terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Trouw, 3-7-1982      

India ziet af van hulp voor Nederlandse boten

door:
buitenlandredactie

DEN HAAG - India ziet af van ontwikkelingshulp voor de aankoop van Nederlandse vissersschepen, nadat in Nederland het vermoeden was gerezen dat dergelijke hulp nadelig is voor miljoenen in het zuiden van India.

De Indiase regering heeft bij het bestedingsoverleg over de Nederlandse hulp dat deze week in Den Haag is gevoerd, geen aanspraak meer gemaakt op de acht garnalen-treilers die Nederland nog zou leveren. De 16,5 miljoen gulden die ervoor was uitgetrokken, is nu voor andere projecten bestemd.

Armste groepen
In mei vorig jaar trok de Landelijke India werkgroep in Utrecht aan de bel met de bewering dat kleine traditionele vissers het slachtoffer zullen worden van de modernere visserijmethoden die met de treilers mogelijk zijn. De levering van de treilers zou daarom strijdig zijn met een van de doelen van het Nederlandse beleid, namelijk dat de hulp ten goede moet komen aan de armste bevolkingsgroepen.
Het ministerie van ontwikkelingssamenwerking schortte vorig jaar meteen de leverantie op en besloot dat er in India onderzocht moest worden of die bewering klopte. De Indiase regering stond op haar achterste poten, omdat een dergelijk Nederlands onderzoek inmenging zou zijn in de binnenlandse aangelegenheden.
Als compromis werd besloten dat India met een paar treilers zou gaan experimenteren of er inderdaad ver buiten de kust zoveel garnalen te vangen zijn dat de kleine vissers, die vrij dicht onder de kust vissen, geen schade zouden lijden.

Overbevissing
Zover is het nooit gekomen. De overbevissing van de Indiase kustwateren, de hoge dieselprijzen en de dalende prijs van garnalen op de wereldmarkt, hebben India kennelijk doen besluiten af te zien van de Nederlandse treilers.
Volgens het zesde vijfjarenplan van India moeten er in totaal 350 treilers komen om de de visserij-exporten op te peppen. Met Nederlands ontwikkelingsgeld zijn al negen schepen gefinancierd en voor het merendeel al geleverd door Nederlandse bouwers. Nederland kon volgens minister Van Dijk (ontwikkelingssamenwerking) niet meer af van de levering van die schepen aangezien er dan sprake van contractbreuk zou zijn en aangezien de Nederlandse werkgelegenheid er onder zou lijden.
Waarschijnlijk kunnen Nederlandse werven nog wel andere goede zaken met India doen. Er is sprake van export van onderdelen van schepen die in India in elkaar gezet worden.

Grootste ontvanger
Aan India, de grootste ontvanger van Nederlands ontwikkelingsgeld, is dit jaar 238 miljoen gulden aan hulp toegewezen, vier miljoen meer dan vorig jaar. Maar er is voor slechts een kleine 140 miljoen aan verplichtingen overeengekomen tijdens het Indiaas-Nederlandse bestedingsoverleg. Andere uitgaven moeten wachten op bijvoorbeeld studies die nog niet zijn afgerond.
Ook van invloed is het zogeheten kasplafond dat het ministerie van financiën heeft gesteld. Dat houdt in dat alle departementen niet meer mogen uitgeven dan in hun begroting voor dit jaar is opgenomen. Van het geld dat in vorige jaren voor bepaalde projecten is uitgetrokken maar om de een of andere reden niet op tijd is uitgegeven, mag dit jaar vrijwel niet worden besteed. Deze bezuinigingsmaatrelen heeft vooral tot protesten geleid in de hoek van de ontwikkelingssamenwerking, waar een groot stuwmeer van nog niet besteed geld is gegroeid. Juist de laatste tijd komen veel projecten op gang waarvoor het geld in eerdere begrotingen was gereserveerd.

Plafond
Door dat financiële plafond kan onder andere het Indiase verzoek om 110 miljoen gulden voor kunstmest niet helemaal gehonoreerd worden. Zestig miljoen is zeker, en vijftig miljoen misschien. Nederland is een van de belangrijkste leveranciers van kunstmest aan India, wat hier tot kritische noten heeft geleid van dezelfde India-werkgroep die de discussie over de treilers heeft aangezwengeld.
Volgens deze groep vragen de kunstmestproducenten meer geld voor hun leveringen aan ontwikkelingslanden dan aan rijke landen en is de derde wereld de laatste jaren de dupe geworden van flinke prijsstijgingen. Het ministerie van ontwikkelingssamenwerking zou daarom maximumprijzen moeten stellen voor de mest die met Nederlands geld wordt gekocht.
Ook vindt de werkgroep de kunstmesthulp strijdig met het doel van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking, aangezien volgens haar gegevens tachtig procent terecht komt bij de grotere boeren.
De beperking van de kunstmesthulp dit jaar is volgens een zegsman van het ministerie uitsluitend het gevolg van krappere middelen en van een overschot op de markt, waar met name de olielanden Nederland aan het wegconcurreren zijn. Ook produceert India zelf steeds meer kunstmest.




LIW IN 'T NIEUWS

Hulp aan India

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 21 maart 2005