terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: De Volkskrant, 19-5-1981      

Kritiek werkgroep:

Nederland helpt India verkeerd

DEN HAAG - De Nederlandse hulp aan India wordt niet goed besteed. De steun komt onvoldoende terecht bij de allerarmsten, bedreigt traditionele ondernemers zoals vissers en mikt te veel op de belangen van het bedrijfsleven. Dat meent de Landelijke India werkgroep, die deze kritiek uit met het oog op het overleg dat maandag in New Delhi begon over besteding van de hulp van Nederland aan India.

Nederland zal de 234 miljoen gulden, die wordt verstrekt, op dezelfde voet besteden als tot op heden gebeurde. De hoofdmoot van het bedrag (175 miljoen in 1980) wordt besteed aan goedkope leningen voor de bestelling van kunstmest, die wordt geleverd door een dochteronderneming van DSM. Volgens de overheid is dat goed voor het bedrijfsleven en niet slecht voor India, maar volgens de India-werkgroep draagt het niet bij tot de economische weerbaarheid van India.
Bij het overleg zal ook worden gesproken over de levering van trawlers voor de garnalenvisserij. Nederland gaat er - op twee Nederlandse werven - negen bouwen en in beginsel wil men er nog eens acht leveren. Volgens Twan Custers en Gerard Oonk van de India-werkgroep druist die levering in tegen de belangrijkste doelstelling van het Nederlandse beleid, dat de hulp de allerarmsten ten goede moet komen.
Garnalen zijn voor de plaatselijke bevolking een belangrijke en goedkope voedingsbron. Met de grote trawlers vindt overbevissing plaats. Bovendien vangen de grote ondernemers voor de export (vooral naar de EG). Dat levert India buitenlandse valuta op, maar de garnalen zijn zeseneenhalve keer zo duur geworden, en dus onbetaalbaar voor de plaatselijke bevolking. De traditionele garnalenvissers in India hebben bij minister De Koning (ontwikkelingssamenwerking) tegen de levering van de trawlers geprotesteerd.
Volgens de India-werkgroep moet India voor de boten nu twee miljoen per stuk betalen tegen een miljoen enkele jaren geleden. Toen gaf het ministerie van Economische Zaken nog subsidie op export van artikelen die zowel voor de ontwikkelingslanden van belang zijn als voor Nederlandse bedrijven. Nu zou Economische Zaken die subsidie niet meer geven omdat de werven weer voldoende orders hebben.
De India-werkgroep meent dat het Nederlandse beleid tegenover India in toenemende mate in het licht [komt] van de "nieuwe zakelijkheid" als trend in de ontwikkelingssamenwerking. Dat houdt in: uitgaan van een wederzijds economisch belang bij samenwerking, en versterking van de rol van het bedrijfsleven. Westerse landen azen op India nu daar de voorwaarden die aan buitenlandse investeringen worden gesteld worden versoepeld.




LIW IN 'T NIEUWS

Hulp aan India

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 1 april 2005