terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in De Volkskrant, 14-9-2010

door:
Ana van Es

Liever stille diplomatie dan getoeter


AMSTERDAM - Het is een laatste redmiddel: de mediacampagne waarmee vakbond CNV Internationaal stakende textielarbeiders in Cambodja een gezicht geeft. ‘Onze Cambodjaanse partnerorganisatie onderhandelt al maanden zonder succes’, zegt coördinator Eugène Litamahuputty. ‘Dat we de publiciteit zoeken, laat zien hoe ver het is gekomen. Bedrijven aan de schandpaal nagelen, zullen wij niet snel doen.’

Cambodjaanse naaisters aan het werk. 'Je kunt niet vanuit het veilige Nederland zeggen: bedrijven in Cambodja zijn verkeerd bezig.' Foto AFP

Daarin staat de vakbond niet alleen. Ontwikkelingsorganisaties zijn voorzichtig met het opzoeken van publiciteit. Achter de schermen waar het kan, openbaar waar het moet, zo zou je hun beleid kunnen typeren. Daardoor bereiken misstanden op de werkvloer in ontwikkelingslanden niet altijd de westerse consument.

‘Pas als we bij een bedrijf geen voet tussen de deur krijgen, of elke reactie blijft uit, dan brengen we iets naar buiten’, stelt Geert-Jan Davelaar van de Schone Kleren Campagne. Volgens hem kan ongeveer de helft van alle geconstateerde wanpraktijken achter de schermen worden opgelost.

Deze strategie moet allereerst de relatie in stand houden die ontwikkelingsorganisaties onderhouden met westerse merken die producten afnemen in lagelonenlanden. Door hun financiële macht kunnen deze merken veel invloed uitoefenen bij dubieuze textielfabrieken. Zij moeten niet hun orders intrekken, maar de arbeidsomstandigheden verbeteren, is tegenwoordig het devies. ‘Als je de publiciteit zoekt, sta je tegenover elkaar’, aldus Litamahuputty. ‘Terwijl je de volgende keer wel weer samen moet optrekken.’

Publiciteit kan dus contraproductief werken. Maar een vakbond of ontwikkelingsorganisatie die de vuile was buiten hangt, ontmoet meer barrières. Veel onderzoek wordt verricht door lokale donororganisaties. Veel meer dan westerse organisaties lopen zij kans om bij publiciteit in de problemen te komen. ‘Een lokale organisatie moet zich realiseren dat zijzelf onder druk komen als iets in de pers verschijnt’, zegt Gerard Oonk, directeur van de Landelijke India Werkgroep.

In Colombia en Guatemala, waar CNV Internationaal actief is, worden geregeld lokale vakbondsmensen vermoord. Partners van de Schone Kleren Campagne in Bangladesh worden vaak dag en nacht gevolgd door de veiligheidsdienst. ‘Lokale fabrieken kunnen knokploegen inhuren tegen arbeidersorganisaties. Dat maakt het lastiger zaken naar buiten te brengen’, zegt Davelaar van de Schone Kleren Campagne. Ook in India is soms sprake van bedreigingen.

Zelfs al is de veiligheid van de onderzoekers wel gewaarborgd, dan nog zal CNV Internationaal nooit zomaar naar de media stappen zonder toestemming van de lokale partner. Zoiets zou getuigen van betutteling, vindt Litamahuppy. ‘Ik vind het niet goed als wij hier vanuit het veilige Nederland zeggen: bedrijven in Cambodja zijn verkeerd bezig. Lokale vakbonden kunnen dat veel beter zelf inschatten.’

Westerse organisaties ontspringen evenmin de dans. De Landelijke India Werkgroep was jarenlang partij in een slepende rechtszaak die was aangespannen door een Indiaas bedrijf dat produceerde voor G-star en beticht werd van slechte arbeidsomstandigheden. Oud-premier Lubbers moest eraan te pas komen om de zaak te sussen. ‘Het conflict liep ook politiek hoog op omdat de Indiase overheid onze publicaties een handelsbarrière noemde’, zegt Oonk.

Vooral bedrijven bij naam en toenaam noemen kan riskant zijn. Soms is dat ook niet nodig, vindt Oonk: ‘Als het heel toevallig is dat een bepaald bedrijf ergens bij betrokken is, dan schrijven we dat soms algemener op.’

Maar een onderneming die categorisch ontkent, of de schuld afschuift op een tussenpersoon, kan wel weer rekenen op publiciteit. Toen afgelopen voorjaar doden vielen bij een brand in een Bengaalse kledingfabriek die voor H & M werkte, bracht de Schone Kleren Campagne dat direct naar buiten. Davelaar: ‘Daar zijn mensen levend verbrand, dat kun je niet stil houden.’

Tussen ontwikkelingsorganisaties bestaat verschil in aanpak. Sommige werken intensief met de verantwoordelijke bedrijven samen. Anderen gaan eerder op de zeepkist staan. Oonk: ‘Van elkaar zeggen we soms: Jij bent te actievoerderig. Of: Jij bent te diplomatiek. Maar je hebt al die verschillende stijlen nodig om enig resultaat te boeken.’


terug LIW in de pers Schone Kleding HOME Landelijke India Werkgroep


Landelijke India Werkgroep - 16 september 2010