terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in Tijdschrift voor de Rechten van het Kind, dec 2007

door:
Marten van den Berge

Redactioneel


Kinderarbeid


De afgelopen twee maanden stond het thema kinderarbeid volop in de belangstelling. Door het staatsbezoek van koningin Beatrix aan India werd er zowel in de politiek als in de media aandacht gevraagd voor de duizenden kinderen die daar onder mensonterende omstandigheden werken.

De Indiase overheid nam Nederland deze aandacht niet in dank af en dreigde zelfs met een handelsboycot. Ondanks deze bedreiging lijkt India, en de rest van de wereld, nog niet van Nederland af wat betreft kinderarbeid, tenminste als het aan minister Verhagen van Buitenlandse Zaken ligt. Op 6 november 2007 presenteerde hij zijn nota 'Naar een menswaardig bestaan' waarin hij stelt dat er in het Nederlandse buitenlandbeleid meer aandacht moet komen voor mensenrechten. Kinderrechten, met daarbij speciale aandacht voor het 'uitbannen van kinderarbeid', noemt hij als een van de zes speerpunten.

Deze aandacht voor kinderarbeidproblematiek is natuurlijk prachtig! Echter, twee kanttekeningen zijn hierbij op zijn plaats. Ten eerste ligt de nadruk bij de ophef die is ontstaan voornamelijk op Westerse exportbedrijven die gebruik maken van kinderarbeid. Het is goed en nodig dat deze bedrijven worden aangesproken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid bij internationaal ondernemen (MVO). Kinderarbeid in de productieketen is een schending van het Kinderrechtenverdrag en mag niet getolereerd worden. Toch is het ook belangrijk te realiseren dat maar een klein percentage van de ruim 218 miljoen kinderarbeiders in exportsectoren werken. De rest werkt in een groot scala aan andere sectoren: kindsoldaten, kinderprostituees, huismeisjes, marktsjouwers, steenhakkers, etcetera. Maatschappelijk verantwoord ondernemen lijkt een deel van de oplossing, maar moet wel in perspectief worden geplaatst: voor een oplossing van het probleem van kinderarbeid moet men verder kijken dan alleen de producten die bij ons op de markt verschijnen.

Een tweede overpeinzing is dat de discussie over MVO en kinderarbeid zich vaak exclusief richt op hoe de productieketen kinderarbeidvrij gemaakt kan worden. Zo pleit Verhagen voor een "verbod op de invoer van producten die door kinderarbeid tot stand zijn gekomen". In de media was er vooral aandacht voor 'bevrijding' van kinderarbeiders uit hun werkomgeving. De vraag is echter wat er vervolgens gebeurt met de kinderen wanneer zij worden ontslagen uit lokale bedrijfjes of daaruit worden 'bevrijd'. Er zijn helaas veel voorbeelden van kindarbeiders die, bij het plotseling wegvallen van hun arbeidsplekken, terecht komen in sectoren waar de arbeidsomstandigheden vaak even erg, zo niet erger, zijn. De kern van het probleem is dat het verbieden van kinderarbeid alleen niets verandert aan de oorzaken waarom kinderen in eerste instantie werken. Zolang deze oorzaken niet worden aangepakt zullen kinderarbeiders logischerwijs op zoek (moeten) gaan naar ander werk en zal het probleem zich slechts van de ene economische sector naar de andere verplaatsen. Bij oplossingsgericht denken gaat het dus niet alleen om verbieden of bevrijden, maar vooral ook om het aanbieden van alternatieven voor kinderarbeiders en hun families. Hierbij zijn er veel voorbeelden te noemen van projecten en programma's voor betere scholing, meer en beter betaald werk voor de ouders, werken aan normen ten opzichte van kinderarbeid, etcetera. Hopelijk komt er in de discussie rond het MVO en kinderarbeid meer ruimte voor dergelijke alternatieven als belangrijk deel voor de oplossing van het probleem van kinderarbeid.


terug LIW in de pers Kinderarbeid en Onderwijs HOME Landelijke India Werkgroep


Landelijke India Werkgroep - 16 januari 2008