terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in Vice Versa, juni 2008

door:
Gerard Oonk & Jetteke van der Schatte Olivier


Help kinderen écht



Een boycot van producten van kinderarbeid werkt contraproductief, vinden Gerard Oonk en Jetteke van der Schatte Olivier. Net als de VS moet Nederland een lijst opstellen met door kinderen gemaakte producten en dan met de betreffende exportsectoren rond de tafel.

Hoogleraar Lieten en minister Verhagen van Buitenlandse Zaken twistten onlangs in NRC Handelsblad (4 en 8 april) over de beste aanpak van kinderarbeid. Verhagen wil producten van kinderslavernij boycotten en Lieten meent - terecht - dat dit contraproductief is. Beiden gaan er echter onterecht van uit dat kinderarbeid vooral een armoedekwestie is. Verhagen meent - onterecht - dat kindslaven niet voor inkomen zorgen en dat je (mede) daarom hun producten zou moeten boycotten. Lieten zet - eveneens onterecht - 'armoede als hoofdoorzaak nummer één van de kinderarbeid' centraal in zijn betoog. Hun analyse en daardoor hun aanbevelingen schieten in beide gevallen tekort.

De opvatting van Verhagen dat kindslaven helemaal geen inkomen hebben, houdt in het licht van de praktijk geen stand. Bij veel vormen van 'hedendaagse slavernij' krijgen kinderen of hun ouders namelijk een lening met woekerrente of een laag loon. Dat betekent natuurlijk niet dat (kinder)slavernij, als het maar wat oplevert, aanvaardbaar is.

Oorzaken
Verhagen heeft gelijk dat uitbanning van kinderarbeid wereldwijd is onderschreven en dat handelsliberalisering niet ten koste mag gaan van de meest kwetsbare groepen. Maar waarom zou dat alléén gelden voor kinderen die helemaal niets voor hun arbeid krijgen en niet voor alle kinderen die worden uitgebuit en geen onderwijs krijgen? Daar zit de veronderstelling achter, ook gedeeld door Lieten, dat veel kinderen blijkbaar te arm zijn om niét te hoeven werken. Hun overleving lijkt haaks te staan op het recht om niet te werken.

Is het inderdaad pure armoede die kinderen aan het werk en uit school houdt? Natuurlijk zijn de meeste werkende kinderen arm. Maar het omgekeerde is niet waar: miljoenen arme kinderen gaan naar school en hebben daarnaast soms een klein baantje of helpen thuis mee. Dat is volgens de internationale verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie ILO bij kinderen van 12 jaar en ouder géén kinderarbeid. Kinderarbeid heeft veel andere oorzaken: slecht onderwijs, administratieve obstakels voor analfabete ouders, discriminatie van minderheden, achterstelling van meisjes, enzovoort. Samengevat gaat het meer om politieke onwil, scheve machtsverhoudingen en traditionele opvattingen, dan puur om armoede.

In dit licht is het vreemd dat Lieten pleit voor een beleidsfocus op louter 'de ergste vormen van kinderarbeid'. Werk dat toegang tot onderwijs belet of belemmert, valt daar namelijk niet onder. Dat staat wel in Verdrag 138 van de ILO dat een minimumleeftijd voor werk vaststelt (14 jaar, en voor licht werk 12 of 13 jaar). Dit verdrag is door vier van de vijf landen geratificeerd. Het is niet uit te leggen dat een kind dat 'erg werk' doet wel naar school zou mogen en een kind dat de hele dag 'minder erg werk' verricht niet. Landen mogen overigens in hoge mate zelf bepalen wat de 'ergste vormen van kinderarbeid' zijn. Werk in de landbouw en het huishouden, beide verre van ongevaarlijk, vallen daar meestal niet onder.

Afspraken
En die handelsboycot, is dat nou wel verstandig? Nee, niet op de manier die minster Verhagen voorstelt. Het is bijna ondoenlijk om precies de producten en de bedrijven te identificeren die - vaak in de leveringsketen - gebruik maken van kinderslavernij. Dan zou je hele bedrijfstakken moeten boycotten waarbij veel werkgelegenheid verloren gaat. Terwijl het de vraag is of je daarmee kinderslavernij terugdringt.

Wij pleiten voor een gefaseerde én bredere aanpak die gericht is op álle vormen van kinderarbeid en de schending van andere fundamentele arbeidsrechten (geen dwangarbeid of systematische discriminatie plus het recht op organisatie). Zo zou Nederland, liefst in EU-verband maar zonodig eerst zelf, onderzoek moeten doen naar kinderarbeid in exportsectoren van landen die naar Nederland exporteren. De VS doet dat al jaren en stelt nu lijsten op met producten die gemaakt zijn door kinderen. Een tweede stap is het maken van afspraken met landen over controle op kinderarbeid in exportsectoren en het opzetten van verbeterprogramma's. Nederland zou dergelijke afspraken vooral moeten maken met landen waarmee het een sterke economische of ontwikkelingsrelatie heeft.

Sluitstuk van dergelijk beleid zou moeten zijn dat kinderen of andere belanghebbenden van wie de rechten door Nederlandse bedrijven zijn geschonden bij een Nederlandse rechtbank terecht kunnen voor een schadeclaim. Daarvoor heeft ook het Europees Parlement onlangs met grote meerderheid gepleit. Maatschappelijk verantwoord ondernemen wordt zo ook een stuk concreter en minder vrijblijvend. Met deze maatregelen is minister Verhagen werkende kinderen beter van dienst dan met een boycot.

Gerard Oonk, directeur Landelijke India Werkgroep
Jetteke van der Schatte Olivier, coördinator campagne 'Stop Kinderarbeid - School, de beste werkplaats'


terug LIW in de pers Kinderarbeid & Onderwijs HOME Landelijke India Werkgroep


Landelijke India Werkgroep - 8 juni 2008