terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Nederlands Dagblad, 12-6-2006

door:
Gerard Oonk

Alle vormen van kinderarbeid aanpakken



Het aantal werkende kinderen is volgens de Internationale Arbeidorganisatie (ILO) gedaald van 246 naar 218 miljoen. Maar waarschijnlijk is dat een forse onderschatting van de werkelijkheid. En kiest de ILO wel voor de beste aanpak? Vandaag is het de werelddag tegen kinderarbeid. Er is genoeg stof tot discussie.

Miljoenen goedopgeleide werknemers voor de IT-industrie en de callcenters én rond de 100 miljoen kinderen tussen de 6 en 14 jaar die op een gemiddelde dag niet op school zitten: dat is de schizofrene realiteit van het Indiase onderwijs én van de voortdurende kinderarbeid. Veel van de 100 miljoen kinderen werken al op jonge leeftijd en blijven als ze volwassen worden steken in ongeschoold, zeer slecht betaald en ongezond werk. Het verschil tussen kinderen van de goed opgeleide middenklasse die naar privé-scholen gaat en de mensen - vaak van lagere kaste, kasteloos of tribaal - die hoogstens een paar jaar openbaar onderwijs volgen, wordt steeds schrijnender.

Volgens Shantha Sinha van de Indiase MV Foundation is er de laatste jaren zelfs sprake van een toename van kinderarbeid in India. Veel werk dat eerder door vrouwen werd gedaan, is nu overgenomen door kinderen. Die zijn goedkoper, werken langer door en zijn gemakkelijker in te zetten. Als voorbeelden noemt zij de bouw, steenhouwerijen, mijnbouw, katoenteelt en het kweken van garnalen. Veel producten komen ook in Nederland terecht. Verder trekken volgens Sinha grote groepen kinderen van het ene deel van India naar het andere om in fabrieken of op het land te werken. En nog meer kinderen - meer meisjes dan jongens - zorgen thuis voor het vee van de familie of doen het huishouden.

Positief nieuws
Toch is Shantha Sinha - wellicht verrassend - niet pessimistisch. Ze constateert dat er een explosieve vraag naar onderwijs is, juist bij arme ouders die hun kinderen graag naar school sturen. Niet zozeer armoede maar het schoolsysteem zelf belemmert hen. Gebrek aan vertrouwen in en kennis van het schoolsysteem vormt de drempel en niet de armoede. Alleen al een aanmeldingsformulier invullen, of een toelatingstest doen, is veel te ingewikkeld voor deze vaak analfabete ouders.

Het positieve nieuws is dat het de MV Foundation inmiddels is gelukt een sterke beweging tegen kinderarbeid en vóór onderwijs op te bouwen. Zo konden in de deelstaat Andhra Pradesh circa 400.000 kinderen van werk naar school. Ook heeft de MV Foundation tienduizenden mensen opgeleid om elders hetzelfde te doen. Zo traint en ondersteunt zij regeringsinstanties van verschillende deelstaten - bijvoorbeeld in het arme en omvangrijke Madhya Pradesh - om hun onderwijsprogramma zo in te richten, dat ook werkende kinderen kunnen instromen én het onderwijs verbetert. De school helpt bij het invullen van de formulieren en een aantal formaliteiten wordt geschrapt.

In Andhra Pradesh zijn de resultaten van de beweging tegen kinderarbeid zichtbaar in de statistieken. Terwijl het aantal 'officieel werkende kinderen' in India tussen 1991 en 2001 in absolute aantallen is toegenomen van ruim 11 tot ruim 12,5 miljoen, is het in Andhra Pradesh met 30.000 gedaald. In procenten is dat de sterkste daling van alle deelstaten.

Ergste vormen
De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) publiceerde onlangs haar vierjaarlijkse Global Report over kinderarbeid onder de titel 'Het einde van kinderarbeid binnen bereik'. Volgens de ILO is het aantal kinderarbeiders de afgelopen jaren gedaald van 246 miljoen tot 218 miljoen, overigens vooral door een scherpe daling in Zuid-Amerika. Van die 218 miljoen doen 126 miljoen werk dat wordt gekwalificeerd als 'de ergste vormen van kinderarbeid'. Daaronder vallen onder meer kinderprostitutie, kindsoldaten, kinderen in illegale handel en vooral kinderen die 'gevaarlijk werk' doen. Veel beroepen die voor kinderen gevaarlijk zijn, worden overigens niet als zodanig erkend. En wat betreft het totale aantal: veel werkende kinderen worden niet meegeteld, bijvoorbeeld kinderen die thuis het huishouden doen of op het land van hun ouders werken én niet naar school gaan.

Met een geïntegreerde aanpak van alle vormen van kinderarbeid is de meeste winst te behalen. Toch kiest de ILO in haar wereldactieplan vooral voor het bestrijden van de ergste vormen van kinderarbeid. Dat maakt het heel lastig een sociale norm te laten beklijven dat alle kinderarbeid die schoolgang belemmert en/of gevaarlijk is, moet worden afgeschaft. Het aanpakken van de ergste en gevaarlijkste vormen van kinderarbeid is veel gemakkelijker in een omgeving die alle vormen van kinderarbeid afwijst. Als dat niet de norm is dan wordt de ene groep werkende kinderen makkelijk vervangen voor een andere.

Actieplan
De Europese campagne 'Stop kinderarbeid - School, de beste werkplaats' heeft de ILO, en dus ook haar lidstaten en de werkgeversorganisaties en vakbonden die uiteindelijk het beleid vaststellen, opgeroepen een actieplan te ontwerpen om alle vormen aan te pakken. De ratificatie door regeringen van het verdrag dat alle kinderarbeid verbiedt die kinderen tot minimaal 14 jaar uit school houdt, is de afgelopen jaren spectaculair verdubbeld tot 144. Inmiddels hebben 160 landen ook het verdrag tegen de ergste vormen van kinderarbeid geratificeerd. Dus wat let de ILO om die landen te ondersteunen bij het maken van plannen om op basis van beide verdragen alle vormen van kinderarbeid aan te pakken die kinderen uit school houden? Jammer genoeg heeft India geen van beide verdragen ondertekend. Is dat wellicht tekenend voor de prioriteit die het bestrijden van kinderarbeid voor de centrale overheid heeft?

Gerard Oonk is directeur Landelijke India Werkgroep (LIW). De LIW maakt samen met de Algemene Onderwijsbond, de FNV, Hivos en organisaties uit vijf andere Europese landen deel uit van de campagne 'Stop Kinderarbeid - School de beste werkplaats'.


terug LIW in de pers Kinderarbeid & Onderwijs HOME Landelijke India Werkgroep


Landelijke India Werkgroep - 13 juni 2006