terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: NRC Handelsblad, 9-11-1982      

Wereldeconomie

Vis uit India

door:
W.H. Weenink

Een poging van India meer vis naar Nederland te exporteren lijkt water naar de zee dragen. Toch gebeurde dit gisteren in een van Amsterdams grote hotels. Een Indiase visserijdelegatie gaf daar vol vertrouwen te kennen dat het nu verwaarloosbare aandeel van India op de Nederlandse importmarkt voor vis (vorig jaar bijna 2400 ton op een totale Nederlandse visinvoer van ruim 160.000 ton) heel goed uitgebreid kan worden. "Er is (...) een groot marktpotentieel in Nederland beschikbaar, waarin India de komende jaren in steeds grotere mate kan delen", zei de delegatieleider, S.N. Rao, voorzitter van de Autoriteit voor exportontwikkeling van visserijprodukten in het Indiase Cochin. India is het zevende visproducerende land ter wereld en neemt 3,4 procent van de wereldvisproduktie voor zijn rekening. Er wordt jaarlijks 2,4 miljoen ton vis gevangen. Een miljoen ton hiervan is zoetwatervis. En wat de soorten betreft: India is al jaren de grootste producent van garnalen en kikkerbilletjes (die ook als visprodukt worden beschouwd) ter wereld. Bijna alles wordt in eigen land geconsumeerd. Slechts 75.375 ton (1981) vindt een weg naar het buitenland.
Deze hoeveelheden kunnen gemakkelijk uitgebreid worden. Dat zou een goede zaak zijn voor de interne voedselvoorziening - die na vijf redelijk goede oogsten weer in ernstige problemen dreigt te komen - en de deviezenontvangst. Zowel de Arabische Zee aan de westkant van het Indiase subcontiment als de Golf van Bengalen in het oosten bieden uitstekende mogelijkheden voor een forse toename van de visvangst. Hoe veelbelovend de visgronden - met name in de diepere zee gedeelten - zijn, weet men nog niet precies. Samenwerking met Nederland om deze kennislacune aan te pakken zou erg op prijs gesteld worden, zo liet de Indiase vertegenwoordiging weten.
De Indiase visuitvoer is de afgelopen twintig jaar snel gestegen. In 1961 werd er nog 17.297 ton geëxporteerd, nu viermaal zoveel. De waarde ervan werd in die tijd zelfs 69 maal zo groot. Vooral de uitvoer van bevroren vis heeft de laatste jaren tot deze groei bijgedragen. De meeste vis gaat naar Japan. Daarna volgen de Verenigde Staten en West-Europa.
Nederland neemt in de Indiase exportstatistieken een opvallende vierde plaats in: het was in 1981 met 2394 ton in grootte de vierde importeur van Indiase vis. Maar dat wil niet zeggen dat deze vis ook in Nederland aan de man gebracht wordt. Rotterdam als doorvoerhaven vertroebelt het beeld. Volgens een importeur verdwijnt er slechts ongeveer tien procent in Nederlandse magen. De rest wordt door Nederlandse firma's naar andere landen doorgevoerd. De Nederlandse consument is duidelijk nog niet met de Indiase vis vertrouwd.
Dat komt volgens een Nederlandse handelaar onder andere omdat de kwaliteit nog veel te wensen overlaat. En dat zou weer te maken hebben met het erg grote aantal exporteurs aan Indiase kant, wat kwaliteitscontrole zou bemoeilijken. "Nederland is daar zelf schuld aan omdat de importeurs extreem lage prijzen bedingen", reageerde een wat onthutst Indiaas delegatielid, "en dan is het produkt er ook naar". "Maar dan moet u niet verkopen", kaatste de Nederlander terug. Het ziet er dus niet naar uit dat Indiase vis spoedig massaal op Nederlandse menu's zal prijken.

De expansie van de Indiase visserij zou Nederlandse bedrijven overigens interessante orders kunnen opleveren. Werven als De Hoop in Hardinxveld-Giessendam en Damen in Gorinchem zijn in staat een aantal van de trawlers te bouwen waarmee India zijn vloot wil uitbreiden. De komende drie jaar zullen er ongeveer honderd nieuwe schepen bij moeten komen. En op de nog langere termijn staat een uitbreiding met nog eens tweehonderd schepen op stapel.
Beide werven hebben in het recente verleden al vissersboten aan India verkocht en zouden dus vol verwachting op de ontwikkelingen kunnen inspelen. Maar vertegenwoordigers van de werven zijn niet erg optimistisch. Vorig jaar kreeg de actiegroepering Landelijke India Werkgroep namelijk gedaan dat de levering van acht met ontwikkelingshulp bij de twee werven te bouwen garnalentrawlers niet doorging. De minister voor ontwikkelingssamenwerking toonde zich gevoelig voor het argument dat het gebruik in India van deze voor de diepere zee bestemde vaartuigen desastreus voor kleine vissers met hun traditionele bootjes is omdat ze voor garnalenvangst dicht onder de kust zouden worden ingezet.
Deze zaak is in India in slechte aarde gevallen. Een ontstemd Indiaans delegatielid voelde zich gisteren nog geroepen te onderstrepen dat grote en kleine Indiase vissers elkaar beslist niet in het vaarwater zitten.




LIW IN 'T NIEUWS

Hulp aan India

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 21 maart 2005