terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in Spanning, jan 2008
(uitgave van het wetenschappelijk bureau van de SP)

door:
Mario van de Luijtgaarden

Stop kinderarbeid, school de beste werkplaats



Volgens een schatting van de ILO (de Internationale Arbeidsorganisatie) zijn er wereldwijd 218 miljoen kinderen aan het werk, waarvan een kwart in India. Het gaat om zeer jonge kinderen die veertien uur per dag werken, onbetaald of voor een schijntje. Ze worden geslagen en misbruikt door meedogenloze werkgevers en gedwongen te werken in gevaarlijke en ongezonde omstandigheden. Het zijn kinderen die geen kind mogen zijn, geen onderwijs volgen en daardoor de kans niet krijgen om te ontsnappen uit de armoede. De strijd tegen kinderarbeid is effectiever als die gepaard gaat met een strijd vr sterkere vakbonden.

Kinderarbeid wordt - ook in het Westen - vaak gezien als een noodzakelijk kwaad: doordat die kinderen wat geld verdienen, is de armoede in de gezinnen minder schrijnend. Maar dat is de zaak op zijn kop zetten. Kinderarbeid is niet het gevlg van armoede, maar juist de veroorzaker en bestendiger ervan. Kinderlonen drukken het loon van volwassenen, die daardoor onder het bestaansminimum komen. Die cirkel kan worden doorbroken door kinderen naar school te sturen en tegelijkertijd volwassen werknemers te organiseren, vakbonden op te richten en de mensen te leren hoe ze voor hun eigen belangen kunnen opkomen. Daar ligt de essentie van het bestrijden van kinderarbeid. Op het moment dat je kinderarbeid niet bestrijdt en mensen niet in staat stelt zich te organiseren in vakbonden, ontneem je ze de mogelijkheden hun eigen positie en inkomen te verbeteren. Door naar school te gaan krijgen kinderen de kans later op een behoorlijke manier en tegen normale betaling in hun onderhoud en dat van hun eigen kinderen te voorzien. Dat heeft niet alleen een gunstig effect op die kinderen zelf, maar ook op hun omgeving, het dorp en het gebied waar ze wonen. Onze partners in de vakbeweging laten zien dat zij erin slagen het inkomen van mensen te verhogen terwijl tegelijkertijd hun kinderen de kans krijgen om naar school te gaan. Zo doorbreek je de cirkel.
Dat is in een notendop de belangrijkste reden waarom vakbonden zoals de FNV, wereldwijd actief zijn in de strijd tegen kinderarbeid. Het streven naar 'decent work' (een goede vertaling is eigenlijk nog niet gevonden, we spreken bijvoorbeeld over volwaardig werk) is daarom direct verbonden aan de strijd van vakbonden tegen kinderarbeid.

DE STRIJD TEGEN KINDERARBEID

De kranten staan er niet dagelijks vol mee. Toch blijkt uit het permanente ledenpanel van de FNV dat bestrijding van kinderarbeid bij onze achterban ongelooflijk sterk in de belangstelling staat. FNV-leden door heel het land zijn actief betrokken bij lobby's en solidariteitsacties. De FNV strijdt vanaf midden jaren negentig tegen kinderarbeid. In steeds meer landen voert FNV Mondiaal, de internationale afdeling van de FNV, projecten uit om onderwijs aan kinderen te bevorderen en uitbuiting tegen te gaan. Sinds 2003 werken FNV Mondiaal, de Algemene Onderwijsbond (AOb), Hivos en de Landelijke India Werkgroep (LIW) samen in de campagne 'Stop kinderarbeid, school de beste werkplaats'. We dringen er bij de Nederlandse en Europese overheid op aan om meer te doen aan het terugdringen van kinderarbeid.

ONDERWIJS VAN GROOT BELANG

De uitbanning van kinderarbeid en het recht op regulier dagonderwijs voor ieder kind gaan hand in hand. De activiteiten van de campagne richten zich daarom vooral op het opnemen van alle niet-schoolgaande kinderen in het gewone dagonderwijs. Dat betekent het wegnemen van belemmeringen om naar school te gaan en zorgen voor geld en infrastructuur die goed onderwijs mogelijk maken.
FNV Mondiaal steunt samen met de AOb en Education International (de internationale
Raykumar Yadav, ex-kindarbeider uit Noord-India: "Op mijn achtste ben ik in de steenoven gaan werken. De baas schreeuwde tegen me als ik struikelde en er bakstenen kapot vielen. In 1999 werd hier de School voor Kindarbeiders opgezet door de vakbond. Ik zei tegen mijn ouders: 'Dáár wil ik ook heen!' Nu zit ik in de achtste klas van de Highschool, in de stad. Ik ben goed in natuurkunde. Ik weet nog niet wat ik wil worden, maar met een opleiding kun je verder komen dan zonder."

Mohamed Mdahgri, projectleider namens de AOb: "Op vijf scholen met samen 8.000 leerlingen was vóór het project in Fès de uitval 500 tot 700 kinderen per jaar. Nu is dat nog geen 90. De animo om kinderen naar school te sturen is enorm vergroot. Ook andere scholen willen aan ons project meedoen. Het gaat dus heel goed."

onderwijsvakbond) een aantal projecten die erop gericht zijn de rol van leraren en hun vakbonden bij het bestrijden van kinderarbeid te versterken. Een voorbeeld daarvan is ons project in de stad Fs, in Marokko. Onder het motto 'voorkomen is beter dan bestrijden' heeft de Marokkaanse onderwijsbond SNE een uitgebreid proefprogramma opgezet om leerlingen die dreigen voortijdig van school te gaan en te gaan werken, intensief te begeleiden. Als leerlingen toch uitvallen, gaan leraren bij hun ouders op bezoek om ze te overtuigen van het belang van het afmaken van de school. En met succes: op de proefscholen in Fs is de uitval met 80 procent verminderd. Het project wordt nu uitgebreid naar andere steden in Marokko.

WAARBORG RECHTEN

Alle regeringen hebben de plicht kinderarbeid in hun land te verbieden of onmogelijk te maken. Alle landen die lid zijn van de ILO zijn verplicht om de fundamentele arbeidsrechten in hun landen te waarborgen zelfs als zij de betreffende ILO-verdragen (nog) niet hebben geratificeerd. Het gaat om zaken als recht op organisatie, recht op onderhandeling maar dus ook het verbod op dwangarbeid, discriminatie en kinderarbeid.
Ook moeten ze erop toezien dat overheidsorganisaties en particuliere ondernemingen, inclusief hun toeleveranciers en (internationale) handelspartners, zich houden aan het Verdrag voor de Rechten van het Kind en andere internationale verdragen die deze rechten beschermen. Als gevolg van hun streven naar Maatschappelijk Verantwoordelijk Ondernemen (MVO) moeten alle ondernemingen een plan
Solidariteitsfonds
De afgelopen jaren hebben FNV-bonden in enkele tientallen CAO's een solidariteitsbijdrage afgesproken. Ook in 2007 zijn dergelijke afspraken gemaakt. De bedragen variëren van enkele tonnen tot een paar honderd euro per CAO-afspraak. Dat geld gaat naar het solidariteitsfonds van FNV Mondiaal en de solidariteitsfondsen van FNV-bonden. Per jaar is dat een bedrag van enkele tonnen. Vanuit deze solidariteitsfondsen worden projecten ondersteund van vakbonden in ontwikkelingslanden, waaronder projecten tegen kinderarbeid. Het FNV-congres heeft in mei 2005 besloten dat de komende jaren de solidariteitsbijdrage van bonden moet worden verdubbeld. FNV-voorzitter Agnes Jongerius heeft verklaard erop toe te zien dat die afspraak wordt nageleefd.
uitwerken om kinderen uit hun productiebedrijven en toeleveringsketens te halen en ervoor te zorgen dat ze in regulier dagonderwijs terechtkomen. De FNV gaat in de toekomst extra aandacht besteden aan dit thema. We gaan bedrijven aanspreken op hun gedrag in het buitenland, vooral wat betreft hun toeleveringsketens. We willen de bedrijven stimuleren om, in samenwerking met lokale vakbonden, kinderarbeid aan te pakken en 'decent work' te bevorderen. Het is veelzeggend dat kinderarbeid zelden voorkomt op plaatsen en in bedrijven waar een vakbond actief is en waar fundamentele arbeidsrechten worden afgedwongen en gerespecteerd. Het uitbannen van kinderarbeid is immers nauw verbonden met de naleving van andere fundamentele arbeidsrechten: het recht om je te organiseren en collectief te onderhandelen over je arbeidsvoorwaarden, en het ontbreken van dwangarbeid en discriminatie.

DE BAKSTEENINDUSTRIE ALS VOORBEELD

Hoe het werkt, zien we in de Indiase baksteenindustrie. Die is berucht om haar arbeidsomstandigheden. In India is kinderarbeid sinds vorig jaar verboden voor kinderen beneden de veertien jaar. Toch ploeteren nog duizenden gezinnen met jonge kinderen dag in dag uit in de blubberige rivierklei. Met tien tot twaalf uur werken verdient een gezin met twee kinderen ongeveer 15 euro per week. Te weinig om van te leven, te veel om van te sterven.
Maar het aantal uitgebuite gezinnen in de Indiase baksteenindustrie wordt steeds kleiner, mede door de inspanningen van internationale vakbonden zoals de BWI, de internationale bond van bouw- en houtwerkers, waarbij ook FNV Bouw is aangesloten. Het komt er bij dergelijke projecten niet alleen op aan werkgevers op de regels en kinderen op hun rechten te wijzen, maar ook om scholen te bouwen. Meer dan 15.000 kinderen zijn inmiddels uit de modderige rivierbeddingen gehaald en volgen nu dagonderwijs. Door dit project kwam de koppeling tot stand tussen het bieden van perspectief aan gezinnen en het versterken van de bonden. Dat heeft goed gewerkt. De bonden hebben hun ledentallen verveelvoudigd. Omdat ze daardoor sterker staan dan voorheen, hebben ze door onderhandelingen de lonen flink weten te verhogen en bonussen afgedwongen. Veel steenbakkerijen in de deelstaten Bihar, Uttar Pradesh, Orissa en Punjab zijn inmiddels 'child labour free'. Werkgevers moeten daarvoor een contract tekenen, waarin ook sociale en pensioenverzekeringen voor werknemers worden vastgelegd. De Indiase vakbonden gaan nu in samenwerking met FNV Mondiaal en de BWI hele dorpen bij de steenbakkerijen child labour free maken.

kijk ook op: www.fnv.nl/mondiaal en www.stopkinderarbeid.nl

DE FNV STRIJDT VERDER TEGEN KINDERARBEID

In februari 2008 organiseert de BWI met steun van FNV Mondiaal een grote internationale conferentie om opnieuw om aandacht te vragen voor de bestrijding van kinderarbeid. Hopelijk kunnen we hier weer een nieuwe impuls geven aan de internationale strijd tegen deze misstanden.

FNV Mondiaal heeft een speciale 'Kinderarbeidkrant' uitgebracht. Deze kan gratis worden opgevraagd bij fnvmondiaal@vc.fnv.nl.


terug LIW in de pers Kinderarbeid & Onderwijs HOME Landelijke India Werkgroep


Landelijke India Werkgroep - 31 januari 2008