terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd op IndianFeelings.com, 18-10-2007


"Indiaas katoen besmet met kindslavernij"



Blijkens een nieuw gepubliceerd [LIW-]rapport zou de Indiase katoenindustrie nog steeds met kindslaven werken. 416.000 kinderen jonger dan 18, waarvan 225.000 die zelfs nog geen 14 zijn, maken lange dagen tegen extreem lage lonen. “En door het toenemend belang van katoenteelt in India, zullen de cijfers nog stijgen”, aldus Dr. Davaluri Venkateswarlu.

Kinderen worden door plaatselijke boeren ingeschakeld in het arbeidsintensieve proces van het met de hand kruisen van zaadplanten. “Met hun fijne vingers zijn ze beter geschikt voor die taak dan volwassenen”, vindt een katoenzadenboer uit Andhra Pradesh, een van de onderzochte deelstaten. Een werkdag van twaalf uur op het veld wordt beloond met een schamele halve euro per dag. Daarbij komt nog dat de kinderen niet de minste bescherming dragen tegen de langdurige blootstelling aan pesticiden, met vaak de dood tot gevolg. Vier van de vijf werkende kinderen wordt door de onderzoekers bestempeld als ‘kindmigrant zonder ouders’. Ze worden tussen boeren onderling verhandeld, wat hen erg kwetsbaar maakt voor lichamelijk, psychisch en seksueel geweld.

De verschillende overheden doen weinig of niets om het probleem van de kinderarbeid aan te pakken. Bovendien zorgt de positieve houding van de regering ten aanzien van de boeren voor druk op de Indiase arbeidsinspectie. De laatste drie jaar noteerde die dienst opvallend minder klachten dan tevoren. “Er wordt hen gevraagd heel voorzichtig om te springen met klachten tegen boeren die zich schuldig zouden maken aan kindslavernij.” Geld van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) voor de opvang van kinderen in scholen wordt misbruikt. Het verdwijnt in de zakken van eigenaren van tapijtbedrijfjes of de scholen worden bevolkt door kinderen van deze eigenaren en kennissen. Er is geen garantie dat exporteurs en weefbazen die het keurmerk: Rugmark aanvragen al hun weefgetouwen ter inspectie aanbieden. Sommige grote bedrijven hebben minder getouwen opgegeven dan je op basis van hun omzet zou verwachten. Evenals de Indiase wet laat Rugmark familiearbeid toe: kinderen en neefjes van de weefbaas mogen buiten de schooluren tapijten knopen. Dat bemoeilijkt de inspecties. Wanneer is er sprake van schooluren? En hoe maken inspecteurs onderscheid tussen kinderen van een familie en andere kinderen? 'Wat erger is: De inspecteurs rijden rond in jeeps. Men ziet hen minuten van tevoren aankomen. De weefbazen worden gewaarschuwd. Zij sturen hun kinderen snel weg. De inspecteurs worden geregeld geconfronteerd met onverklaarbaar lege plaatsen aan de getouwen, terwijl het tapijt over de hele breedte egaal is geweven - wat er dus op wijst dat kort tevoren alle wevers aanwezig waren. Negentig procent van al het tapijtwerk gebeurt in gammele schuurtjes, verspreid over een gebied anderhalf keer zo groot als Nederland. Probeer die maar eens op te sporen. Het label is trouwens geen doel, maar een middel om een maatschappelijke discussie over kinderarbeid op gang te brengen. In ongeveer drie kwart van de gevallen bestaat het vermoeden dat buiten de inspecties kinderen aan het werk zijn. Het controlesysteem moet drastisch worden verfijnd. Er moeten lokale vertegenwoordigers worden ingeschakeld om de controles uit te voeren. Zoals het er nu naar uitziet, wordt enkel de industrie beter van het Rugmark.

Actiegroepen, met voorop de SACCS (de Zuid-Aziatische Coalitie tegen Kinderhorigheid) van Kailash Satyarthi, laten niet los. Zij dwingen de overheid richtlijnen af te geven over kinderarbeid. Daarbij wordt buitenlandse steun, waaronder die van IGEP (de Indo-Duitse Export Promotie), dankbaar aanvaard. De IGEP en SACCS stampten het Rugmark uit de grond. De industrie verschuilt zich vooral achter woordenstromen die soms onder dwang licht van toon veranderen. Dat leidde tot de volgende ontwikkeling: na een pleidooi voor de 'positieve kanten' van kinderarbeid volgde een strategie van ontkenning die beetje bij beetje werd aangepast. Zo veranderde 'er werken geen kinderen in de industrie' in 'er werken geen kinderen meer in de industrie'.

De weefbazen blijven intussen naarstig speuren naar kindarbeiders, omdat ze goedkoop en volgzaam zijn, betere ogen hebben dan volwassenen en ook op de afschuwelijkste werkplek langdurig hun concentratie vasthouden, soms zestien uur per dag. Naarmate de leeftijd stijgt worden ze minder geliefd. Op een leeftijd van 15 jaar worden ze te oud, zijn ze lichamelijk ook 'afgeschreven' en worden ze vervangen door jongere kinderen. Geld voor de verrichte arbeid krijgen ze niet, want 'de kosten van opleiding, opvang en voeding' stijgen volgens de weefbazen uit boven 'het loon waar zij recht op zouden hebben'. Hun lot is onzeker. De eigenaar kan hen terugsturen naar de ouders of hen doorverkopen. "Met een beetje tegenslag komen ze terecht in de prostitutie of worden ze, met moedwillig gebroken of geamputeerde leden, omgeschoold tot bedelaar.


terug LIW in de pers Kinderarbeid en Onderwijs HOME Landelijke India Werkgroep


Landelijke India Werkgroep - 29 oktober 2007