terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in Vakblad voor de Woninginrichter, augustus 2009


Branche wil controle tegen kinderarbeid


In de vorige editie van Vakblad voor de Woninginrichter vertelde professor Lieten over kinderarbeid die nog steeds in onze branche plaatsvindt. Ook deed hij een voorstel voor een systeem waarbij fabrikanten en groothandel aan hem en zijn medewerkers inzage geven in de bedrijven waar men zaken mee doet. In deze editie laten we vertegenwoordigers van onze branche over dit heikele onderwerp aan het woord.






Willie van Est, directeur ADO uit Winschoten: "Ik zou een systeem zoals professor Lieten voorstelde, toejuichen, maar ik kan makkelijk praten want wij hebben onze productie in Duitsland en daar zijn de voorschriften nog strakker dan in Nederland." Van Est herinnert zich nog goed hoe kinderarbeid zo'n dikke vijftien jaar geleden een grote invloed had op de Nederlandse markt. "Ik werkte toen in de tapijtindustrie en zag dat door de import van karpetten uit onder andere Afghanistan en Marokko, de hele Nederlandse karpetbranche eraan ging. De markt werd echt overspoeld met hele goedkope karpetten. Daar zijn veel bedrijven aan kapot gegaan. Als je kijkt naar de nieuwe Europese milieuwetgeving, dan zie je dat elk grond product dat je gebruikt, een certificaat moet hebben. Dus voor gordijnen gaat het dan over de katoen, verf, etc. Die producten moeten voldoen aan bepaalde eisen. Fabrikanten zijn verplicht om certificering af te geven en vervangende producten te ontwikkelen. De consument kan zelf ook om certificaten vragen. Dus zo'n, of een ander systeem, lijkt me heel goed in de strijd tegen kinderarbeid."

Jeroen Ketels, directeur van carpettenbedrijf Brink & Campman uit Lichtenvoorde: "Wij zijn lid van Care & Fair die controleert in Nepal, China en India op kinderarbeid. Dus mijns inziens is een nieuw Nederlands systeem niet nodig."

De heer Tromp van De Munk Carpets: "Het zou fantastisch zijn als er een goed systeem komt. Onze handgeknoopte tapijten komen uit Nepal, Pakistan en Marokko. In Nepal controleert de regering zelf streng. Daar mogen kinderen onder de veertien jaar niet werken. Dat geldt ook voor Marokko. Marokko is gemakkelijk te controleren want daar werkt men alleen in ateliers. Wat Pakistan betreft kan ik zeggen dat onze leverancier lid is van Care & Fair. Ik ben niet zo voor het idee om de productiegegevens op een label aan het product te zetten. Ik wil uiteraard aan mijn concurrenten niet laten weten wie mijn leveranciers zijn, maar als een officiële partij controleert, dan doe ik graag mee. Bij deze nodig ik professor Lieten uit om te komen kijken bij de bedrijven waar ik mee werk."

Mevrouw Agaath den Heijer van Holland Haag uit Gouda is niet voor een systeem waarbij op het label staat waar exact het product vandaan komt: "Vanwege de concurrentie wil ik dergelijke gegevens wel graag geheimhouden. Daarnaast moet je voor het milieu ook al zoveel op het label zetten. Ik ben dan eerder voor een systeem waarbij onderzoekers inzage krijgen in onze leveranciers. Zo'n systeem bestaat trouwens al in Engeland, want voor een klant moet ik die gegevens doormailen. Dat heet het Cedex-system. Ook daarbij vraag ik me af: 'Hoe bewaakt men dan dat gegevens niet naar concurrenten gaan?' Maar ook vraag ik me af: 'Hoe controleren die onderzoekers?' De heer Den Heyer van hetzelfde bedrijf is sceptisch ten aanzien van de wens van het publiek om producten te hebben waar geen kinderarbeid aan te pas komt. "De Nike-producten zijn door het publiek ook niet geboycot en als je kijkt naar de scharrelkip, die wordt ook nauwelijks door het publiek gekocht. Dus ik vraag me af: wij kunnen wel een mooi systeem creëren, maar wordt dit dan wel gedragen door de kopers?"

Frits Janssen van ICE-tapijten uit Waardenburg, reageert enthousiast als we hem bevragen over het onderwerp kinderarbeid: "Zo'n zeventien jaar geleden kwam er in de media veel over kinderarbeid. Ik ben heel gelukkig met die ophef die er toen is geweest en ik ben nog steeds gelukkig als er aandacht wordt besteed aan het onderwerp kinderarbeid. Het zou mooi zijn als veel meer consumenten ook vragen zouden stellen over dit onderwerp. Ik hoor bij de oprichters van de stichting Care & Fair Daarvoor moet je als bedrijf een bepaald percentage betalen. Ik reis al heel lang door de landen waarvan we weten dat er kinderarbeid is, en ook professor Lieten zal moeten beamen dat het onmogelijk is om echt alles te controleren. Ik ben net als hij tegen het stoppen met de samenwerking met bedrijven waar kinderarbeid wordt geconstateerd. Ik ga veel liever in gesprek met de leiding van zo'n bedrijf. Dat werkt veel beter. Care & Fair heeft allerlei projecten opgezet, want armoede is de onderliggende oorzaak van kinderarbeid. Ook die leiders van die bedrijven zijn meestal geen uitbuiters; ze weten vaak niet beter. En als je vluchtelingenkampen ziet, dan begrijp je dat mensen vaak echt helemaal niets hebben en dat het logisch is als kinderen werken. Als bestuurslid van Care & Fair kan ik zeggen dat het in die zeventien jaar in onze branche wel veel beter is geworden. Care & Fair is een organisatie die wereldwijd werkt en haar hoofdkantoor in Hamburg heeft. We hebben veel scholen en ziekenhuizen opgericht. In Kathmandu hebben we nu een eigen school en eigen ziekenhuis. Ik merk vaak dat Nederlandse bedrijven kritiek hebben op organisaties, maar misschien doen ze dat vooral omdat ze vrezen dat ze geld moeten betalen. Want Care & Fair kost natuurlijk wel geld. Maar als ik daar rondloop en ik zie dat het met zoveel kinderen goed gaat, dan geeft mij dat een heel warm gevoel. Dankzij Care & Fair gaan er nu 6.000 kinderen naar school en hebben we 150.000 patiënten kunnen helpen. Ik wil met iedereen om de tafel, maar vaak levert het niet veel op, gewoon omdat de strijd tegen kinderarbeid nou eenmaal geld kost. Mij kost de deelname en mijn bestuurslidmaatschap van Care & fair me uiteraard veel tijd en geld, maar ik heb het er graag voor over. Helaas besef ik wel dat deze organisatie ook maar weer een druppel op de gloeiende plaat is. Maar graag ga ik in gesprek met de professor."

Wij hebben bovenstaande reacties voorgelegd aan professor dr. Kristoffel Lieten, van het IREWOC. Zijn reactie op bovenstaande antwoorden luidt: "Het is goed vast te stellen dat sociale uitbuiting, vooral kinderarbeid, de importeurs en handelaren ter harte gaat. Een mogelijke maatregel is de certificering van producten. Het instellen van een keurmerk draagt altijd bij aan de discussie: het geeft aan dat er in de sector gevaren bestaan. Het geeft aan dat voortdurende aandacht geboden blijft. Het geeft ook aan dat handelaren en importeurs van goede wille zijn. Bij de doelmatigheid van het keurmerk kunnen echter terecht vragen worden gesteld: 'hoe is de controle' en 'hoe waterdicht is die', 'zijn er flankerende maatregelen, is er maatschappelijke betrokkenheid bij het lot van de gezinnen van deze kindarbeiders', of 'is het gewoon een marketing foefje'?

Een keurmerk wordt al gauw een verkoopargument binnen een (duurder) marktsegment. En als de concurrenten goedkoper zullen blijven inkopen en verkopen, zal de animo om kinderarbeid uit de eigen productieketen en dus winkels te weren beperkt blijven. Ook: certificering is moeilijk omdat het gebrek aan toezicht in arme landen tot overtredingen zal leiden. Het is een oude wijsheid: als je niet controleert gaat het mis. Het hebben van inspecteurs, zoals bij Rugmark, maar niet bij Care & Fair, is een minimale vereiste maar geen garantie.

Beter is het aan te sturen op een beleid dat de hele sector in gelijke mate omvat en dat in flankerende maatregelen voorziet. Niet het bedenken van een ogenschijnlijk aantrekkelijk systeem, zoals certificering, maar voortdurend bij de les blijven. Dit houdt onder meer in:

  • een risicoanalyse opstellen: voor sommige machinaal geproduceerde goederen is het gevaar van kinderarbeid klein, voor andere goederen, waar veel gepriegel en handenarbeid aan te pas komt, is die groot;
  • voor de risicoproducten op lokaal niveau steekproefsgewijze onderzoek laten uitvoeren;
  • op basis daarvan maatregelen nemen die de hele sector onderschrijft; ook weten wat de gevolgen zijn van maatregelen en daarvoor lokaal met overheden en organisaties samenwerken aan een flankerend beleid;
  • bij berichten over, en aantijgingen ten aanzien van het voorkomen van kinderarbeid als sector een deskundig antwoord formuleren.
Dat is heel wat. Maar dan weet je ook dat je aan een sluitende oplossing werkt, in het belang van het kind."

Naast Care & Fair is onder andere ook de internationale organisatie Rugmark actief in de strijd tegen kinderarbeid. Nederlandse deelnemers waren onder andere Roobol en Carpetland. De deelname vanuit Nederland is echter helemaal verwaterd. Wij spraken met Gerard Oonk van de actie Stop Kinderarbeid die indertijd betrokken was bij Rugmark: "De organisaties die zo'n 15 jaar geleden zijn ontstaan, zoals Rugmark en Care & Fair hebben ontzettend veel goeds tot stand gebracht. Inmiddels hebben we veel bij geleerd. Daarom zijn we bij Stop Kinderarbeid ook bezig met de lonen die uitbetaald worden. Ik ben het helemaal met prof. Lieten eens dat naast overleg, ook controle heel belangrijk is. Inmiddels weten we ook dat toetsing ook heel goed mede door lokale mensen gedaan kan worden. Uiteraard speelt dit probleem ook in andere branches en daar merken we dat het goed werkt als je met alle partijen om de tafel gaat zitten, maar dat toetsing door een onafhankelijke derde gedaan moet worden." (De foto's bij dit artikel zijn van Actie Stop Kinderarbeid)

CONCLUSIE:
Echt iedereen in de branche wil producten verkopen die gemaakt zijn zonder kinderhanden. Velen zien het niet zitten om daarvoor een apart label te ontwikkelen. Goede onafhankelijke controle vinden velen nodig, maar men realiseert zich dat dit lastig is te organiseren. Vakblad voor de Woninginrichter gaat kijken of het mogelijk is om betrokkenen hierover rond de tafel te krijgen.


terug LIW in de pers Kinderarbeid en Onderwijs HOME Landelijke India Werkgroep


Landelijke India Werkgroep - 31 augustus 2009