terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd op: www.minbuza.nl, 11-4-2007


Bert Koenders in rol van luisteraar:
Levendige aftrap van serie MDG-bijeenkomsten



Wat kunnen we samen doen om de Millennium Ontwikkelingsdoelen (MDG’s) dichterbij te halen? Deze vraag is leidend tijdens vijf thematische bijeenkomsten waarin minister voor Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders in gesprek gaat met de Nederlandse samenleving: vertegenwoordigers van NGO’s, bedrijven, kerken en tal van andere profit en non-profit instellingen. Op zoek naar originele ideeën en naar de bereidheid bij de aanwezigen hieraan zelf concreet bij te dragen. Op deze eerste bijeenkomst, woensdag 11 april in Leiden, staat ‘Education first’ op de agenda.

Van de bijeenkomst is een foto-impressie beschikbaar evenals een videoverslag (wmv bestand).

Van de African Diaspora Policy Centre tot het Albeda College, van Kerkinactie tot SOS Kinderdorpen en van de Landelijke India Werkgroep tot Ecorys: bijna vijftig vertegenwoordigers van organisaties uit alle hoeken en gaten van de Nederlandse samenleving, hebben nieuwsgierig gehoor gegeven aan de uitnodiging van minister Koenders om te komen praten over de MDG’s 2 en 3. Centraal staat de vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat in 2015 alle jongens en meisjes naar school gaan en deze ook afmaken. ‘Wat kunnen we als overheid beter doen, wat zou u zelf anders kunnen doen en hoe kunnen we beter samenwerken’, legt de bewindsman de aanwezigen in de zaal voor. Want dat er op het gebied van basisonderwijs wereldwijd nog wel wat te verbeteren valt, laat een tussentijdse scan van het ministerie van Buitenlandse Zaken zien: 77 miljoen kinderen gaan nog altijd niet naar school en 850 miljoen mensen vanaf 15 jaar zijn analfabeet. Tweederde hiervan is vrouw.

Rare discrepantie
De uitnodiging tot meedenken is niet aan dovemansoren gericht. Binnen een mum van tijd vliegen de statements, ideeën, suggesties, opvattingen en ervaringen rijp en groen door de zaal. Over dat we de rol van kinderarbeid niet moeten vergeten bijvoorbeeld. ‘Want het onderwijsprobleem komt niet alleen uit armoede voort’, stelt Gerard Oonk van de Landelijke India Werkgroep. ‘Het is net zo goed een cultureel probleem en het belemmert veel van deze kinderen om naar school te gaan.’Die sociale norm moeten we aanpakken’, stelt hij voor. ‘Daar moeten we strategieën op inzetten.’

Kees de Jong van Edukans plaatst juist een kritische kanttekening bij het basisonderwijs dat er wel is. ‘Veel schoolsystemen zijn Angelsaksisch van aard. School is een afvalrace naar boven. Slechts tien procent stroomt door naar voortgezet onderwijs. Er is een sterke onderwaardering voor het beroepsonderwijs; iedereen leert op school dat het draait om de white collar jobs in de stad. Maar het grootste deel van de bevolking leeft op het platteland.’ Hij pleit voor ‘meer skills training. Daar is meer geld te verdienen’.

Een andere aanwezige, net klaar met een onderzoek naar onderwijs in Burkina Faso, onderstreept dat. ‘Wij vinden het hier al geweldig als kinderen daar de lagere school afmaken, maar ouders daar vinden dat hun kind gefaald heeft als het slechts basiseducatie heeft. Dat is een rare discrepantie.’ Haar suggestie: ‘Zorg dat basisonderwijs relevanter is, meer toegesneden op de lokale situatie en breng dat dan ook over op de ouders.’

Uitholling public education
De uitnodiging tot meedenken is niet aan dovemansoren gericht. Binnen een mum van tijd vliegen de statements, ideeën, suggesties, opvattingen en ervaringen rijp en groen door de zaal. Over dat we de rol van kinderarbeid niet moeten vergeten bijvoorbeeld. ‘Want het onderwijsprobleem komt niet alleen uit armoede voort’, stelt Gerard Oonk van de Landelijke India Werkgroep. ‘Het is net zo goed een cultureel probleem en het belemmert veel van deze kinderen om naar school te gaan.’Die sociale norm moeten we aanpakken’, stelt hij voor. ‘Daar moeten we strategieën op inzetten.’

Kees de Jong van Edukans plaatst juist een kritische kanttekening bij het basisonderwijs dat er wel is. ‘Veel schoolsystemen zijn Angelsaksisch van aard. School is een afvalrace naar boven. Slechts tien procent stroomt door naar voortgezet onderwijs. Er is een sterke onderwaardering voor het beroepsonderwijs; iedereen leert op school dat het draait om de white collar jobs in de stad. Maar het grootste deel van de bevolking leeft op het platteland.’ Hij pleit voor ‘meer skills training. Daar is meer geld te verdienen’.

Een andere aanwezige, net klaar met een onderzoek naar onderwijs in Burkina Faso, onderstreept dat. ‘Wij vinden het hier al geweldig als kinderen daar de lagere school afmaken, maar ouders daar vinden dat hun kind gefaald heeft als het slechts basiseducatie heeft. Dat is een rare discrepantie.’ Haar suggestie: ‘Zorg dat basisonderwijs relevanter is, meer toegesneden op de lokale situatie en breng dat dan ook over op de ouders.’

Radio
Dan snijdt de minister het onderwerp onderwijs in (post)conflictgebieden aan. Niet voor niets, want uit de scan van het ministerie blijkt dat een derde van de kinderen die nu niet naar school gaan in zo’n gebied woont. ‘Daar interventies plegen, dat is de uitdaging. Maar hoe dan? Zijn daar ideeën over’, wil Koenders weten.

Machteld Ooijens van ICCO heeft die wel. ‘Zo kijken wij samen met mensen van lokale gemeenschappen in Zuid Sudan integraal wat we op het terrein van basiseducatie kunnen doen. Iedereen brengt zijn eigen expertise in. Een schoolvoorbeeld van hoe je gezamenlijk toch iets kunt betekenen in zo’n gebied’, betoogt zij.

Ook Lem van Eupen van RNTC, een organisatie die projecten doet op het snijvlak van media, educatie en ontwikkelingssamenwerking, kan uit eigen ervaring putten. ‘Zo maken wij vaak gebruik van media in een community. Radio in rurale gebieden kan bijvoorbeeld een heel goed instrument zijn om onderwijsinhoud bij mensen te brengen. Zo hebben wij in Sierra Leone lokale mensen opgeleid om met mobiele units dwars door het land te gaan en artsen en onderwijzers ertoe te bewegen om informatie die in hun hoofd zit via radio over te brengen.’ Ook heeft RNTC samen met Unicef in Ethiopië met ouders en kinderen gepraat over hoe het komt dat meisjes daar vaak niet naar school gaan. ‘Het bleek een veiligheidskwestie te zijn. Ouders waren bang dat hun kinderen iets zou overkomen. Dus hebben we samen een oplossing bedacht: de jongens escorteren nu voortaan de meisjes.’

Vaak is er in deze gebieden ook een probleem met de financiering, weet Lia van Nieuwenhuizen van Save the Children. ‘Wij hebben daar pas onderzoek naar gedaan. En wat blijkt? In (post)conflictgebieden wordt 43% minder geld geïnvesteerd in onderwijs, vergeleken met meer stabiele gebieden.’

Voortrekkersrol
In hoeverre speelt de regiekwestie nog een rol, wil Koenders dan weten. ‘Kijk je naar alle initiatieven, dan zijn er eerder te veel dan te weinig, zonder enige coördinatie. Als, zoals in (post)conflictgebieden vaak het geval is, de overheidsstructuren ter plaatse niet goed genoeg zijn om samen te werken, hoe bundel je die dan?’

Jenne van der Velde van SLO, het Nationaal Expertisecentrum voor Leerplanontwikkeling, ziet liever een andere vraag. ‘Kijk je naar de geldstromen en de denkkracht, dan is schaalvergroting niet altijd beter. Soms leidt dat tot meer bureaucratie. Dus gaat het erom hoe je dat verschijnsel kunt omzeilen.’

Het antwoord? ‘Kennisdeling helpt’, weet een van de aanwezigen. ‘Er is veel diversiteit. Breng deskundigen bij elkaar, zowel Noord-Zuid als zeker ook Zuid-Zuid. Dat werkt enorm goed.’ Maar ook meer controle op de besteding van budgetten is al een flinke stap voorwaarts, betoogt zij. ‘Laat de civil society maar op alle niveaus controle uitoefenen. Daar kan de overheid een voortrekkersrol in vervullen.’

Vooraan in de rij
Aan suggesties, opmerkingen en aanbevelingen geen gebrek. ‘Maar het gaat uiteindelijk om samenwerking’, stelt Koenders aan het slot van de bijeenkomst in Leiden nuchter vast. ‘Hoe kunnen we dit millenniumdoel dichterbij halen? Daarvoor moeten we in de komende twee maanden toch echt concrete afspraken gaan maken, die we dan in de volgende jaren verder kunnen gaan uitwerken.’

En ook deze oproep is niet aan dovemansoren gericht. Veel deelnemers voelen zich na afloop uitgedaagd om die handschoen op te pakken. ‘Wat ik vooral prettig vind is die open houding. Niet: ‘wij gaan het zus en zo doen’, maar ‘vertellen jullie het maar’. Al was het vanavond natuurlijk wel een grote club, en blijf je dan al vrij snel in algemeenheden hangen. Daarom ben ik zeker in voor een vervolg in kleiner verband. Want de follow-up, daar gaat het nu om’, aldus Wim Westerman van Educa Transfer Projects na afloop.

Ook aan Tom Visser van het CINOP, het Centrum voor Innovatie en Opleidingen zal het niet liggen. ‘Wat bij mij is blijven hangen is dat verhaal van die conflictgebieden. Nu doen wij vooral nog projecten in veilige prioriteitslanden. Maar wij willen best onze expertise verbreden naar dit soort landen. We weten alleen niet goed hoe. Als we daar samen met andere partijen, waaronder de overheid, over kunnen gaan nadenken, dan sta ik vooraan in de rij om mee te doen.’




terug LIW in de pers Verantwoord Ondernemen HOME Landelijke India Werkgroep


Landelijke India Werkgroep - 14 augustus 2007