terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Trouw, 19-5-1981      

Nederlandse hulp dupeert kleine vissers in India

AMSTERDAM - De Nederlandse en Indiase regering zijn vandaag in de Indiase hoofdstad New Delhi begonnen aan het overleg over de besteding van de ontwikkelingshulp aan India. Daartoe is een Nederlandse delegatie naar India vertrokken. Bij dat bestedingsoverleg, dat waarschijnlijk drie dagen gaat duren, wordt ook gepraat over de levering van garnalen-treilers aan India.

Het gaat om 17 treilers, te bouwen in Nederland, die onderdeel uitmaken van een groot internationaal project waarbij India 200 moderne treilers geleverd moet krijgen. Voor die zeventien had het Nederlandse ministerie van ontwikkelingszaken al besloten 33 miljoen gulden aan "zachte" leningen te verstrekken.
De in Utrecht gevestigde Landelijke India Werkgroep is het verre van eens met deze besteding van ontwikkelingsgelden en noemt ze in strijd met de belangrijkste doelstelling van het ontwikkelingsbeleid, namelijk het verbeteren van de levensomstandigheden van de armste bevolkingsgroepen in ontwikkelingslanden. In India is, aldus de werkgroep, de ongeveer zes miljoen mensen tellende "ambachtelijke" of "traditionele" visserijgemeenschap een van de armste groepen. De te leveren trellers zullen er de oorzaak van zijn dat de vangsten van deze vissers drastisch zullen teruglopen. OOk zullen die treilers de al bestaande overbevissing van garnalen door grotere schepen doen toenemen, zegt de werkgroep.

Open brief
Niet alleen in Nederland Zijn er tegenstanders. Ook in India. Een Indiase overkoepelende organisatie van dertien vissersbonden, heeft zich in een open brief aan minister van ontwikkelingsamenwerking, Jan de Koning, sterk uitgesproken tegen de levering van de treilers. De organisatie zegt dat de beslissing onjuist is en hanteert de term "destructieve visserijtechnologie". Volgens de organisatie zal de levering van de boten de rijken en de machtigen nog rijker maken en zal de economische wurggreep op de traditionele vissers nog versterkt worden.
Want volgens de Indiase organisatie en de Nederlandse werkgroep worden de treilers via de Indiase regering aan particuliere Indiase ondernemingen verkocht, waarbij de Indiase overheid ook nog eens de kredieten verschaft aan die ondernemingen.
De vangsten van de kleinschalige visserij zijn de laatste vijftien jaar toch al teruggelopen door de sterke toename van gemechaniseerde boten en vooral door de grotere treilers, die ook in de kustwateren vissen, voorheen het domein van de traditionele vissers. De treilers kunnen wel verder uit de kust vissen, maar doen dat niet omdat daar minder rendabel te vangen is. Volgens de werkgroep heeft een regeringscommissie aangetoond dat niet-gemechaniseerde boten, bij een zelfde investering, twee maal zoveel vangst kunnen opleveren en zeven maal zoveel arbeidsplaatsen.
Een woordvoerder van het ministerie van ontwikkelingssamenwerking moet toegeven dat Nederland niet zo gelukkig is met deze ontwikkeling. Maar er is al vier tot vijf jaar met de Indiase regering gepraat en de contracten voor negen boten zijn al getekend. De delegatie die momenteel in New Delhi is zal zeker het probleem van de traditionele vissers aan de orde stellen, maar of dat tot gevolg zal hebben dat de resterende acht schepen niet worden geleverd is zeer de vraag. Tenslotte zijn de onderhandelingen al in een vergevorderd stadium en is er al veel tijd en energie in gestoken. De woordvoerder ontkent dat bij deze zaak de werkgelegenheid op een aantal Nederlandse bedrijven zwaarder wegen dan de problemen van de kleine vissers in India.
De delegatie zal eind deze week terugkeren naar Nederland, waarna minister De Koning een definitief besluit moet nemen.




LIW IN 'T NIEUWS

Hulp aan India

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 25 maart 2005