Onderstaand artikel is gepubliceerd in De Volkskrant, 20-5-2011

door: Ana van Es

'Keurig' bedrijf buit Indiase meisjes uit


AMSTERDAM - Eastman Exports in de Indiase deelstaat Tamil Nadu is een textielfabriek met een smetteloze reputatie. Het bedrijf verwerkt katoen op een hoog niveau, genoeg om de veeleisende Westerse consument tevreden te stellen. Het Italiaanse modemerk Diesel plaatst orders bij Eastman vanwege de aanwezigheid van 'technisch geavanceerde productielijnen'. Ook C&A vindt dat Eastman technisch vakwerk levert.

Eastman is echter een van de fabrieken die minder zorgvuldig omspringen met de jonge werkneemsters die de geavanceerde apparatuur bedienen, zo beweren de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) en de Landelijke India Werkgroepin een rapport dat vandaag verschijnt.
Bij een spinnerij van de fabriek, zo stellen de onderzoekers, werden ongetrouwde meisjes jarenlang uitgebuit. Ze moesten keihard werken voor te weinig loon, in afwachting van een onzekere financiŽle bonus van een paar honderd euro na jaren trouwe dienst. Ze wonen in hostels en mogen ook in hun vrije tijd niet zomaar de straat op. Dit zogenaamde sumangali-systeem is al jaren erg populair in Zuid-India.

Overwerk 'vrijwillig'
Zelf ontkent Eastman de misstanden. Volgens de directie wonen de meisjes in hostels die worden uitgebaat door derden, niet door de fabriek zelf. Overwerk is volgens het bedrijf vrijwillig en daarvoor wordt dubbel uitbetaald, conform de Indiase wet.
De onderzoekers bevestigen dat de arbeidsomstandigheden sinds april 2010 zijn verbeterd. De meisjes krijgen nu een normaal loon. Toch verblijven er volgens het rapport nog circa 1.500 meisjes in hostels op het terrein die ze slechts een keer per maand onder bewaking mogen verlaten. Werkweken van 72 uur of langer zijn in de naaiateliers heel gebruikelijk.
Elders zijn de problemen nog groter. Bij een andere fabriek moeten meisjes hun mobiele telefoon inleveren en mogen ze alleen naar huis bellen onder toezicht van een bewaarder. Wie een dag verzuimt, moet 26 volle werkdagen extra draaien om nog in aanmerking te komen te komen voor de beloofde bonus na drie jaar. Het betreft volgens het rapport een fabriek waarmee ook C&A zaken deed, net als een aantal andere westerse afnemers die hun producten inkopen via een tussenhandelaar in Hongkong.

Goed voor de economie
Fabrieksdirecteuren en machtige werkgeversorganisaties zoals de South Indian Mills Association (SIMA) benadrukten tot voor kort vooral de voordelen van het sumangali-systeem. Terwijl de meisjes in een hostel zitten, kan hun familie een geschikte huwelijkskandidaat zoeken. Meisjes werken hard en zijn goedkoop, dat is goed voor de economische groei in de regio.
Indiase autoriteiten knepen daarom een oogje toe. Maar daar komt verandering in. In oktober vorig jaar, vlak nadat de Volkskrant en andere Europese media hadden gepubliceerd over misstanden bij een grote textielfabriek, KPR Mill, die zaken deed met H&M en C&A, haalde de minister van arbeid in Tamil Nadu hard uit naar leden van de SIMA.

Stringente maatregelen
Het sumangali-systeem moet per direct worden uitgebannen, eiste de minister. Meisjes moeten naar huis kunnen wanneer ze willen. Ze hebben recht op het minimumloon. Fabrieken die geen verbeteringen doorvoeren, kunnen 'stringente maatregelen' verwachten. Ook de textielfabrieken zelf willen veranderen.
Alleen naar huis bellen onder toezicht van een bewaarder
Ze merken dat westerse klanten weglopen als gevolg van het sumangali-systeem.
Bij Eastman hebben C&A, Diesel en Mexx nooit iets van uitbuiting gemerkt, zeggen ze. Het eigen inspectiebureau van C&A, SOCAM, heeft een kantoor in de regio en bezocht de fabriek, maar vond 'geen enkel bewijs' voor het bestaan van slechte arbeidsomstandigheden. Diesel stuurde eigen medewerkers en Mexx, dat volgens eigen zeggen 'sporadisch' met het bedrijf samenwerkte, nam een extern inspectiebureau in de arm. Niemand bespeurde onraad.

Meer toezicht
Het lijkt een waterdicht systeem, maar de inspecteurs controleren alleen de naaiateliers. Ze komen niet in de katoenspinnerij en de weverij, de afdelingen waar nog geen labeltjes in de kleding zit en volgens ontwikkelingsorganisaties vaak juist de meeste uitbuiting plaatsvindt.
Wie in deze regio zaken doet in de textielsector, komt 'direct of indirect' vrijwel zeker in aanraking met het sumangali-systeem, schrijft C&A. Samen met H&M en Primark ondertekende het bedrijf onlangs een verklaring waarin staat dat ze gezamenlijk een rol willen spelen bij het aanpakken van het sumangali-systeem. Daarvoor moet toezicht verder gaan dan het naaiatelier, erkennen ze.


Download het rapport hier.
Zie ook Indiaas uitbuitingswerk in westerse kledingzaken (Volkskrant, 20-5-2011)

terug LIW in de pers Verantwoord Ondernemen HOME Landelijke India Werkgroep


Landelijke India Werkgroep - 20 mei 2011