terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Nederlands Dagblad, 25-1-2005      

Na de tsunami staan de armsten weer achteraan

door:
Gerhard Wilts

KANIYUKUMARI - "De ramp in Azië is van de voorpagina's verdwenen, ook in India, maar het lijden in het gebied is nog maar net begonnen." Dat constateert directeur Leo Visser van stichting Redt een Kind, bij zijn terugkeer afgelopen zaterdag uit India. "In de pikorde van de hulp staan de armsten van de armen alweer achteraan."

Om te beoordelen welke hulp waar het meest gewenst is, stapte Visser anderhalve week geleden op het vliegtuig naar het zuiden van India. "Niet alleen voor overleg met onze lokale partners, maar ook om de nood in kaart te brengen, keuzes voor hulp te maken en fondsen te verdelen. Dat kan simpelweg niet van achter je bureau." De reis leverde het besluit op dat Redt een Kind eerst de noodhulp afrondt en vervolgens gaat helpen in "vergeten dorpjes" rond Kaniyukumari in de zuidpunt van India en rond Pondicherry aan de oostkust.

"Er wordt een patroon zichtbaar in het vergeten van mensen", noteerde Visser in zijn reisverslag. "Allereerst: de grote hulpverleningsinstanties richten zich op de grotere rampcentra; kleinere gemeenschappen binnen en buiten die centra worden over het hoofd gezien. Als tweede worden er verhoudingsgewijs veel dingen die mensen nodig hebben vergeten. En wat niet nodig is, is er in overvloed. Als derde en meest ernstige trend is bewuste uitsluiting, flagrante discriminatie, politieke opportuniteit en voortrekken bij hulpverlening."

"Telkens dezelfde groepen zijn de dupe", lichtte Visser gisteren toe. "De allerarmsten en groepen die weinig invloed hebben, zoals de kastelozen. Dat zorgt voor een onevenwichtige verdeling van de hulp. Want degenen met de meeste politieke invloed, zorgen ervoor dat zij worden gehoord."

Contact met de plaatselijke leiders is essentieel, noteerde Visser op 15 januari. "Door lokale kennis van zaken en de gesprekken met dorpsleiders en kerkleiders wordt er een balans bereikt in de hulpverlening. Zoals altijd komen bij een ramp zowel de goede als de slechte eigenschappen van mensen boven. Oneerlijkheid, zelfverrijking, diefstal, uitbuiting van armen horen bij de laatste categorie en ze zijn ruim voldoende aanwezig in elk rampgebied."

Solidair

Ook culturele verschillen spelen een rol. Zo zag hij vorige week woensdag hoe 'oneerlijk' de hulp in Poompuhar werd verdeeld. "Het hele dorp voelde zich getroffen, dus alle hulp moest gelijkelijk verdeeld. Dat ervoer men als eerlijk."

Deze vorm van 'solidariteit' heeft echter een bedenkelijke kant, schreef Visser. "Iedereen deelt mee, ook de mensen die het relatief goed hebben, want iedereen heeft toch min of meer schade aan inkomen. Als de armsten de hun toekomende hulp en schadevergoeding nog met anderen moeten delen, kun je gerust spreken van uitbuiting van de armen. De rijkere, niet of minder getroffen inwoners wilden zelfs de van overheidswege verstrekte rijst gaan verkopen. Gelukkig stak de politie er een stokje voor."

Cultuurverschillen stellen de hulpverlening voor lastige vragen. Bij Mamallapuram ziet Visser een noodhulpkamp met twee gedeelten. Bij de zelf gemaakte hutten van zeildoek en palen krioelt het van de mensen. Pal ernaast staat een nieuw soort kampeertenten: enkele kinderen spelen er, maar de onderkomens waren niet in gebruik. Verbluft hoort Visser de reden: "We voelen niet voor deze tenten, we voelen ons erin opgesloten; we bivakkeren liever onder het zeiltje op een stok." Die tenten zijn 'cultureel misplaatst' (culturally inappropriate), legt een van de Indiase hulpverleners uit.

Op Vissers vraag waarom dat niet ter sprake is gekomen bij het opzetten van het kamp, is het antwoord al even beladen met wederzijdse culturele misverstanden. "De Engelse hulporganisatie helpt ons ook op andere manieren. Wij wilden ze niet voor het hoofd stoten."

Een typisch geval van 'bureaunoodhulp', is Vissers typering. "Zonder moddervoeten van beleidsmakers komt het niet goed. Bij een ramp horen tenten en die hebben we, vliegtuigladingen vol... Er is een spanning tussen zo snel mogelijk hulp willen geven en niet genoeg rekenschap geven van specifieke kenmerken van de regio.

Hij ziet die culturele misverstanden meermalen in het rampgebied, vooral bij de kledinghulp. "Hele gemeenschappen weigeren de vuile, kapotte tweedehands kleding. Men is wel alles kwijt, maar niet het gevoel voor eer en waardigheid", staat in Vissers dagboek.

Kinderen

De verwoesting door de vloedgolven laat Visser niet onberoerd. "Het went nooit", schrijft hij de dag voor de retourvlucht naar Nederland, "die verhalen van moeders die kinderen moesten loslaten, van een jongetje dat zijn moeder en zusje verloor. De man die thuiskwam van de visvangst en moest ervaren dat zijn vrouwen drie kinderen waren verdronken en zijn huis was weggespoeld. Het went nooit, die doffe blik in de ogen, het staren in de verte en weer automatisch het verhaal vertellen, elke keer weer. Het went nooit die berustende cadans van onverstaanbare, getolkte, klanken, het zachte huilen, of het staccato van woorden en snelle handgebaren."

Een ondergeschoven groep vormen moeders en kinderen. Kort voor vertrek noteert Visser dat "getroffen behoeftige weduwen met kinderen voorrang moeten krijgen; verder de paupers, gezinnen met kinderen, getroffen arme gezinnen met veel meisjes, ook als die al wat ouder zijn, in verband met de bruidschat die families levenslang in de armoede duwt."

"De helft van de dodenlijst waren kinderen", voegt hij er desgevraagd aan toe. "Een kind hoort bij de meest kwetsbare groep, zeker als het zijn moeder verloren heeft. We moeten er heel alert op zijn dat kinderen niet extra slachtoffer worden." Met programma's voor psychosociale hulp en opvang in plaatselijke netwerken wil Redt een Kind ondersteuning geven. "We zitten niet stil, maar kijken wel eerst wat nodig is; we moeten ze niet bedelven onder onze programma's. Als de mensen het leven weer oppakken, kunnen we de gaten die vallen, opvullen."

Leo Visser is blij dat zijn organisatie inmiddels zo'n 15.000 gezinnen weer hoop kan geven. Al is het een druppel op de gloeiende plaat, want Tamil Nadu in het zuiden van India telt nu een miljoen verpauperden meer dan enkele maanden geleden. Visser: "Zulke getallen stompen af, zegt men, maar ik zie overal gezichten bij..."



terug

LIW IN 'T NIEUWS

DALITS

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 3 februari 2005