terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Internationale Samenwerking, 19-6-1981      

Deskundigen doen onderzoek naar leveranties van visserijschepen aan India

De schijnwerpers van de publiciteit richtten zich onlangs voor de tweede maal dit jaar op de ontwikkelingssamenwerking met India. Dit maal ging het om de leverantie van 17 visserijschepen, nadat eerder dit jaar het bezoek van een ambtelijke werkgroep onder leiding van Prins Claus, als bijzonder adviseur van minister De Koning, volop in de belangstelling had gestaan.

Vlak voordat in mei in New Delhi het jaarlijkse bestedingsoverleg zou plaatsvinden, ontving minister De Koning een brief van het "National Forum Catamaran and Countryboat fishermen's rights". In deze brief vraagt de overkoepelende organisatie van 13 Indiase vissersbonden de minister de leverantie van 17 moderne trawlers als onderdeel van de ontwikkelingshulp te schrappen. Volgens het National Forum, dat opkomt voor de belangen van een vissersgemeenschap van 6,5 miljoen mensen, zullen deze schepen ingezet worden op de garnalenvangst in de kustwateren. Dit zou kunnen leiden tot overbevissing van deze wateren met het gevolg dat miljoenen mensen, die van de traditionele visvangst afhankelijk zijn, ernstig in hun bestaansmogelijkheden bedreigd worden. In Nederland heeft de Landelijke India Werkgroep zich achter de eis van het National Forum gesteld, omdat leverantie van de schepen volgens deze groep in strijd is met het Nederlandse ontwikkelingsbeleid, dat verbetering van de levensomstandigheden van de armste bevolkingsgroepen in de ontwikkelingslanden voorstaat. De leverantie van moderne visserijschepen als onderdeel van de

Visserij langs de Indiase kust (foto: FAO)
Nederlands-Indiase ontwikkelingssamenwerking kent al een betrekkelijk lange geschiedenis. Eind 1976 besluit India in navolging van vele landen een 200 mijlszone in te stellen.

Diepzee-trawlers
Het legt hiermee een claim op de eventuele opbrengsten van deze zeestrook, zoals bijvoorbeeld delfstoffen en vis. Tegelijk met de instelling van de zone maakt India plannen bekend om binnen twee jaar een moderne diepzeevisserij op te bouwen. Onderdeel van deze ambitieuze plannen is de aanschaf van 200 diepzee-trawlers. Op basis van rapporten van de Wereldbank en de Wereldvoedselorganisatie (FAO) besluit Nederland in 1977 om via ontwikkelingsgelden te helpen bij de opbouw van deze moderne diepzeevisserij, die immers van groot belang kan zijn voor de verbetering van de voedselsituatie.
Naast de levering van trawlers worden ook toezeggingen gedaan voor twee onderzoeksschepen en twee onderzoeks/trainingsschepen voor de toekomstige bemanningen van de trawlers. Eind 1978 en begin 1979 worden de twee schepen geleverd die het Indiase zeegebied op exploiteerbare visstapels moeten onderzoeken, maar over de trawlers en de onderzoeks/opleidingsschepen ontstaan nogal wat problemen. Van de levering van de laatstgenoemde schepen wordt uiteindelijk afgezien, maar wat de diepzee-trawlers aangaat komt er in het najaar van 1980 schot in de zaak. Overeengekomen wordt dat Nederland 17 trawlers zal bouwen, hiertoe wordt uit ontwikkelingsgelden een lening van 33 miljoen gulden, tegen soepele voorwaarden, gereserveerd.
Het probleem waar de minister voor ontwikkelingssamenwerking nu mee geconfronteerd wordt, komt ten dele voort uit het feit dat inmiddels de garnalenvangst een uitermate winstgevende zaak blijkt te zijn. India is een belangrijk garnalenexporteur geworden. In Japan, de Verenigde Staten en Europa worden hoge prijzen voor dit begeerlijke zeevoedsel betaald. Deze garnalenvangst speelt zich echter niet op volle zee af, maar dicht onder de kust, waar naast de meeste vis ook de meeste garnalen zitten. De Indiase kustwateren worden van oudsher bevist door de kleine traditionele visserij, die veelal gebruik maakt van kleine niet gemechaniseerde bootjes en allerlei uitgekiende en aangepaste vistechnieken. Minstens 6,5 miljoen Indiërs zijn afhankelijk van de inkomsten uit deze traditionele visserij. De vangsten van deze visserij lopen de laatste jaren sterk terug ten gevolge van de sterke groei van het aantal gemechaniseerde boten. Volgens de eerder genoemde Landelijke India Werkgroep is nu de garnalenvangst zo lucratief geworden dat zelfs de professioneel uitgeruste trawlers ook in de kustwateren vissen. In feite behoren deze schepen verder op zee te vissen, hetgeen echter hogere kosten en geringere garnalenvangsten betekent. Ondanks de grotere inzet van schepen zou de visvangst zich de laatste 10 jaar gestabiliseerd hebben.

Overbevissing
Dit geldt zeker ook voor de garnalenvangst. Momenteel wordt ongeveer 175.000 ton gevangen, hetgeen echter 45.000 ton minder is dan in het topjaar 1975. Gevreesd wordt dat dit het gevolg is van overbevissing. Waar meer schepen concurreren om een vrijwel gelijkblijvende totaalvangst gaat dit ten koste van de kleinsten. Het probleem rondom de levering van de trawlers is nu dus dat de schepen mogelijk gebruikt zullen worden voor de garnalenvangst in de kustwateren en niet voor het doel waarvoor ze eigenlijk bestemd zijn, het vissen op tonijn, makreel of inktvis in de diepzee.
Op het in mei gehouden bestedingsoverleg, waar werd gesproken over vorderingen van de lopende projecten en programma's en over de bestemming van het nieuwe hulpbedrag, heeft de Nederlandse delegatie de Indiërs op de hoogte gesteld van de publiciteit rondom de leverantie van de trawlers. En laten weten ernstig verontrust te zijn over de eventuele nadelige gevolgen voor de traditionele visserij. Overeengekomen werd dat enkele Nederlandse visserijdeskundigen zo spoedig mogelijk een onderzoek zullen instellen naar de relaties tussen de traditionele kleinschalige visserij en de moderne commerciële visserij. Het is de bedoeling dat dit onderzoek zo snel mogelijk zal geschieden. Op basis van de resultaten van dit onderzoek zal de minister dan beslissen of de levering van de acht trawlers, waarvoor nog geen contracten zijn ondertekend, al dan niet doorgang zal vinden. Vooralsnog is de levering van deze acht schepen dus opgeschort. De levering van de negen overige trawlers, waarvoor de contracten al ondertekend zijn, gaat wel door.




LIW IN 'T NIEUWS

Hulp aan India

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 24 maart 2005