terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: onzeWereld, oktober/november 1981      

Trawlers voor India: exportbevordering of ontwikkelingshulp?

door:
Ben van Aken

Met eenvoudige kustbootjes trachten de traditionele vissers zoveel mogelijk vis te vangen (foto: Henk Verbeek)

De beslissing van voormalig-minister De Koning om de onderzoeksmissie uit te stellen, stuit zowel in nederland als in India op grote bezwaren.

De missie van de drie deskundigen van het ministerie van landbouw en visserij die in opdracht van de toenmalige minister van ontwikkelingssamenwerking De Koning eind augustus naar India zou afreizen om het functioneren van moderne trawlers in de kustwateren van India te onderzoeken, is op uitdrukkelijk verzoek van de Indiase regering uitgesteld. Of de deskundigen op het gebied van visserijtechniek, visserijbeleid en visserijbiologie alsnog naar India zullen vertrekken hangt af van de conclusies die de (huidige) minister trekt uit de door de Indiase regering verstrekte rapporten over de garnalenvisserij. Een beslissing hierover valt binnen enkele weken te verwachten. Na terugkomst van de missie zou bekeken worden of de levering van de acht trawlers, die De Koning enige tijd geleden opschortte, alsnog zou plaatsvinden. Voor de overige negen trawlers waren al contracten afgesloten.
Het uitstel van de onderzoeksmissie valt vooral bij de Landelijke India Werkgroep in verkeerde aarde, maar ook het PvdA-kamerlid Henk Knol, die op 18 juni van dit jaar kamervragen heeft gesteld over de Nederlandse leverantie van garnalentrawlers, heeft zijn bedenkingen. Knol: "Dit was uiteraard onze bedoeling niet. De vragen waren erop gericht de leverantie van de trawlers terug te draaien. Nu eerst de rapporten van de Indiase regering moeten worden bestudeerd die, om het voorzichtig te zeggen, wellicht niet zo objectief zijn, zie ik me genoodzaakt me te beraden op nieuwe stappen. Het is duidelijk dat de minister onder druk is gezet. Ik wil daar de achtergronden van weten."
Zoals bekend ontstond in mei dit jaar grote onenigheid toen de minister van ontwikkelingssamenwerking besloot een "zachte lening" te reserveren voor de levering van 17 trawlers aan India. De garnalentrawlers zouden gebouwd worden door de scheepswerven De Hoop in Hardinxveld-Giessendam en Damen in Gorkum. Inmiddels is de eerste trawler door de scheepswerf De Hoop na een proefvaart opgeleverd en zal in de komende maanden tot en met januari een schip per maand aan India worden afgedragen.
Niet alleen in Nederland rezen grote bezwaren tegen de beslissing van de minister om geld te onttrekken aan de ontwikkelingspot voor de levering van garnalentrawlers, ook in India zelf ontstond weerstand tegen deze verkoop via de Indiase regering aan particuliere Indiase ondernemingen. Het "National Forum for Catamaran and Countryboat Fishermen's Rights and Marine Wealth", een Indiase overkoepelende organisatie van dertien vissersbonden, liet in een brief aan minister De Koning haar scherpe afkeuring blijken over de voorgenomen plannen. Dit nationaal forum vertegenwoordigt de zo'n zes miljoen mensen tellende gemeenschap, die hun dagelijks brood verdienen met de vangst van vis en garnalen in eenvoudige bootjes. In de brief stelde men onder meer dat levering van de trawlers de positie van de "bovenlaag" van de Indiase samenleving alleen maar zou versterken en de situatie van de armste bevolkingsgroepen, de vissers, zou verzwakken. Hiermee zou de minister het doel van de besteding van ontwikkelingsgelden voorbijstreven, namelijk verbetering van de levensomstandigheden van deze groepen.
In Nederland werd het protest van het Nationaal Forum overgenomen door de Landelijke India Werkgroep, die al sinds eind 1979 in contact staat met het Nationaal Forum. Men kwam tot de samenstelling van een brochure ("Blauwe Revolutie"), waarin overzichtelijk de bedreiging van de opkomst van de trawlers voor de Indiase kustvissers is vastgelegd; en de rol van Nederland in de Indiase visserij uitvoerig uit de doeken wordt gedaan.
Al eeuwenlang worden de Indiase kustwateren bevist door de traditionele vissers in roei- en zeilbootjes en met strandnetten. De laatste vijftien jaar echter zijn hun vangsten van vooral vis door de inzet van het toenemende aantal gemechaniseerde boten sterk teruggelopen. In de deelstaat Goa bijvoorbeeld liep de vangst van 1971 (40.000 ton) terug tot 26.500 ton in 1979. Naast de overbevissing

Langs de Indiase kust wordt veel met kustnetten gewerkt (foto: LIW)
door deze gemechaniseerde boten en grotere trawlers brengen ze ook grote schade toe aan de broedplaatsen langs de Indiase kust. Verder werden in de afgelopen vijf jaar ruim 150.000 netten van de traditionele vissers vernield door de trawlers.
Deze vissers worden door de toename van het aantal garnalentrawlers in hun voortbestaan bedreigd. Niet alleen de vissers, maar ook hun vrouwen, die een belangrijk aandeel hebben in de visverwerking, oorspronkelijke handelaren en verkopers worden door de komst van de trawlers uit de markt geprijsd. Naast de Indiase trawlers hebben de vissers ook te kampen met de aanwezigheid van moderne visserschepen van landen als Japan en de Sovjet Unie, die gebruik maken van de situatie dat India niet in staat is de 200-mijlszone afdoende te beveiligen.

Missie
Onder druk van onder andere de Landelijke India Werkgroep en het Nationaal Forum besloot De Koning eind mei de levering van acht van de zeventien aan India beloofde trawlers op te schorten en een missie te laten doen uitgaan naar India om de situatie ter plekke te bestuderen. De missie die dus is uitgesteld. Overigens was men bij ontwikkelingssamenwerking al eerder op de hoogte dat er iets mis was in de Indiase garnalenvisserij. Al in april 1980 bleek uit een onderzoek van de heren E.J. de Boer en W. Lodders dat "als het aantal grote vaartuigen zou toenemen er een reëel gevaar bestaat voor overbevissing".
De beslissing van De Koning de levering van acht trawlers op te schorten werd hem in India niet in dank afgenomen. In een artikel in de Financial Express van 10 juli van dit jaar onder de kop "Strange decision" wordt min of meer gesteld dat Nederland niets te maken heeft met het besluit van de Indiase regering om de vissersvloot te moderniseren. "Of de bezwaren, die door de traditionele vissers naar voren zijn gebracht, reëel zijn doet niets ter zake (...) Dit zijn plaatselijke problemen die door de plaatselijke of nationale overheid dienen te worden aangepakt (...) Het hoort de Nederlandse overheid niet te bezwaren dat levering van visserijfaciliteiten aan India het welzijn van de traditionele vissers aantast", aldus enkele citaten uit het artikel. Hiermee wordt de levering van de trawlers verheven tot een politieke zaak en als zodanig lijkt de Indiase regering de Nederlandse overheid ook onder druk te hebben gezet.

Lastercampagne
Maar ook de Indiase overheid staat onder druk. Het Nationaal Forum heeft bijvoorbeeld onlangs van de overheid van de deelstaat Kerala geëist dat tijdens het broedseizoen geen trawlers binnen een straal van twintig kilometer van de kust mogen worden toegelaten. Voorzitter van het Nationaal Forum, Matanhy Saldanha wees erop geschokt te zijn door de "lastercampagne tegen de vreedzame en rechtvaardige zaak van de traditionele vissers". Hij doelde hierbij op de acties van de vissers zoals hongerstakingen en het posten, zowel door vrouwen als mannen, voor de huizen van ministers van het Kerala-kabinet, vliegveld en stations en het Kerala-secretariaat. "Het Kerala-gouvernement moet niet

De schamele vangst is binnen gehaald (foto: LIW)
een handvol trawler-eigenaren beschermen, dat onder andere bestaat uit zakenlieden, politici, politie-officieren en landeigenaren, tegen een meerderheid van traditionele vissers. Een dergelijke politiek en houding past een links geheten kabinet niet," vindt Saldanha.
Ook in andere deelstaten wordt een dergelijke politiek gevoerd. In de afgelopen jaren zijn duizenden arrestaties verricht bij demonstraties van verontruste vissers waarbij geweld niet geschuwd werd en zelfs doden zijn gevallen.

Moderniseren
Het Nationaal Forum heeft zich, naast zijn politieke opstelling, ook in praktisch opzicht achter de vissers opgesteld. Het heeft concrete voorstellen gedaan voor het gebruik van technologie in de visserij, die milieuvriendelijk en produktieverhogend moeten zijn. Zo wil men bijvoorbeeld de ruim 200.000 boten van de oorspronkelijke vissers moderniseren. Er wordt gepleit voor de aanschaf van buitenboordmotoren die het arbeidsintensieve en tijdrovende roeien of zeilen overbodig maken. Een andere wens is de aanschaf van communicatiemateriaal en de verbetering van de bouw van de kleine boten.
Een goede stap in die richting wordt gezet door het zogenaamde Bay of Bengal Programme van de FAO, dat mede met hulp van ontwikkelingsgelden uit Zweden kan worden uitgevoerd. Dit programma begon in 1979 en duurt voorlopig vijf jaar. In het hoofdkantoor in Madras worden activiteiten ontplooid zoals het informatie verschaffen over vismethoden, onderzoek doen naar betere vismethoden en het zoeken naar oplossingen voor een verbeterde bouw van de catamarans. Het programma is er mede op gericht de produktie van de oorspronkelijke vissers te verhogen. Hiervoor worden allerlei studies ondernomen. Drs ir. F.W. Blase, voorlichtingsdeskundige/socioloog, sinds twee jaar gestationeerd in Madras, heeft eind juni De Koning nog eens gewezen op dit Bay of Bengal Programma, en hem aangeboden gebruik te maken van de studies die het programma heeft gemaakt.
Volgens Blase heeft het programma al verschillende malen Nederlandse vertegenwoordigers gewezen op de problemen met de trawlerleveranties van Nederland: vorig jaar tegenover een parlementaire delegatie, waar onder andere de heren Lubbers en Den Uyl aan deelnamen en onlangs tegenover de delegatie onder leiding van prins Claus.
Aangezien deze informatie blijkbaar geen aanleiding is geweest voor De Koning zijn plannen om 17 trawlers te leveren te wijzigen voordat hij door diverse kanten onder druk werd gezet, lijkt de vraag gerechtvaardigd of ontwikkelingshulp hier niet gebruikt wordt als introductie van Nederlandse trawlers. In India is men namelijk van plan in de komende tijd de trawlervloot met ruim 350 schepen uit te breiden. Volgens de Landelijke India Werkgroep zijn er onderhandelingen gaande over Nederlandse betrokkenheid bij de bouw van een deel van deze schepen. Men heeft contact gehad met de heer M. Campman, een onafhankelijk zakenman die de belangen van de scheepswerf Damen in India behartigt. Naar zijn zeggen zouden deze trawlers ofwel in onderdelen in Nederland worden gemaakt om later in India geassembleerd te worden of door Nederlandse-Indiase jointventures geheel in India worden gebouwd. Zoals eerder gesteld is de scheepswerf Damen ook betrokken bij de levering van trawlers.
De heer Campman achtte desgevraagd de tijd nog niet rijp om nu al uitspraken te doen over deze eventuele leveringen. Wel erkende hij dat er onderhandelingen gaande zijn.
De tendens dat ontwikkelingshulp wordt gebruikt ten bate van de exportbevordering lijkt ook hier duidelijk aanwezig te zijn. Het is te hopen dat met de komst van de nieuwe minister van ontwikkelingssamenwerking Van Dijk deze tendens ten gunste van de ontwikkelingslanden kan worden omgebogen.



LIW IN 'T NIEUWS

Hulp aan India

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 16 maart 2005