terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: De Volkskrant, 12-10-1981      

Scheepsbouw kan grote order mislopen

Levering trawlers aan India zet minister voor dilemma

door:
Marieke Aarden

DEN HAAG - Minister Van Dijk (Ontwikkelingssamenwerking) staat voor een bijna klassiek dilemma. Hij moet beslissen of hij een missie naar India stuurt om na te gaan of de levering van trawlers "economische volkerenmoord" is voor de kustvissers in dat land. Of hij neemt het besluit om een tweede partij van acht moderne visserschepen via goedkope leningen van ontwikkelingssamenwerking aan India door te laten gaan.

Handelt Van Dijk volgens de eerste lijn dan roept hij misnoegen van de Indiase regering over zich af, plus de mogelijkheid dat de Nederlandse scheepsbouw een order van minstens tientallen trawlers misloopt.
Voor de Landelijke India Werkgroep staat vast, dat er een samenhang is tussen de financiering van de acht trawlers uit de hulpgelden en de onderhandelingen over samenwerking tussen Indiase en één of meer Nederlandse werven. Daarbij zou het gaan om twee- tot driehonderd trawlers voor Indiase wateren. Het PvdA-Tweede Kamerlid Knol heeft inmiddels vragen over de kwestie aan Van Dijk gesteld.
Hij wil vat krijgen op de vermoedelijke relatie tussen de hulp en het begin van een nieuwe commerciële transactie voor het Nederlands bedrijfsleven.
In het bestedingsoverleg eind mei in New Delhi stelde een Nederlandse delegatie, dat de acht schepen alleen geleverd konden worden, als nader onderzoek zou uitwijzen dat er geen schade aan de kleinschalige traditionele kustvisserij wordt berokkend. India - zeer geïrriteerd door deze "inmenging" - heeft Den Haag nu zelf van materiaal voorzien, in de hoop dat de missie thuis blijft.

Modelwet
Dat materiaal bestaat voornamelijk uit de modelwet, die de Indiase regering de deelstaten oplegt, om de kustzones voor de vissers te beschermen. Over de resultaten daarvan maakt Gerard Oonk van de Landelijke India Werkgroep zich weinig illusies. India kent op papier ook prachtige landhervormingswetten. Maar in de Indiase politiek lopen partij- en eigenbelang door elkaar. Zo werd het aanvankelijke verbod om in de moesonperiode in de wateren van de deelstaat Kerala met gemechaniseerde boten op garnalenvangst te gaan, ijlings ingetrokken door een plaatselijk politicus met veel belangen in die sector", aldus Oonk.
De nieuwe minister Van Dijk zegt desgevraagd, dat hij de dossiers op zijn bureau heeft liggen en dat hij ze grondig bestuderen zal. Over de vraag of dat materiaal voldoende is, om nu al knopen door te hakken en dus het uitsturen van de onderzoeksmissie overbodig maakt, wil hij zich niet uitlaten. Wel wil Van Dijk kwijt, dat het moeilijk te verteren is, dat Ontwikkelingssamenwerking aan zo'n project begint zonder eerst de gevolgen te bestuderen.
De consequenties van het trawlerproject bleken pas vorig jaar na de open brief van de grootste Indiase vissersbond aan de toenmalige minister de Koning. "De komst van de garnalentrawlers betekent de doodsklap voor de zesenhalf miljoen mensen die van de kustvisserij afhankelijk zijn."
Vervolgens bracht de India-werkgroep in Nederland een campagne tegen de levering op gang. In India opererende deskundigen voor het Wereldvoedselprogramma zoals drs ir Blase en Nederlandse visserijdeskundigen De Boer en Lodder wijzen eveneens op de dreigende verstoring van de al overbeviste wateren langs de Indiase kust, waar de rendabele garnalen gevangen worden.

Wending
In Nederland neemt de discussie nu een wending. Zo heeft De Koning al gezegd, dat het niet om garnalentrawlers gaat, maar om de levering van "deepsea trawlers for multi-purpose fishing". In een nogal ambitieus zesde vijfjarenplan wil de Indiase regering een geheel nieuwe vloot opbouwen bestaande uit 350 modern uitgeruste schepen. Die zullen buiten de kustwateren vissen, is te verstaan gegeven.
Oonk van de India-werkgroep brengt daar tegenin, dat jarenlang onderzoek naar de diepzeevissen buiten de kustwateren tot dusver summiere gegevens heeft opgeleverd. "Er zouden wel wat makreel en inktvisachtige soorten zitten, maar op basis van onderzoek kan dit nauwelijks een zo grote vlootuitbreiding rechtvaardigen. Met dure schepen moet je rendabel vissen."
Dat er een koppeling is tussen de acht trawlers en nieuwe contracten, meent Oonk af te leiden uit de dreigende taal van de Nederlandse zakenman Campman die de India-werkgroep bezwoer op te houden met de anti-trawler-campagne. Campman, die het grootste deel van het jaar in India werkt en tracht onderhandelingen op gang te brengen tussen Nederlandse en Indiase bedrijven werkt op provisie-basis bij geslaagde transacties.
Het werkt ook voor de scheepswerf Damen in Gorkum die thans vier trawlers voor India uit de hulpgelden bouwt. "Jullie weten niet wat voor schade jullie het Nederlandse bedrijfsleven berokkenen als deze transactie niet doorgaat", tekent Oonk op uit zijn mond.

Onderhandelingen
De regering in India heeft gezien de vlootuitbreiding voor het Nederlandse bedrijfsleven nog heel wat in petto. Er zijn onderhandelingen over verschillende vormen van samenwerking gaande met Nederlandse werven. Volgens Oonk, die daarbij uitspraken van Campman aanhaalt, is er sprake van het bouwen van scheepsonderdelen die later in India worden geassembleerd en van joint ventures, waarbij met Nederlandse technologische en bedrijfskundige inbreng in India trawlers worden gebouwd.

Als deze transacties doorgaan zou Nederland verreweg het grootste aandeel in de vlootuitbreiding van India voor zijn rekening nemen. De Indiase autoriteiten zouden echter maar weinig trek hebben in zo'n samenwerking als de Nederlandse overheid na jaren onderhandelen nu een streep zou zetten onder de levering van de acht trawlers.




LIW IN 'T NIEUWS

Hulp aan India

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 24 maart 2005