terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in Trouw, 17-7-2007



Voor een dubbeltje op de eerste rang



Nederland heet sinds de Gouden Eeuw het land van koopmannen en dominees; handelaren met een opgeheven vingertje. In een artikelenserie vragen Trouw en de Wereldomroep zich af: wie wint er als handel en geweten in conflict raken?

In granietfabriek Heritage Granites, in de zuidelijke Indiase staat Tamil Nadu, buigt een man zich in een wolk van stof over een granieten plaat. Hij heeft een doek om zijn hoofd, een mondkapje bungelt op zijn borst. Het is warm en lawaaierig, stof plakt op zijn huid. Met zijn gewicht duwt hij een polijstmachine tegen de harde steen. Achter hem zuigen gigantische ventilatiesystemen het stof af.

Heritage Granites is een van de grootste granietexporteurs in India. In acht enorme loodsen, waar deuren en ramen ontbreken vanwege de warmte, werken vijfhonderd mensen. Iedere dag staan er mensen aan de poort om werk te bedelen. In barakken achter de fabriek wonen honderd migrantenarbeiders, vaak jonge mannen die een gedeelte van hun inkomen opsturen naar vrouw en kinderen in de arme noordelijke staten van India.

De Nederlandse ondernemer Bert Reubsaet, directeur van RMP Grafmonumenten uit het Limburgse Schimmert, importeert sinds zeven jaar granieten grafmonumenten uit India. Hij vond een betrouwbare partner in Heritage Granites, vertelt hij in de schaduw van een van de loodsen op het terrein. „Kalai Mani, de directeur, staat open voor nieuwe ideeën. Ik heb vrijwel dagelijks contact met hem. Dat moet ook wel, want we maken heel persoonlijke grafmonumenten, en daar heb je veel communicatie over en weer voor nodig.”

Reubsaet voelt zich nauw betrokken bij de fabriek. „Kalai Mani komt vaak naar Europa en je ziet dat hier nu Europese machines zijn, en dat het water wordt hergebruik. Er is zelfs een diagnostisch centrum om stoflongen te voorkomen. Wij zijn betrokken geweest bij het bewustmakingsproces. Het is meer dan een zakenrelatie waarbij het alleen om geld gaat.”

De Nederlander werd vorig jaar benaderd door de Landelijke India Werkgroep (LIW) met de vraag zitting te nemen in de ’Werkgroep Duurzame Natuursteen’, waarin de branchevereniging enkele bedrijven en maatschappelijke organisaties zich beraadden op de inkoop van ’eerlijke’ natuursteen uit het buitenland.

De werkgroep heeft een gedragscode ontwikkeld waarin onder andere staat dat de betrokken ondernemers zich niet schuldig zullen maken aan kinderarbeid en milieuschade, en dat ze er op toezien dat ook hun toeleveranciers dat niet doen; de zogenoemde ketenverantwoordelijkheid. „Veel Nederlandse ondernemers zeggen dat kinderarbeid heel gewoon is in India”, zegt Pauline Overeem van de LIW. „Dat klopt, maar het is wel verboden.”

Het probleem in de keten van Bert Reubsaet zit voornamelijk in de granietgroeves waar de steen vandaan komt. Overeem: „Alle informatie die we hebben over groeves is bedroevend. Er is geen controle op kinderarbeid en schuldenarbeid. Dat zijn mensen die niet vrij zijn om van werkgever te veranderen, omdat ze schulden met woekerrentes hebben bij de eigenaren van de groeve. Veel ondernemers hebben daar nog nooit van gehoord en vragen daar ook niet naar, voor zover ze er al achter kunnen komen.”

Heritage Granites betrekt zijn graniet uit zo’n honderd groeves verspreid over heel India. Iedere groeve levert een bepaalde kleur. Bert Reubsaet heeft de meeste groeves wel eens bezocht. Hij is nooit kinderarbeid tegengekomen, zegt hij. „Maar dat wil niet zeggen dat het er niet is.”

Ook directeur Kalai Mani van de granietfabriek bezoekt de groeves regelmatig. Hij kijkt daarbij zelden of nooit naar de arbeidsomstandigheden van de arbeiders. „Ik zie wel dat er arme mensen werken, maar die zijn, denk ik, al blij dat ze werk hebben.”

Dus zal grafsteenimporteur Reubsaet zelf moeten toezien op de sociale en economische omstandigheden waaronder zijn graniet wordt gedolven, wil hij een zuivere productielijn krijgen. Hij reisde eind april af naar India om de gedragscode te testen, in gezelschap van Jolanda van Schaick, van CREM, een adviesbureau op het gebied van duurzame ontwikkeling. Namens de Nederlandse overheid bekeek zij Reubsaets keten.

In Bangalore, een rijke stad in het zuiden van India, op zeven uur rijden van de fabriek van Heritage Granite, bezoeken Van Schaick en Reubsaet de Indiase graniet- en natuursteenorganisatie AIGSA. Ze worden door president Munavar Basha ontvangen in een gekoelde vergaderzaal, flesjes koud water en schoteltjes koekjes en pinda’s op tafel. Basha garandeert dat er van kinderarbeid in de exportgroeves geen sprake is. „Het gaat daar om stenen van twee bij drie meter, dat is geen omgeving voor kinderen. Het werk is veel te zwaar. Europeanen denken vaak dat hier kinderarbeid is, maar ze vergissen zich want Indiërs zien er jonger uit dan ze zijn.”

Reubsaet en Van Schaick bezoeken ook een aantal groeves in de staat Tamil Nadu. Daar wordt wit graniet gedolven, Imperial White. Er wordt hard gewerkt. In groepjes van drie of vijf staan mannen op slippers bovenop enorme brokken graniet, grondboor in de hand, doek om het hoofd geknoopt, wit van het stof. Een man stopt een staaf dynamiet in de geboorde gaten, om de steen los te krijgen van de berg. Anderen bedienen graafmachines, of gooien kruiken met water over de afgebroken stukken graniet, om te zien of er geen barsten in zitten. Het geluid is oorverdovend en de hitte overweldigend.

Van Schaick en Reubsaet stappen op een aantal arbeiders af en stellen ze vragen: hoe oud ze zijn, hoeveel dagen ze werken, of ze pauze mogen nemen, hoeveel ze verdienen. Het is de enige manier om erachter te komen of er misstanden zijn. De mannen zijn verbaasd dat ze zo’n blanke delegatie zien. Ze laten hun werk in de steek en komen kijken. De taal blijkt een probleem. De eigenaar van de groeve werpt zich op als tolk, maar de antwoorden worden er niet duidelijker op.

Wel wordt duidelijk dat de salarissen schrikwekkend laag zijn: flink onder het wettelijk minimumloon van 55 euro per maand. Reubsaet: „Als ze twee keer zoveel zouden verdienen, zouden we daar in Nederland niets van merken.”

In de fabriek van Heritage Granites was het ook al geconstateerd: niet iedereen verdient het minimumloon. Maar directeur Kalai Mani heeft nog nooit meegemaakt dat een Westerse onderneming bereid was meer te betalen voor een monument, als de povere salarissen in India daardoor zouden stijgen. Kali Mani: „Integendeel. Westerse klanten willen altijd alleen maar minder betalen.”

Voor een dubbeltje op de eerste rang zitten is een karaktereigenschap van de Nederlander, zegt Bert Reubsaet. „Kijk maar naar onze reclames: ’Goedkoper kan niet, ik ben toch niet gek?’ Dat is onze cultuur. Maar ergens in de wereld wordt iemand daar de dupe van.”

Het is nog niet simpel om te achterhalen of de keten van RMP Grafmonumenten duurzaam is. „Partijen spreken elkaar tegen”, zegt Jolanda van Schaick van CREM. „Van ’er is helemaal niks aan de hand’, tot ’het is vreselijk op ieder gebied’. Maar wie je ook spreekt, iedereen heeft het erover dat de wetgeving beter wordt nageleefd dan een paar jaar geleden en dat er minder kinderarbeid en slavenarbeid is.”

Dat het beter gaat in de groeves die werken voor de exportmarkt dan in de groeves voor de lokale markt, komt volgens Van Schaick wellicht door de druk vanuit Westerse partijen om internationale standaarden na te leven. „Dat wordt hier wel gevoeld. Maar dat wil niet zeggen dat er geen dingen gebeuren die niet duurzaam zijn. Er zijn zeker nog wel schendingen van mensenrechten, er is nog kinderarbeid en het milieu krijgt weinig aandacht.”

Wat betekent deze conclusie voor ondernemer Reubsaet, die naar eigen zeggen in Nederland geen monumenten wil verkopen waar ’bloed aan kleeft’?

„Als er misstanden zijn, moet je kijken naar een oplossing”, zegt hij. „Er is niemand bij gebaat als iedereen zou zeggen: ik hoef geen steen meer uit India. Maar het verandert. Tien jaar geleden liepen mensen hier allemaal op blote voeten, en misschien over vijf jaar allemaal op veiligheidsschoenen.”


terug LIW in de pers Verantwoord Ondernemen HOME Landelijke India Werkgroep


Landelijke India Werkgroep - 31 juli 2007