terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in Natuursteen, jul/aug 2008

De verbondenheid met de groeve-eigenaar
is vaak gebaseerd op een schuldensysteem.
door:
Ellen de Jongh

Wurgovereenkomsten begin ellende


Sengupta zet zich in voor Indiase werker






Volgens Rana Sengupta, coördinator van een ngo voor de groevewerkers in Rajasthan (India), zijn 'wurgovereenkomsten' tussen werkers en groeve-eigenaren een belangrijke oorzaak van de slechte omstandigheden. Ellen de Jongh (Landelijke India Werkgroep) interviewde hem.



Kunt u de situatie in Rajasthan schetsen?
Rajasthan is het op een na grootste groevegebied van India. Zo'n 2,5 miljoen mensen werken in de steengroeven. Het fysiek zware werk zorgt ervoor dat met name de mannelijke werkers vluchten in alcoholgebruik en roken. Hieraan besteden ze het overgrote deel van hun minieme inkomsten. De gevolgen voor deze hele groep arbeiders zijn ondervoeding, ziektes en verwondingen als gevolg van bedrijfsongevallen. De levensverwachting voor een groevewerker is naar schatting zo'n tien jaar minder dan iemand die niet in de groeven werkt. Longziekten als gevolg van het langdurig inademen

Rana Sengupta.
van mineraal stof, zijn hiervoor de grootste oorzaak. De gevolgen voor vrouwelijke werkers zijn ook enorm. Zij moeten extra hard werken, zeker wanneer hun mannen door ziekte niet meer kunnen werken, om de opgebouwde schulden terug te betalen.

Waarom werken er dan toch zoveel mensen in de groeven?
In eerste instantie natuurlijk omdat veel mensen in het arme gebied werk zoeken. Het betreft vooral migranten, veelal Dalits (kastelozen). In de steengroevegebieden kunnen arbeiders vaak werk krijgen door zich aan een groeve-eigenaar te verbinden. Voor de werker is dit in eerste instantie aantrekkelijk, omdat het hem verzekert van werk. Maar al gauw blijkt de verbondenheid gebaseerd te zijn op een schuldensysteem, dat maakt dat een werker afhankelijk wordt van een eigenaar. Dat systeem werkt als volgt: in het begin krijgt de arbeider niet volledig uitbetaald. Als de arbeider dan naar de eigenaar gaat om van werk en loon verzekerd te zijn, wordt er een - mondelinge - overeenkomst gesloten. De arbeider krijgt een voorschot en moet dit met rente terugbetalen. Het vastgestelde inkomen is doorgaans lager dan een leefbaar loon. De arbeider kan dit niet terugbetalen door alleen te werken, hij kan alleen onder de overeenkomst uit door weg te gaan. Vaak worden de lonen ook nog eens onvolledig en onregelmatig uitbetaald. Hoewel het systeem voor de arbeider negatief uitpakt, gaat deze toch in eerste instantie de overeenkomst aan, om verzekerd te zijn van inkomen. Voor de eigenaar is het voordeel van dit systeem evident: hij krijgt een werker die aan hem is gebonden.


Kinderen van zieke werknemers moeten vaak werken voor eten.
Dan zoekt hij toch ander werk?
Dat is het probleem. In die regio is weinig werk voorhanden. En geen werk betekent geen geld. Bovendien kan een werknemer ook voor allerlei andere zaken geld van de baas lenen. Op een leeftijd van 35 à 40 jaar krijgen vrijwel alle werknemers ademhalings- of andere gezondheidsproblemen. Voor behandeling en medicijnen moeten ze geld lenen, maar door de gezondheidsproblemen kan de werknemer niet meer werken en dus ook zijn schulden niet afbetalen. Daarom moet zijn vrouw het werk overnemen. De eventuele kinderen moeten dan werken voor eten.

U werkt als coördinator voor de MLPC. Wat is dat voor organisatie?
MLPC staat voor Mine Labour Protection Campaign. Het is in eerste instantie een vakbond voor de groevewerkers. Maar de MLPC is ook een breder platform voor iedereen die geïnteresseerd is in duurzame groeven in Rajasthan. Onze organisatie voert momenteel een onderzoek uit onder 2000 weduwen en 500 zieke werknemers. Hieruit blijkt dat de mannen medicijnen krijgen voorgeschreven voor tbc. Dit gebeurt overigens door dokters die aan de mijneigenaren zijn verbonden. Wij hebben echter aanwijzingen dat de meeste mannen aan silicoses leden, in de volksmond bekend als stoflongen, en daar ook aan zijn overleden. Wij willen dit door dit onderzoek aantonen en ernaar streven dat de weduwen compensatie ontvangen.

Wat zijn volgens u oplossingen voor deze problemen?
Dat is moeilijk. De meest voor de hand liggende oplossing is natuurlijk de eigenaren aansprakelijk stellen. Maar dan worden de mijnen gesloten en verliezen heel veel mensen hun bron van levensonderhoud. Wij willen juist dat de wurgovereenkomsten worden aangepakt. Dat is namelijk het begin van alle ellende. Daarnaast moet de werknemer een identiteit krijgen. De meeste arbeiders hebben namelijk geen aantoonbare identiteit en zijn daardoor bijna letterlijk niemand. Dit is een groter probleem waar wij als MLPC achteraan zitten: het verkrijgen van identiteitsbewijzen voor

In Rajasthan werken zo'n 250 miljoen mensen in de natuursteengroeven.
arbeiders. Daarnaast zou het al veel helpen als iedere groeve-eigenaar een basisadministratie bijhoudt. Pas als arbeiders individuen zijn met een identiteit, kunnen ze klagen en voor hun rechten opkomen.

Wat doet de MLPC nog meer?
Wij richten ons bijvoorbeeld op het gebied Makrana, waar veel marmer wordt gewonnen. Ook hier werken hoofdzakelijk migranten, vaak Dalits, onder abominabele arbeidsomstandigheden. Ze werken zonder enige vorm van bescherming in de driehonderd meter diepe spelonken, waarin ze met touwladders moeten afdalen. Aan de randen van de diepe afgronden staan om de tien meter hijskranen, die de grote marmerblokken omhoog takelen. Regelmatig donderen hijskranen in de afgrond. Daarbij vallen regelmatig doden en gewonden. Toen ik onlangs op bezoek was, was dat ook weer het geval. Een dertigjarige man kwam om het leven en liet een vrouw en jong kind achter. De MLPC ondersteunt in dit gebied een recentelijk opgerichte lokale vakbond om de basisrechten van arbeiders op loon, gezondheid en veiligheid te waarborgen. We doen dat door middel van advies, trainingen en ondersteuning bij rechtszaken, zoals bijvoorbeeld een zaak die loopt om een ambulance te regelen die de gewonden naar een ziekenhuis kan vervoeren.

De auteur is projectmedewerker bij de Landelijke India Werkgroep.


Werkgroep Duurzaam Natuursteen

Rana Sengupta was in juni op uitnodiging van de Werkgroep Duurzaam Natuursteen in Nederland en België. In dat kader bracht hij samen met Pauline Overeem, projectcoördinator van de werkgroep, een bezoek aan een aantal natuursteenimporteurs en -bedrijven, Gespreksonderwerpen waren de arbeidsomstandigheden in India en pilotprojecten die dit jaar van start moeten gaan.

Ketenverantwoordelijkheid is het toverwoord. Maar dan moeten volgens Pauline Overeem van de Werkgroep Duurzaam Natuursteen, om te beginnen alle schakels binnen de keten bekend zijn. Vervolgens moeten de problemen van elke afzonderlijke schakel in kaart worden gebracht. Dan kunnen serieuze verbetertrajecten worden opgestart. "De werkgroep heeft in 2007 twee pilotprojecten uitgevoerd, waarbij gekeken is of de door de werkgroep ontwikkelde gedragscode een werkbaar document is. In 2008 en 2009 zullen weer vier pilotprojecten worden uitgevoerd. De komende weken wordt er nog gebrainstormd over de precieze invulling hiervan, zodat we op korte termijn van start kunnen. Belangrijk is dat er voldoende kennis aanwezig is bij de deelnemers. Daarom bracht Rana Sengupta

Ook kleine initiatieven kunnen winst voor de arbeiders ter plekke opleveren.
begin juni een bezoek aan een aantal deelnemers van de werkgroep."
Sengupta vertelde onder andere bij de natuursteenimporteurs Michel Oprey & Beisterveld Natuursteen in Echt en Beltrami in het Belgische Harelbeke over de arbeidsomstandigheden in de Indiase groeven en over mogelijke verbetertrajecten.

Het gezelschap bestond verder uit Bobby Joseph, professor Community Health van het St. John's Medical College in Bangalore. Overeem legt uit wat zijn rol was: "Naast zijn werk als onderzoeker en docent op de universiteit, werkt Joseph ook als social auditor, onder andere voor de Fair Wear Foundation. Binnen de Fair Wear Foundation werken kledingbedrijven samen met ngo's om op basis van een vastgestelde gedragscode arbeidsomstandigheden in hun toeleveringsketens te verbeteren. De bedoeling is dat Joseph en zijn team via audits nu ook de problemen in de Indiase natuursteengroeven in kaart gaan brengen, in samenwerking met de werkgroep. Op basis van een eerste 'base line'-audit wordt bepaald wat in een jaar kan worden verbeterd. Dan gaan de bedrijven (groeve, verwerker en importeur) aan de slag, waarna na een afgesproken periode weer een audit volgt om te zien wat er daadwerkelijk verbeterd is. Met de ervaringen in de vier pilotprojecten zullen ambitieuzere verbetertrajecten worden opgezet." Volgens Overeem gaat het in eerste instantie niet per se om grote stappen. Ook kleine initiatieven kunnen volgens haar winst voor de arbeiders ter plekke opleveren. "Denk alleen al aan het verstrekken van drinkwater tijdens het werk. Voor ons een logisch iets, maar in de hitte in de Indiase groeven is het nu nog vaak een unicum. Of bijvoorbeeld het aanleggen van afdakjes ter bescherming bij dynamietontploffingen. Dat scheelt heel wat bedrijfsongevallen."

Overeem krijgt vaak de reactie van natuursteenbedrijven 'dat zijn simpele oplossingen, daar hebben we toch geen werkgroep voor nodig?', maar ziet het doorvoeren van dergelijke bescheiden verbeteringen als een goede manier om warm te lopen voor het echte werk. Een andere veelgehoorde reactie is 'wat kunnen wij als kleine speler op de wereldmarkt hier aan doen, wij kunnen dat verschil niet maken'. Voor die bedrijven heeft ze een duidelijke boodschap: "Iedere stap in de goede richting is er één. Het is zwaar om het spits af te bijten, koplopers hebben een niet altijd even dankbare taak, maar uiteindelijk is dit toch een goede manier om aan verbeteringen voor mens en milieu te werken."


terug LIW in de pers Duurzame Natuursteen HOME Landelijke India Werkgroep


Landelijke India Werkgroep - 23 juli 2008