terug
Onderstaande brief is gepubliceerd in: De Volkskrant, 26-7-1982      

Mensenrechten in India

door:
R.C. Kaushik
eerste secretaris Ambassade van India
De Volkskrant meldde 21 juli dat de partijbesturen van PvdA, PPR en D'66 en de fracties in de Tweede Kamer van CDA, VVD en CPN een verklaring onderschreven, waarin ernstige kritiek wordt geuit op de situatie van de mensenrechten in India. De verklaring was een initiatief van het Humanistisch Overleg Mensenrechten (HOM) en de Landelijke India Werkgroep.

Uw gewaardeerde dagblad van 21 juli publiceerde een verslag over de zorg die in Nederland wordt geuit over de mensenrechten in India. Wij in India hebben grote bewondering voor het idealisme dat de mensen op alle niveaus in Nederland inspireert en de zorg ingeeft voor de mensen in de Derde Wereld. Wij geloven dat dit idealisme volledig dient te worden gesteund voor volledige en juiste informatie die hen in staat stelt de toestand in perspectief te zien.

De Landelijke India Werkgroep die een van de belangrijkste initiatiefnemers is voor de huidige actie en die kennelijk de voornaamste bron van informatie is waarop de brief is gebaseerd, heeft een lange reputatie van publikaties en persartikelen die licht werpen op haar oriëntatie. In haar publikatie "India, oogst van de armoede", geeft de werkgroep als haar standpunt dat de juiste oplossing voor India de West-Bengaalse oplossing is. Zoals wellicht bekend zal zijn heeft West-Bengalen een marxistische regering. In het verleden heeft de werkgroep ook gezorgd voor een vraaggesprek met de voormalige marxistische eerste minister van de deelstaat Kerala, de heer E.M.S. Namboodiripad ten behoeve van de Nederlandse pers terwijl zij een campagne voerde tegen mevrouw Gandhi. Dit is geen idealisme maar ideologie.
Het boek van de werkgroep "Blauwe revolutie in India", waarin een aanval wordt gedaan op het zenden van treilers naar India binnen het kader van de Nederlandse hulp, is gebaseerd op brieven van een organisatie in Goa, die niet is geregistreerd en niet is te achterhalen. Alle Indiase deelstaten, inclusief Goa, hebben ontelbare organisaties die legaal en openlijk functioneren, maar die worden genegeerd door de werkgroep. De publikatie van de werkgroep "India Nieuwsbrief nummer 13" documenteert in bijzonderheden gegeven over de Indiase pers ten behoeve van de stelling van de werkgroep, dat mevrouw Gandhi dictatoriaal en impopulair is in India, maar het pamflet gaat voor het gemak voorbij aan het feit dat zij de verkiezingen won met een tweederde meerderheid van de Indiase kiesgerechtigden.
In de brief wordt gesteld dat er sprake is van "systematische schending" van mensenrechten in India. Er wordt niet gezegd wat dit "systeem" voor schending is. We hebben een systeem voor steunverlening aan de minder bevoorrechten van allerlei soort, of dit nu sociale groepen zijn zoals de Harijans en tribalen danwel economische groepen zoals de armen. In ons parlement worden zetels gereserveerd voor tribalen en Harijans en deze zetels zijn altijd bezet geweest overeenkomstig de reservering. Alle partijen hebben Harijans of tribalen als verkiezingskandidaten. Er worden banen en zetels gereserveerd in onderwijsinstituten. Er bestaat voorrang bij de promotie in overheidsdienst voor leden van deze groepen. Er bestaan speciale plannen voor het verwerven van land of huisvesting en zelfs in kleine gemeenten werden speciale fondsen apart gezet ter bevordering van het welzijn van deze groepen.
India heeft ook een uitgebreid systeem van reserveringen in vele sectoren van de economie voor degenen die een economische achterstand hebben.
Bijvoorbeeld de kustvisserij, de textielweverij die nog met de hand wordt gedaan en zo voort, worden gereserveerd voor de kleine ondernemers. Zelfs moderne industrieën zoals de elektronica worden gereserveerd voor de kleinindustrie. Het betreft hier niet uitsluitend wetgeving zoals wordt gesteld in de brief voor de mensenrechten, maar werkelijke feiten.
Het soort van conflicten waar de brief op doelt, doet zich inderdaad voor. Zij vonden nooit plaats voordat India onafhankelijk werd om de eenvoudige reden, dat de sociaal of economisch onderdrukte mensen geen hulp kregen en hun omstandigheden moesten aanvaarden. De drie decennia van een politiek in vrij India, gericht op een systematische hulp voor hen, heeft hen nu in staat gesteld om hun onderdrukkers te bestrijden en de huidige conflicten zijn hiervoor een aanwijzing.
Het belangrijke feit is dat India. met zijn armoede en gebrek aan grondstoffen, met scherpe en vaak gewelddadig mededingen naar kansen in het onderwijs, voor een baan of op ander terrein, nog steeds een vrije gemeenschap in stand heeft gebouden en tevens een doeltreffend hulpprogramma handhaaft ter ondersteuning van de armen en de minder bevoorrechten.
Er zijn verwijzingen naar veel misdaden in India. Die vinden inderdaad plaats maar zij vinden kennelijk ook plaats in landen die over veel meer middelen beschikken om dergelijke misdaden te bestrijden. Wij horen vaak over de Rode Brigades, de Mafia-ontvoeringen en moorden van vooraanstaande mensen, over bende-oorlogen en zo voort. Het bestaan van deze misdaden, in India danwel in de rijke landen, kan niet worden uitgelegd als een gevolg van onverschilligheid van de overheid.
India heeft, evenals een groot deel van de Derde Wereld, geld nodig voor zijn ontwikkeling. Dit blijft een feit, mèt of zonder de marxistische ideologie die bepleit wordt door de India Werkgroep.
We hebben iets nodig zoals de Marshall Hulp, maar de internationale hulp aan India heeft niet die omvang gehad en is al veel jaren aan het afnemen. We proberen geld te verdienen door uit te voeren maar staan daarbij tegenover protectionistische grensbelemmeringen die de rijke landen hebben opgeworpen. De militaire politiek van de grote mogendheden in het gebied rond India dwingt India om geld dat wij dringend nodig hebben voor ontwikkeling, te bestemmen voor de defensie. Niettemin is de uitgave voor defensie in India een van de laagste ter wereld. Vorig jaar besteedde de wereld 1.755 miljard gulden aan bewapening; het meeste kwam voor rekening van de twee militaire blokken.
Als een klein percentage hiervan aan ons zou worden gegeven als hulp, zou dit een grote invloed hebben op versnelling van de vooruitgang van de mensenrechten in India. Degenen in Nederland die werkelijk en idealistisch bezorgd zijn om de mensenrechten in India (in tegenstelling tot degenen die India een voorgekookt ideologisch raamwerk willen opleggen) zouden de minder bevoorrechten in India een grote dienst bewijzen indien zij kunnen bevorderen, dat de vijandige internationale verhouding Waartegen India en andere zich inspannende landen van de Derde Wereld moeten opboksen, wordt verbeterd. DEN HAAG R. C. Kaushik eerste secretaris ambassade van India

DEN HAAG, R.C. Kaushik
eerste secretaris Ambassade van India

Commentaar van Landelijke India Werkgroep en Humanistisch Overleg Mensenrechten op deze brief in de Volkskrant van 31(?)-7-1982 resp. 3-8-1982.



LIW IN 'T NIEUWS

Hulp aan India

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 23 maart 2005