terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Trouw (?), 15-11-1982      

Aziatische Spelen, feestje van 2 miljard

door:
Johan Woldendorp

UTRECHT - Op de 65e verjaardag van de Indiase president Indira Gandhi (vrijdag) worden in New Delhi de Aziatische Spelen geopend. Het propagandistische sportfeestje kost twee miljard gulden, aanzienlijk meer dan begroot en ook aanzienlijk meer dan het armlastige India kan dragen.

In tegenstelling tot de Janata-partij, die tot begin 1980 regeerde, ziet Gandhi in de Aziatische Spelen volop mogelijkheden om het arme land tegenover de rijkere wereld te verkopen. Buta Singh, de Indiase minister van sportzaken en voorzitter van het organisatiecomité, verdedigt dat als volgt: "India is in alles, behalve de sport, een grootmacht in Azië. Dit is de beste gelegenheid om onze status in de wereld te verhogen."
Gerard Oonk van de Landelijke India Werkgroep voegt er aan toe: "India vindt, dat het zich kan profileren als een land met grote technische mogelijkheden. Gandhi heeft het economische beleid geliberaliseerd. Sinds 1980 wordt het multinationals aantrekkelijk gemaakt om handel te drijven met India. De Aziatische Spelen zijn hét middel om de rest van de wereld te laten zien: kijk eens hoe goed het is om hier te investeren."
Nederland stort volgens die filosofie jaarlijks 240 miljoen gulden op de Indiase staatsrekening. Sinds een recent bezoek van prins Claus (in het kader van de ontwikkelingssamenwerking) aan India heeft het ministerie van buitenlandse zaken de relatie met het land veranderd. Vroeger was het geld primair bestemd voor de armen, nu wordt met dat bedrag vooral de handel bevorderd. VNO-voorzitter Van Veen is, om iets te noemen, voorzitter van de commissie Nederlandse en Indiase werkgevers. "Om die reden", zegt Oonk, "oefent de politiek ook weinig druk uit om wat van die 240 miljoen af te knabbelen."
Zoals gebruikelijk komen de eventuele revenuën uitsluitend ten goede aan de kleine, steenrijke bovenlaag van de Indiase maatschappij. Het grootste slachtoffer is de kleine man, die toch al nauwelijks te eten heeft. In India leeft de helft van de bevolking onder de armoedegrens.
De Volksunie voor Democratische Rechten (PUDR) onderzocht tussen 30 juli en 10 augustus dit jaar de omstandigheden, waaronder de veelal geronselde arbeiders letterlijk hun steentje aan het prestigieuze objekt moesten bijdragen. "Vertegenwoordigers van de regering, op de hoogte van de uitbuiting van de werkers, knepen hun ogen stijf dicht, toen ze met gewelddaden van de opdrachtgevers werden geconfronteerd; bang als ze waren, dat de bouwwerken niet voor 19 november opgeleverd zouden worden", staat er in het rapport van de PUDR te lezen. Daarna volgt er een hele rits voorbeelden over de slavenarbeid, waartoe buiten mannen ook vrouwen en kinderen verplicht waren.
Het Indiase Hooggerechtshof bemoeide zich met de bouw van de accommodaties, die door de grote achterstand op het tijdschema (de weigerachtige houding van de Janata-regering) in recordtijd uit de grond gestampt moesten worden. De juristen controleerden voornamelijk of het minimumloon van 11,25 roepies per dag (ongeveer drie gulden) werd uitbetaald. Ze zagen over het hoofd, dat de kinderarbeid welig tierde. Ofschoon een wet verbiedt, dat een kind als bouwvakker optreedt, behoorden stenen sjouwende jongens van amper tien jaar in de Indiase hoofdstad tot het normale straatbeeld. De aannemers, aan wie de regering het projekt had uitbesteed, hadden daarvoor een naar hun mening plausibele verklaring: "Het werk moet op tijd klaar zijn; we hebben geen keus."
Kinderen en vrouwen vallen in India niet onder de wet op het minimumloon. De "dure" mannen wel, maar in ruil voor die "gunst" moesten ze heel wat inleveren. De kleine boeren van het ver van New Delhi verwijderde platteland moesten hun akkers verlaten, zonder dat dat "offer" werd gecompenseerd. De politici schrapten het voedsel-voor-werkprogramma voor de achterblijvende familieleden. Landbouwers uit de buurt van de hoofdstad raakten hun land kwijt om er het jongste paradepaardje op te laten grazen. In Tughlahabad werden de boeren van hun middelen van bestaan beroofd om een schietbaan aan te kunnen leggen.
Erbarmelijk waren ook de omstandigheden in het tentenkamp bij het stadiOn, de tijdelijke verblijfplaas van de (pseudo)bouwvakkers. De PUDR constateerde dat de sanitaire voorzieningen onder de maat waren, elektriciteit ontbrak, de medische faciliteiten niet toereikend bleken om de infectieziekten te genezen, de tenten lekten - in de regenperiode kon er zodoende noch worden gekookt noch voedsel bewaard, om over het gebrek aan nachtrust niet eens te praten - en de leefruimte in zijn algemeenheid te beperkt was. Het is dan ook geen wonder, dat de bouw van stadions, hotels, appartementen voor de deelnemers en ruime verkeerswegen letterlijk bloed, zweet en tranen heeft gekost.
De Aziatische Spelen zelf zullen waarschijnlijk evenmin geruisloos verlopen. Militante Sikh-groeperingen hebben gedreigd het evenement te zullen verstoren. De Sikhs kanten zich niet alleen tegen het kostenverslindende aspect van de Spelen, maar willen ook de onafhankelijkheid van hun "land", de deelstaat Punjaab, afdwingen. Om die reden werden er zaterdag tijdens de generale repetitie van de openingsceremonie, bijgewoond door onder andere Indira Gandhi, scherpe veiligheidsmaatregelen getroffen. De ironie van het lot wil, dat de Sikhs ruim zijn vertegenwoordigd in de Indiase ploeg voor de Aziatische Spelen. Bovendien is de voorzitter van het organisatiecomité, Buta Singh, van origine een Sikh.




LIW IN 'T NIEUWS

Hulp aan India

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 21 maart 2005