terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: BijEEN, oktober 1981      

Nederlandse treilers maken Indiase vissers brodeloos

door:
Pieter Luteyn

'Het verbeteren van de levensomstandigheden van de armste bevolkingsgroepen in ontwikkelingslanden'. Dat is nog steeds de belangrijkste doelstelling van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. De praktijk wil nog wel eens een flink stuk achterblijven bij die mooie doelstelling. Dat komt onder andere omdat de hulpvragers regeringen zijn, die vaak meer begaan zijn met eigen prestige dan met het lot van de armen in hun land. En aan geverskant pikt het bedrijfsleven maar al te graag een graantje mee uit de ontwikkelingspot.
Veel exportfirma's kennen uitstekend de weg in het ministerie van ontwikkelingssamenwerking.


Dat alles is bekend. Nieuw is dat er op het ministerie van ontwikkelingssamenwerking steeds openlijker over het belang van Nederlandse bedrijfsresultaten wordt gesproken. Men heeft het er over een 'nieuw zakelijk elan' in de ontwikkelingshulp. Of over: 'samenwerking op basis van wederzijds voordeel in een meer volwassen relatie'. Waar het allemaal op neerkomt, is, dat partikuliere ondernemers met ontwikkelingsgeld gesteund moeten worden om meer te investeren in en te handelen met ontwikkelingslanden.

'Zakelijk elan'
India is het land dat de eer te beurt valt om als eerste met dit nieuwe Nederlandse ontwikkelingskonsept te mogen kennismaken. Begin dit jaar bezocht een zware ambtelijke delegatie onder leiding van prins Claus en prof. W. van Dam, India. Prof. Van Dam is de belangrijkste uitdenker en promotor van het 'nieuwe zakelijke elan' op Ontwikkelingssamenwerking. De professor en de prins toonden zich bij terugkomst tevreden. Op een perskonferentie meldden ze diverse mogelijkheden te zien voor samenwerking. Onder andere op het gebied van telekommunikatie, de aanleg van pijpleidingen,

De traditionele Indiase vissers weten geraffineerd gebruik te maken van de mogelijkheden die de zee hen biedt. Vaak verschillen de gebruikte vistechnieken van dorp tot dorp. Catamaran-, strandzegen- en plankenbootvisserij zijn de meest voorkomende vistechnieken. Op de foto wordt een plankenboot het strand opgesjord. (foto: Henk Verbeek)
industriële explosieven, scheepvaart en vervoer. Visserij komt in het rijtje niet voor. Maar in die sektor worden in feite al sinds 1976 'ontwikkelings'-initiatieven met 'zakelijk elan' ontplooid. Daar is inmiddels goed duidelijk aan het worden wat dit 'elan' betekent voor de armste bevolkingsgroepen.
In een onlangs verschenen brochure laat de Landelijke India Werkgroep op overtuigende wijze zien, hoe zo'n 6,5 miljoen 'traditionele' vissers mede door Nederlandse hulp in hun - mager - bestaan worden bedreigd. De steen des aanstoots is de levering aan India van 17 treilers door Nederlandse werven. Hiertoe werd uit ontwikkelingsgelden een lening van 33 miljoen gulden, tegen soepele voorwaarden, gereserveerd. Om duidelijk te maken hoe dit geld aan de doelgroep van de armsten voorbijgaat en die groep in feite dupeert, het volgende.
Ongeveer 70 procent van de zeevis in India wordt nog altijd gevangen door de groep van 'traditionele' vissers. Bij het woord 'traditioneel' denken we al gauw aan een soort visserij die geen vernieuwing kent, maar dat beeld klopt niet. Plaatselijke vissers hebben door de eeuwen heen nieuwe vistechnieken uitgevonden, verbeterd en aangepast aan specifieke omstandigheden.
Een kenmerk van de traditionele visserij is, dat zij - vanwege het type vaartuigen en netten - niet verder uitvaart dan zo'n 15 kilometer uit de kust. Maar dat stuk zee is dan ook verreweg het rijkst aan vis. Andere kenmerken: De gebruikte methodes zijn arbeidsintensief, de kosten voor investeringen relatief laag, zodat veel vissers de kans krijgen redelijk zelfstandig te werken. Voorts werden tot voor kort de vangsten voor het grootste deel verkocht aan de armere kustbevolking. Die kon zo in haar eigen eiwitbehoefte voorzien. Vis is in India altijd een volks- en geen luxevoedsel geweest. De vissers en visverkopers behoren in meerderheid tot de armste groepen. Hun inkomsten zijn vaak laag en onzeker; door analfabetisme weten velen ook niet wat hun rechten zijn; vaak zijn ze afhankelijk van booteigenaren en handelaren, omdat ze schulden bij hen hebben.

Blauwe revolutie
Met eenvoudige middelen zou er heel wat gedaan kunnen worden om de levensomstandigheden van deze vissers te verbeteren. Te denken valt aan: kleine ijsfabriekjes waardoor de vis niet na enkele uren weggegooid hoeft te worden; lokale vismeel- en inblikfabriekjes, schoon water, elektriciteit, betere

Ruim zes miljoen Indiërs leven van de kleinschalige visserij. En voor miljoenen mensen langs de kust is vis de enige eiwitbron. Grote boten nemen de werkgelegenheid weg en brengen de vis naar het buitenland. (foto: Henk Verbeek)
gezondheidszorg en scholingsmogelijkheden voor jongeren. Indiase regeringen hebben evenwel nauwelijks maatregelen in deze trant genomen. Van regeringskant is vooral steun gegeven aan grootscheepse mechanisering van boten. De 'blauwe revolutie' heeft men deze technologische vernieuwing in de visserij wel genoemd - zoals de landbouw in veel ontwikkelingslanden een 'groene revolutie' doormaakte.
Het doel van deze modernisering was, om de produktie en de produktiviteit per werknemer te verhogen en zo het inkomen van vissers te verbeteren. In het laatste vijfjarenplan van de Indiase regering (dat loopt tot 1985) wordt evenwel erkend, dat men aan dit doel voorbijgeschoten is.
Voor het falen van de grootse moderniseringsplannen is een aantal redenen aan te geven. De belangrijkste is wel, dat de nodige investering gewoon te hoog is. Met forse subsidies en door de aanmoediging van koöperaties, waarin mensen gezamenlijk een boot konden kopen, hebben de deelstaatregeringen geprobeerd dit probleem te ondervangen. In de loop van de tijd is tweederde van de 5000 gevormde koöperaties uiteengevallen - vaak door geldproblemen. Veel van de overgebleven koöperaties worden beheerst door handelaren en booteigenaren die zelf geen visser zijn. Verder hadden de gemechaniseerde boten het nadeel, dat ze door de kiel en de uitstekende schroef slechts vanuit havenplaatsen te gebruiken waren - dit in tegenstelling tot de traditionele vaartuigen die gemakkelijk het strand opgesleept kunnen worden. Een groot deel van de vissers viel zo, vanwege hun woonplaats, meteen al uit de (gemechaniseerde) boot.
Daarnaast bracht de gemechaniseerde visserij een keten van gevolgen met zich mee, die stuk voor stuk erg nadelig uitwerkten op de bestaansmogelijkheden van de traditionele vissers.
Om - dure - brandstof te besparen blijven de gemechaniseerde boten meestal dicht onder de kust. Daar zit tenslotte ook de meeste vis. Het blijkt echter dat de traditionele vissers de vangstmogelijkheden daar eigenlijk al optimaal benutten. De totale visvangst is de afgelopen zeven jaar niet hoger geworden. En dat betekent dat er thans voor de traditionele vissers gewoon minder te vangen overblijft. Anderzijds wordt, onder druk van de toegenomen vangstkapaciteit, op verschillende plaatsen de visstand bedreigd door overbevissing.
Een andere kwestie is, dat door de hoge investeringen in gemechaniseerde boten de vis voor de gewone Indiërs onbetaalbaar is geworden. Eén van de weinige bronnen van eiwitrijk voedsel verdwijnt daarmee uit zijn menu. Tegelijk riepen daarmee de nieuwe vismethoden de noodzaak op om te zoeken naar nieuwe afzetkanalen vooral in het buitenland. Met name garnalen, vroeger eenvoudig volksvoedsel, verdwijnen nu in enorme hoeveelheden naar de markten van de Verenigde Staten, Japan en Europa. De winsten daarvan komen nauwelijks terecht in de vissersdorpen, maar bij de handelaren, de industrie en enkele grote Indiase en buitenlandse ondernemingen.
Met name die grote koncerns hebben zich de laatste jaren, sinds er een lukratieve exportmarkt voor vis is ontstaan, met nog weer grotere boten op de visvangst gestort. En dan hebben we het weer over de treilers die Nederland graag met ontwikkelingscenten wil leveren. Waar komt die levering op neer? Het

(foto: Henk Verbeek)
betekent een stukje Nederlandse werkgelegenheid dat ertoe bijdraagt, dat Nederlanders in hun delikatessenzaak Indiaas zeebanket kunnen kopen. Tegelijk worden in India vissers en konsumenten verder onder de armoedegrens geprijsd. Het geheel heet: 'nieuw zakelijk elan' in de ontwikkelingssamenwerking.

Verzet neemt toe
Inmiddels is men ook op het ministerie wel enigszins onder de indruk gekomen van de feiten die de Landelijke India Werkgroep heeft aangedragen. Voor de levering van acht van de treilers was nog geen definitief kontrakt ondertekend. De levering van die acht boten is voorlopig opgeschort, totdat een kommissie van deskundigen de kwestie nader heeft onderzocht.
Op het ministerie van ontwikkelingssamenwerking heeft men ook een brief ontvangen van een overkoepelende organisatie van kleine vissers in India. Die vragen daarin dringend om de levering van de treilers niet door te laten gaan. Het verzet onder kleine Indiase vissers tegen de grote boten neemt toe. Hier en daar leidde het tot felle botsingen, waarbij zelfs een aantal treilers in brand werd gestoken. Met name in de deelstaten Goa en Kerala slagen de kleine vissers er meer en meer in een vuist te maken. Belangrijke steun krijgen ze daarbij van verschillende katholieke priesters en religieuzen. In beide deelstaten is de meerderheid van de vissers katholiek.
In Nederland heeft ook de werkgroep kerk en ontwikkelingssamenwerking van de Raad van Kerken er bij de minister op aangedrongen de bezwaren van de organisatie van kleine vissers in India serieus te nemen. Hopelijk vindt de nieuwe minister van ontwikkelingssamenwerking spoedig de tijd om zich in de kwestie te verdiepen.



LIW IN 'T NIEUWS

Hulp aan India

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 24 maart 2005