni 2004