terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: De Volkskrant, 24-7-1979      

"Voedsel geven onpraktisch"

door:
Barbara van Koppen

"Voedingsprogramma's lijken de meest praktische benadering van de problemen van de derde wereldlanden op dit moment", zegt Ivan Wolffers over het werk van het Leger des Heils in Calcutta (De Volkskrant, 27 juni). We vinden zijn stelling erg ongenuanceerd.

Naar onze mening zijn veel voedselprogramma's, gezien uit voedingskundig opzicht, maar ten dele relevant. Ze maken afhankelijk op economisch en politiek gebied, en ze zijn zeker voor de armsten - de meest ondervoeden - op iets langere termijn funest.
Veel praktischer is dit: koopkracht verhogen, werkgelegenheid scheppen (wat doet het Leger des Heils daaraan?), het mogelijk maken van produktie op eigen grond van voedings- in plaats van handelsgewassen. Dit alles combineren met voorlichting over gezondheid en voeding met een accent op optimaler gebruik van locale voedingsmiddelen.
Wolffers beschrijft hoe het Leger des Heils in Calcutta dagelijks aan zevenduizend mensen voedsel uitdeelt. Hij gaat even in op de vicieuze cirkel van armoede - ondervoeding - zwakke gezondheid - minder kansen - maatschappelijke armoede. Dan noemt hij in vogelvlucht vier volkomen uiteenlopende voedingsprogramma's: het toevoegen van voedingsstoffen aan Coca Cola, het toevoegen van eiwit aan meel, rijstdistributie en voedingsvoorlichting door "barefootdoctors". Dit is niet de praktische oplossing van de problemen en bovendien riekt het naar de mentaliteit van "eten geven kan nooit kwaad". Wie ziet dan nog de belangen àchter de vele voedingsprogramma's, zoals:

  • Winst voor de Coca Cola company. Voor de prijs van 1 flesje cola met allerlei toegevoegde voedingsstoffen kan zóveel gewoon voedsel gekocht worden dat de hoeveelheid calorieën en belangrijke voedingsstoffen aanmerkelijk groter is. Voedingswaar voor je geld geeft Coca Cola bepaald niet.

  • Winst voor eiwitverwerkende industrieën. En dan de eiwitrijke (dure) produkten aanprijzen omdat er een eiwittekort zou zijn. India's eigen nationale voedingsinstituut, en WHO, FAO etc. zijn er echter al jaren achter dat het ondervoedingsprobleem grotendeels opgelost zou zijn als men meer zou eten van zijn/haar gewone, dagelijkse voedselpakket. Het percentage eiwit daarin is vaak prima. Maar de totale hoeveelheid voedsel is te klein om de caloriebehoefte te dekken. Dáár zit het probleem.

  • Afhankelijkheid scheppen van het land dat voedselhulp geeft. De hulp wordt vaak gekoppeld aan voorwaarden (bijvoorbeeld over de aankoop van westerse luxe produkten) die het ontvangende land afhankelijker maken van het donorland. Bovendien is het hulpvoedsel vaak overschot, dat gedumpt moet worden (b.v. onze melkpoederberg) en vanwege de schommelingen daarin kan geen enkele continuïteit gegarandeerd worden.

  • Het creëren van een markt voor westerse produkten. Alleen betaalbaar voor de rijkeren en concurrentie voor inheemse produktie.

Barbara van Koppen
namens enkele voedingsstudenten en leden van de India-werkgroep Utrecht




LIW IN 'T NIEUWS

Hulp aan India

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 1 april 2005