terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Bondgenoten Magazine, januari 2005      

Kinderarbeid op de Indiase katoenvelden wordt langzaam minder

'Armoede is niet de oorzaak'

door:
Eva Prins

In 2001 waren negen van de tien arbeiders in de Indiase katoenzadenteelt kinderen. Nu zijn dat er zes. Deze daling is mede het gevolg van de inzet van de Indiase MV Foundation en de druk die zij - samen met organisaties als FNV Mondiaal - heeft uitgeoefend op nationale en internationale zaadbedrijven.

"Als je mijn ouders geld geeft, kan ik naar school", zegt Suvarna terwijl ze verlegen opkijkt van haar werk. Het dertienjarige meisje staat, samen met nog zo'n dertig meisjes, voorover gebogen tussen de katoenplanten. Een te grote rok om haar middel, een oude doek om het hoofd geknoopt, blote voeten. Vandaag zijn de meisjes de planten aan het 'merken'. Ze trekken de bloemblaadjes eraf zodat alleen de stamper overblijft. Daaroverheen hangen ze een rood kartonnetje. Als merkteken. Morgen gaan ze met de mannelijke bloem langs deze gemerkte stampers om de plant te bevruchten.
Suvarna doet dit werk nu drie jaar. Zeven dagen in de week, van 's ochtends vroeg tot's avonds laat, werkt ze op het land. In de winter op de katoenvelden, zomers op een uienveld. Daarvoor zat ze op school en daar zou ze dolgraag weer naar terug gaan. "Maar als ik het mijn ouders vraag, zeggen ze: 'we hebben niets te eten hoe kan je dan naar school?'"
Haar vader verbouwt pinda's, maar dat levert niet genoeg op om zes monden te voeden, zegt hij. Dus werd Suvarna van school gehaald om te werken. Met een dag werken, van negen uur 's ochtends tot zeven uur 's avonds, verdient ze 22 rupi's. Dat is ongeveer 50 eurocent en ook in India is dat bar weinig.
Het verhaal van Suvarna is het verhaal van tienduizenden meisjes. In het oogstseizoen 2003-2004 werkten ruim 80 duizend kinderen, voornamelijk meisjes, in de katoenzadenteelt, becijferde onderzoeker Davuluri Venkateswarlu voor de Landelijke India Werkgroep. De teelt is arbeidsintensief omdat de zaden met de hand worden gekruist, vertelt hij. Daarbij is het priegelwerk. Dit maakt dat boeren graag met kinderen werken. Boer Sankar Rao, huurder van de zes hectare land waar de dertig meisjes werken, is er heel eerlijk over. "Kinderen doen het beter en sneller", zegt hij. "Bovendien willen volwassenen, zeker de vrouwen, om vijf uur weg. Kinderen werken langer door." En dat voor de helft van het salaris van een volwassen man. Maar dat zegt hij er niet bij.
Rao, een grijze, tanige man, ziet er geen kwaad in dat deze kinderen lange werkdagen op het land maken in plaats van dat ze leren. "Ze zouden toch niet naar school gaan", zegt hij. "Als ze niet hier werken, zouden ze ergens anders werken. De mensen hebben het geld nodig."

Bewustwording
Het is de bekende argumentatie en het klinkt ook heel logisch: ouders hebben het inkomen van de kinderen hard nodig om te overleven. Dit 'armoede-argument' wordt echter met kracht én succes bestreden door de Indiase organisatie MV Foundation. "Het is het geloof in het armoede-argument dat de oorzaak is van kinderarbeid", zegt Shantha Sinha, de voorvrouw van MV Foundation.
De werkelijkheid is vele malen gecompliceerder. Dan gaat het om sociale ongelijkheid, systemen en gewoonten die al honderden jaren bestaan, zoals analfabetisme, een
Vakbonden steunen strijd tegen kinderarbeid

MV Foundation wordt bij haar strijd tegen kinderarbeid gesteund door FNV Mondiaal (waarin ook FNV Bondgenoten deelneemt), de Algemene Onderwijsbond, Hivos en de Landelijke India Werkgroep. Zij hebben zich verenigd in de wereldwijde campagne 'Stop Kinderarbeid - School de Beste Werkplaats'. Zie www.schooldebestewerkplaats.org en www.mvfindia.org.
discriminerend kastesysteem, gedwongen huwelijken op jonge leeftijd en grote sekseongelijkheid die de armste kinderen, en vooral de meisjes, uitsluiten van school. "Als deze kinderen naar school gaan, zijn zij de eerste in hun familie", zegt Sinha: "Deze mensen denken dat onderwijs niet voor hen is weggelegd of ze zien er het nut niet van in."
Met grote gedrevenheid en doorzettingsvermogen strijden de tienduizenden vrijwilligers van MV Foundation tegen deze opvattingen. Door de dorpen in te trekken met bewustwordingscampagnes en 'goede voorbeelden'. Door letterlijk van deur tot deur te gaan. Door met ouders, leerkrachten, werkgevers, politici en kinderen te praten en hen te overtuigen van het recht op en het nut van onderwijs. Met eindeloos geduld, soms maanden achtereen. Maar met succes. In tien jaar tijd heeft de organisatie meer dan 300 duizend kindarbeiders naar school gekregen.
De meeste van deze kinderen gaan eerst naar zogenaamde 'brugscholen.' Deze kostscholen zijn door MV Foundation opgezet, maar in veel gevallen inmiddels overgenomen door de overheid. De kinderen worden hier drie maanden tot een jaar lang bijgespijkerd in lezen, schrijven, rekenen en sociale vaardigheden.
Zoals Manohari (13) en Nayomi (14). Manohari werkte acht jaar op de katoenvelden, Nayomi zeven. Nu zitten ze samen met nog honderd kinderen op een 'brugschool' in Dhone, een klein stenen gebouwtje zestig kilometer van hun ouderlijk huis.

De lange werkdagen als landarbeidster waren vreselijk, vertellen ze. "Van het almaar gebogen staan, kreeg je pijn in je rug", zegt Manohari. "En er werden vaak pesticiden gespoten. Daar kreeg je hoofdpijn en koorts van." Ook schold de boer veel en sloeg hij de meisjes soms als ze per ongeluk een bloem hadden overgeslagen of te langzaam werkten, vertellen ze. "Maar je dacht dat dat gewoon het leven was. Dat er niets anders was."
Nu zitten de twee meisjes vol dromen en ambities en zijn ze vastbesloten door te leren. Nayomi wil later graag lerares worden, Manohari dokter.
Nederlandse betrokkenheid?
In het rapport van Venkateswarlu Davuluri (zie: wwww.indianet.nl/cotseed2.html) worden de Nederlandse multinationals Advanta en Unilever genoemd als indirect betrokkenen bij kinderarbeid in de katoenzadenteelt.
Bij Unilever gaat het om haar aandeel van 26 procent in het bedrijf Paras Extra Growth Seeds. Hindustan Lever, de Indiase tak van Unilever, heeft Paras Extra Growth Seeds in 2002 verkocht aan Emergent Genetics, een Amerikaans bedrijf. Hindustan Lever behield echter nog 26 procent omdat de nieuwe eigenaar het bedrag niet in één keer kon voldoen, schrijft Unilever in een reactie. "We hebben echter geen management controle, noch financiële betrokkenheid." In 2005 zal Paras Extra Growth Seeds volledig overgaan naar Emergent Genetics.
Advanta, één van de twee aandeelhouders van Advanta India Limited, is één van de kleinere bedrijven op de Indiase markt. Uitbanning van kinderarbeid heeft 'topprioriteit', laat het bedrijf in een reactie weten. In het effect van een prijsverhoging gelooft Advanta, dat haar hoofdkantoor in Zeeland heeft, echter niet. Het bedrijf zou daardoor alleen maar worden weg geconcurreerd door locale bedrijven, die volgens Advanta vaak nog lagere prijzen betalen en bovendien minder door internationale organisaties onder druk worden gezet. Het bedrijf ziet meer heil in bewustwordingscampagnes voor boeren, iets waar Advanta naar eigen zeggen dan ook veel energie in steekt. In alle contracten wordt bovendien verwezen naar een verbod op kinderarbeid en volgens Advanta vinden regelmatig controles plaats. Aan een beloning- en sanctiesysteem voor overtreders wordt nog gewerkt.


Zware druk
MV Foundation is actief in zesduizend dorpen, waarvan er duizend al volledig 'kinderarbeidvrij' zijn. Juist door een hele gemeenschap te mobiliseren, kan het 'armoede-argument' met succes worden bestreden. Venkateswarlu heeft onderzocht hoe het gezinnen is vergaan wier kinderen voorheen werkten, maar nu naar school gaan. Wat bleek? Vier jaar later waren verreweg de meeste gezinnen er in inkomen op vooruit gegaan! Doordat er in een dorp geen kind meer ging werken, moesten werkgevers wel de - beter betaalde - volwassenen in dienst nemen, zegt de onderzoeker. "Bovendien stonden deze volwassen werknemers sterker bij onderhandelingen over hun loon omdat het aanbod van werknemers met het wegvallen van de kinderen was gedaald."
Maar zo'n succesverhaal gaat volgens hem niet altijd op in de katoenzadenteelt. De huidige prijzen die bedrijven betalen voor de productie van de katoenzaden, zijn zo laag dat veel boeren geen 'volwassen salaris' kunnen betalen, zegt hij. De onderzoeker dringt er dan ook op aan dat de multinationals hun prijs met minstens 15 procent verhogen.
Daarnaast vraagt Venkateswarlu om meer daadwerkelijke controle op de velden. De nationale en internationale bedrijven, verenigd in de Association of Seed Industry (ASI), hebben vorig jaar, na zware internationale druk, uiteindelijk ingestemd in samenwerking met MV Foundation. "Dat is positief", zegt Venkateswarlu. Maar volgens de onderzoeker blijft de uitvoering steken bij - op zich heel nuttige - gedragscodes, richtlijnen en voorlichting, maar ontbreekt het nog aan daadwerkelijke controle, sancties en een realistische prijs voor de zaden.

foto's: FNV Mondiaal, Monique Lempers, Eva Prins



LIW IN 'T NIEUWS

Dalits

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 20 december 2004