terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: De Volkskrant, 15-6-1981      

Ontwikkelingshulp uit Nederland

Moderne schepen bedreigen traditionele Indiase visser

door:
Marieke Aarden

DEN HAAG - "De laatste 30 jaar is er in India - met hulp van het westen - een moderne vloot opgebouwd. Maar al eeuwenlang worden kustwateren in India efficiënt bevist door traditionele vissers, die miljoenen mensen van betaalbaar en eiwitrijk voedsel voorzien. Nu grote handelaren en multinationals zich op de visserij storten, wordt de vis door toenemende export en mechanisering onbetaalbaar voor de lokale consument en loopt de visvangst voor de traditionele vissers sterk terug."

Aldus schetsen Twan Custers en Gerard Oonk van de Landelijke India Werkgroep in een brochure "Blauwe Revolutie in India", de dreiging van de buitenlandse investeerder. De grootste Indiase vissersbond, die zeseneenhalf miljoen vissers vertegenwoordigt, klaagt in dit verband ook het beleid aan van minister De Koning (Ontwikkelingssamenwerking).
De voorgenomen levering van zeventien garnalen-trawlers ziet het "national forum for catamaran en countyboat and fishermen's rights and marine wealth" als "economische genocide". De Landelijke India Werkgroep stelt dat De Koning met de levering de belangrijkste doelstelling van zijn beleid onderuit haalt: het verbeteren van de levensomstandigheden van de armste groepen.
Op Ontwikkelingssamenwerking zijn de beleidsmakers nu toch ook geschrokken van al die gegevens die duiden op een verkeerde beslissing van destijds. Toen de Indiase regering in 1976 besloot tot een 200-mijlszone voor de kust was modernisering van de vloot noodzakelijk, vooral om diepzeevis te exploiteren. Onderzoek naar de vangst van inktvis en makreel kwam moeilijk op gang en het ziet ernaar uit dat die vissoorten niet erg rendabel kunnen worden gevangen. Dat was overigens niet zo'n probleem want vlak voor de kust zitten de naran-garnalen, die gretig aftrek vinden in Japan, de Verenigde Staten en de Europese Gemeenschap. Deze grote garnalen zijn ook in Nederland voor dertig tot zestig gulden per kilo (ongepeld) te koop.

Zachte lening
In 1977 werd met Nederland onderhandeld over de levering van "garnalen"-trawlers, te bouwen op Nederlandse werven. De hulp aan India (234 miljoen gulden per jaar) zou worden gebruikt om India in staat te stellen de schepen te kopen op basis van "zachte" leningen (een rentepercentage van 2,5 percent) uit de ontwikkelingshulp.
Vorig jaar werd besloten 17 trawlers aan India te leveren, en inmiddels is het contract voor de eerste negen getekend. De Koning heeft laten weten dat hij geen contractbreuk wil plegen en dat het werkgelegenheidsaspect in Nederland ook een rol speelt. "Deze negen geformaliseerde afspraken kan ik niet herroepen," schreef hij op 21 mei aan de India-werkgroep.
De levering van de overige acht wordt "zo mogelijk" afhankelijk gesteld van de resultaten van nader onderzoek, te verrichten door een onafhankelijke deskundige, aldus de minister. "Ik vind dat dat advies doorslaggevend moet zijn," zegt N. Jonker, de ambtenaar op Ontwikkelingssamenwerking die speciaal met India is belast. Hij is net terug van het jaarlijkse bestedingsoverleg met de autoriteiten in New Delhi en had de onaangename taak de Indiase minister van Financiën te wijzen op de veranderde opvattingen omtrent de trawlers.
"Dat is niet zonder slag of stoot gegaan. Want het is vervelend op iets wat je al hebt toegezegd gedeeltelijk terug te komen," aldus Jonker. Hij had liever gezien dat de India-werkgroep eerder met de nieuwe gegevens op tafel was gekomen. "Een goed verhŕal," zegt hij over de brochure. "Deze zaken moeten worden uitgezocht. Het heeft ons ook wel aangegrepen."
De beleidsmakers op het departement zijn dus wakker geschud, al betreurt men dat het wat laat is. Zou het niet efficiënter zijn (doelmatigheid in de hulp is bij De Koning sleutel voor veel kwalen) voor het afsluiten van dit soort contracten met ter plekke opererende bonden te praten? Jonker: "Als je met belangengroepen praat, kom je nooit tot projecten. De criteria worden heel stellig toegepast. Het project mag niet ten nadele van de armsten zijn en dan ga je af op gegevens die op dat moment voorhanden zijn."

Open brief
Dat de trawler-levering niet direct als een zuiver staaltje van doelgroepenbeleid kan worden gezien, werd pas gaandeweg duidelijk. Door de open brief van de Indiase vissersbond, door het werk van de India-werkgroep en door een zijdelingse opmerking over overbevissing in de Indiase kustwateren door trawlers, in een studie over het effect van de twee onderzoeksschepen die Nederland al eerder leverde.
Hoe groot is de kans dat de acht trawlers alsnog worden geleverd. Om die vraag gaat het nu. Custers en Oonk houden er rekening mee dat de schepen alsnog hun weg naar India vinden en dat hulp aan de kleinschalige visserij uitblijft. Zij vinden het opvallend dat De Koning met grote nadruk wijst op de levering van "deep-sea-trawlers for multi-purpose fishing". Toch zijn het wel degelijk garnalen-trawlers die worden geleverd, zoals blijkt uit het boekje met technische gegevens van een van de Nederlandse werven die deze schepen bouwt, Scheepswerf De Hoop in Hardinxveld-Giessendam. "De schepen zijn zo uitgerust dat ze slechts voor de garnalenvisserij kunnen worden ingezet. Voor het vissen op andere soorten is een andere uitrusting nodig, aldus Custers en Oonk. Jonker daarover: "Kijk wij zijn geen van beiden deskundig op dit punt. Ik kan niet zeggen of ze gelijk hebben."

Schijntje
De 234 miljoen per jaar, die in 1981 voor 160 miljoen opgaat aan kunstmest (tegen de gebruikelijke zachte lening), te leveren door de Unie van Kunstmestfabrieken, is maar een schijntje, zeggen Jonker, Custers en Oonk. Jonker stelt dat Nederland er de laatste tijd steeds beter in slaagt de doelgroepen in India te bereiken. Custers en Oonk beweren het tegendeel. "Het schijntje is bedoeld om op regeringsniveau met de Indiase autoriteiten aan de praat te kunnen blijven. Om een voet tussen de deur te houden. Want India wordt interessant voor de buitenlandse investeerder. De regering-Gandhi houdt niet meer zo stringent vast aan de new industrial policy, met strenge regels voor export en herinvestering van winst in India." Niet voor niets dient India volgens Custers en Oonk als proefkonijn voor de nieuwe zakelijkheid in de hulp, afgestemd op wederzijds voordeel. Jonkers zwijgt hierover liever.




LIW IN 'T NIEUWS

Hulp aan India

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 24 maart 2005