terug
Onderstaande artikelen zijn gepubliceerd in Sp!ts, 18-6-2007

door:
Margreet van Beem

Kinderarbeid bestrijden vanuit je kantoorstoel





Niemand is voor kinderarbeid. Maar eenmaal op kantoor is het helaas snel de 'ver-van-je-bedshow'. Want wie weet of de producten die je verkoopt of de koffie die je drinkt niet ergens in de keten door tien kleine vingertjes zijn aangeraakt? "Bedrijven willen sociaal zijn, maar beknibbelen vaak tot het laatste dubbeltje, dat spoort niet."

Kinderarbeid is nog altijd een immens probleem. Wereldwijd zijn er zo'n 218 miljoen kinderen aan het werk. Veel meer kinderen hebben uiteraard 'werk', maar deze 218 miljoen doen zware klussen, werken vaak in onveilige omstandigheden en gaan bovendien niet naar school. Meer dan de helft van de kinderen is tussen de 5 en 14, zo blijkt uit onderzoek van de ILO, de VN-organisatie voor arbeid. Zeker 126 miljoen kinderen doen ronduit gevaarlijk werk: beulen zich af in steengroeven of worden met pesticiden besproeid op het land.

In Afrika is het probleem het grootste, maar ook in Azië, vooral Zuid-Azië, zijn erg veel kinderen aan het werk, weet Gerard Oonk, van de Landelijke India Werkgroep. En een van de partners van de campagne 'Stop Kinderarbeid. School, de beste werkplaats' (www.stopkinderarbeid.nl).

In 2016 moet er een einde komen aan de ergste vormen van kinderarbeid, zo is wereldwijd afgesproken. Via programma's en internationale afspraken moeten kinderen stap voor stap hun jeugd en hun leven terugkrijgen. Zo is vorige week op de VN-dag tegen kinderarbeid bijvoorbeeld een landbouwpact opgericht, dat de uitbuiting in de landbouw moet tegengaan. In Zuid-Amerika lijkt het cijfer ook te dalen volgens de VN, weet Oonk. "In Brazilië en Mexico zijn grote programma's die ouders een uitkering geven op voorwaarde dat hun kinderen naar school gaan. Maar in Afrika groeit de kinderarbeid en in Azië blijft het weliswaar gelijk, maar groeit het in bepaalde landen."

Alle reden om ook bedrijven in Nederland op hun verantwoordelijkheid te wijzen. De kinderarbeid bij export-producten, die gemaakt worden voor ons, zijn maar een paar procent, weet Oonk. Maar vaak maken bedrijven en fabrieken ook gebruik van toeleveranciers. En hoe die aan hun waar komen, is lang niet altijd bekend. Al met al hebben Nederlandse bedrijven op die manier dus ook geen 'schone handen'. Een akelig idee. "Veel bedrijven zeggen ook dat ze er best wat aan willen doen, maar weten niet hoe." Om daarachter te komen, moeten ze immers vaak op onderzoek uit in het land van herkomst of contact zoeken met locale organisaties. Dat kost geld en tijd. Bedrijven zijn daarnaast bang dat als ze zelf geld investeren in maatschappelijk verantwoord ondernemen ze het niet redden ten opzichte van concurrenten die dat niet doen. Sommige steken dan ook maar liever hun kop in het zand.

Om hen op weg te helpen, werd vrijdag het actieplan 'Van werk naar school' gepresenteerd met vijftien aanbevelingen voor bedrijven. De eerste aanbeveling is dat bedrijven alle vormen van kinderarbeid moeten aanpakken die kinderen uit school houden. Bedrijven kunnen daarvoor actiever steun zoeken bij vakbonden, hulporganisaties en andere bedrijven. "Dat scheelt geld en die hebben er vaak ook meer verstand van", zegt Oonk. Een andere aanbeveling is dat bedrijven actief kunnen vragen om een goede administratie van geboortegegevens.

Werknemers kunnen ook zelf iets doen. Veel bedrijven willen wel iets doen maar maken een spagaat, weet Oonk. "Vaak willen ze sociaal zijn, maar de inkopers onderhandelen tot het laatste dubbeltje, dat spoort niet. Terwijl een paar eurocent meer loon al veel verschil kan maken." Werknemers kunnen daarnaast actief hun directie aanspreken, stelt hij. "Je kunt vragen hoe je bedrijf de dingen doet, waar het inkoopt. En of het opdrachten geeft in een land als India. En of werknemers zich er mogen verenigen in vakbonden." Dat soort vragen stellen, heeft zeker zin, weet hij.


door:
Sanderijn Loonen

Zonder dromen begin je niets



Dat kledingconcern Esprit banden heeft met een Indiaas naaiatelier waar kinderen werken bevreemdt haar niet. "Het is zomaar één van de vele merken. Ik durf te wedden dat bijna iedere Nederlander momenteel minstens één kledingstuk draagt waar kinderen op de een of andere manier voor gezwoegd hebben. Esprit is echt geen uitzondering."

Aan het woord is Sandra van Beest (22), derdejaarsstudente Internationaal Recht en VN-jongerenvertegenwoordiger bij de Nationale Jeugdraad. Dit houdt in dat ze de Nederlandse jongeren mag vertegenwoordigen bij verschillende commissies van de Verenigde Naties in New York, en in Nederland zoveel mogelijk jongeren daarbij betrekt. Vorig jaar oktober werd ze tijdens de 'Nacht van de VN' verkozen in een bomvolle Melkweg. Direct daarna vertrok ze naar New York, speechte voor honderden mensen tijdens een VN-conferentie.

Binnenkort zit ze om tafel met minister Koenders van ontwikkelingssamenwerking en ontmoet ze de nieuwe secretaris-generaal Ban Ki-moon. "Ik wilde allang iets ten goede veranderen, maar wist niet goed wat ik nu eigenlijk zelf kon doen. De directe aanleiding om jongerenvertegenwoordiger te worden is een jongerenreis naar India geweest voor een project over kinderarbeid. Daar ontmoette ik een meisje van 15, die al tien jaar werkte, en graag naar school was gegaan. Ik kon haar niet helpen. Dat was het moment dat ik besloot me in te gaan zetten."

"Iedere VN-jongerenvertegenwoordiger kiest een aandachtsgebied. Mijn speerpunten zijn onderwijs voor iedereen en gelijke rechten voor mannen en vrouwen. Twee onderwerpen die heel veel met kinderarbeid en de oplossing daarvan te maken hebben. Kinderen die naar school gaan werken niet. Daarnaast worden vaak eerder jongetjes dan meisjes naar school gestuurd."

In Nederland bestaat haar werk vooral uit het spreken met jongeren. "De uitkomsten daarvan probeer ik samen met mijn VN-jongerenadviesgroep om te zetten in concrete voorstellen die ik vervolgens met diplomaten van de Nederlandse delegatie en de minister bespreek. Als ze de voorstellen goed vinden, worden ze opgenomen in het Nederlandse standpunt dat door de Nederlandse delegatie uiteengezet wordt in New York."

"Ik ben de jongste van de delegatie, maar ik heb nooit het gevoel dat ik niet serieus word genomen. Als je ervoor zorgt dat je heel goed weet waar je het over hebt en met goede voorstellen komt, moeten ze wel. Van de tien voorstellen die ik tot nu toe heb gedaan, zijn er zeven daadwerkelijk in een VN-resolutie opgenomen."

Voor veel mensen is kinderarbeid misschien een ver-van-mijn-bedshow omdat het niet direct zichtbaar is. "Als jij een winkel binnenloopt zie je het eindproduct. De bergen katoen die door kinderhandjes

Meer weten?

www.stopkinderarbeid.nl
www.millenniumdoelen.nl
De VN-jongerenvertegenwoordiger van volgend jaar worden?
www.dewereldvandevn.nl
Sandra adviseren?
www.sandranaardevn.nl
Weten wat jij kan doen?
www.ikbengeweldig.nl
www.watkunjijdoen.nl
onder erbarmelijke omstandigheden zijn geplukt zijn al verwerkt. En het is ook niet zo dat achter in de winkel kinderen broeken zitten te naaien. Maar als je het niet ziet, wil dat niet zeggen dat het niet gebeurt. Het probleem is dat vrijwel iedere winkel ergens in het productieproces met kinderarbeid te maken heeft, soms ook zonder dat ze het zelf weten. Voor één bedrijf is het heel moeilijk om precies na te gaan of er ergens kinderen aan te pas komen. Bedrijven zouden zich dan ook moeten verenigen. Er moet een basisverandering komen over de hele linie. Maar er zijn inderdaad winkels waar ik niet koop, omdat ze er wel van op de hoogte zijn, maar niet de moeite willen doen om het te veranderen."

"Of het geen druppel op een gloeiende plaat is? Die opmerking hoor ik vaak. Toen Abel, mijn broertje van zes, hoorde dat ik naar India zou gaan voor een project over kinderarbeid gaf hij mij twee euro zodat de kindjes niet meer hoefden te werken. Ik heb hem toen uitgelegd dat er daar heel veel kinderen zijn, dus dat er ook heel veel geld nodig is. Een paar weken later gaf hij me honderd euro. Hij heeft op een warme dag drieënhalf uur lang bekertjes water verkocht aan voorbijgangers. In India heb ik gevraagd wat ze ermee konden doen. Van dat geld gingen ze een jaar lang een lerares inhuren. Als een zesjarige al iets kan veranderen, dan moet iedereen dat toch kunnen. Ook als je voor slechts één persoon verschil maakt, is dat geen druppel op een gloeiende plaat."

Het voornaamste doel dat de jongerenvertegenwoordigster zichzelf gesteld heeft, is jongeren motiveren actie te ondernemen. "Laat je stem horen, schrijf brieven naar de regering, bedrijven of kranten. Op die manier kun je ervoor zorgen dat onderwerpen die jij belangrijk vindt boven aan de prioriteitenlijst van politici komen te staan. Of probeer bewuster te kopen, zoals fairtradeproducten." De wereld is wel degelijk te veranderen? "Als je van tevoren al zegt dat iets niet kan, bereik je ook niets. Het is tijd voor actie!"



terug LIW in de pers Kinderarbeid & Onderwijs HOME Landelijke India Werkgroep


Landelijke India Werkgroep - 18 juni 2007