terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Weekblad Schuttevaer, 18-12-1982      

Kanttekeningen trawlerovereenkomst

Scheepswerf Damen in Gorinchem heeft een order geboekt voor de bouw van garnalentrawlers voor India. De order strekt zich uit over vijf jaar en levert jaarlijks ƒ 25 miljoen op. Het is de bedoeling dat Damen de trawlers in bouwpakketten aan India gaat leveren. De Landelijke India Werkgroep zet in bijgaand artikel enige kanttekeningen bij de gang van zaken en de wijze waarop in India de visserij met de diepzee trawlers wordt uitgeoefend.

Damen bouwt visserschepen voor India

'Kustvissers sterk benadeeld'

De Nederlandse scheepswerf Damen in Gorinchem heeft een belangrijke samenwerkingsovereenkomst afgesloten met een konsortium van Indiase werven: East Coast Boat Builders. De Indiase regering heeft begin dit jaar haar goedkeuring aan deze transaktie gegeven.

Dit schrijven zowel het internationale visserijblad Fishing News International van maart 1982 als de Indiase krant Economic Times van 22 januari van dit jaar. Damen zelf heeft tot voor kort geen bekendheid aan de overeenkomst gegeven. Op 18 november jl. maakte de direktie van Damen in een interview met het Financieel Dagblad voor het eerst melding van een 'principe-overeenkomst' met het Indiase consortium.
In dat interview geeft Damen te kennen dat dit programma 'wellicht ... met enige steun van Ontwikkelingssamenwerking uitgebreid kan worden'. Dit terwijl in juli van dit jaar tijdens het bestedingsoverleg met India het programma voor financiering voor trawlers werd stopgezet, vanwege door het ministerie vermoede strijdigheid met het ontwikkellngsbeleid. In het kader van de overeenkomst zal Damen eerst onderdelen van trawlers leveren die in India worden geassembleerd. Daarbij wordt ook technische assistentie verleend die het mogelijk moet maken deze importen na vijf jaar overbodig te maken en de trawlers vervolgens helemaal in India te bouwen. Verwacht wordt dat East Coast Boat Builders na die periode, met technische hulp en toelevering van materialen door Damen 12 trawlers per jaar zal bouwen.
De nieuwe overeenkomst zal, zo melden beide bovengenoemde bladen, een aanzienlijke bijdrage leveren aan de bouw van trawlers in India. Volgens het Zesde Vijfjarenplan moet India in 1985 over 350 diepzeetrawlers beschikken, terwijl er nu slechts 55 zijn. Door de Indiase regering wordt vooral de bouw van trawlers in India zelf aangemoedigd, onder andere door een subsidie van 33% op de bouwkosten en het vormen van twee konsortia van scheepswerven, één aan de west-, één aan de oostkust. Met de laatste heeft Damen zich verbonden.

Hulp stopgezet
De overeenkomst van Damen met de Indiase werven is het vervolg op de met ontwikkelingshulp gefinancierde levering van negen trawlers aan India, waarvan er vier door Damen zijn geleverd. De vijf andere trawlers zijn door scheepswerf De Hoop in Hardinxveld-Giessendam gebouwd.
Oorspronkelijk zouden in totaal 17 trawlers met hulpgelden gefinancierd worden, terwijl een vervolgprogramma niet onwaarschijnlijk was (in 1979 was geld gereserveerd voor 41 trawlers). Maar door protesten van het Nationale Forum van 13 bonden van ambachtelijke vissers in India en de Landelijke India Werkgroep in Nederland werd de leverantie van de resterende acht trawlers door het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking opgeschort. Deze protesten betroffen het feit dat de kleinschalig werkende kustvissers sterk benadeeld zullen worden door de komst van de nieuwe schepen, omdat tot nu toe alle voor de diepzee uitgeruste trawlers in de kustwateren opereren. Daar konkurreren ze direkt met de traditionele vissers die deze wateren al optimaal bevissen.
Door Ontwikkelingssamenwerking voorgesteld nader onderzoek hiernaar werd door India als inmenging in binnenlandse aangelegenheden afgewezen. Op het kompromisvoorstel experimenteel onderzoek te doen naar de nog onbekende hoeveelheden van specifieke vissoorten (vooral garnalen) in de diepzee, kwam geen reaktie van Indiase kant. Ontwikkelingssamenwerking weigerde echter meer trawlers te financieren zonder een dergelijk onderzoek. Bij het bestedingsoverleg over de Nederlandse hulp aan India, dat begin juli in Den Haag is gevoerd, heeft India afgezien van de resterende acht trawlers.
In het Financieel Dagblad van 18 november jl. doet de direktie van Damen alsnog de suggestie om de overeenkomst met het Indiase konsortium van werven uit te breiden met steun van Ontwikkelingssamenwerking. Het blad citeert Damen als volgt: 'Een co-produktie met know-how assistentie van Damen en toelevering van materialen behoort zeker tot de mogelijkheden maar zal jaarlijks toch niet meer dan 12 nieuwe schepen opleveren. Wellicht dat dit programma met enige nieuwe steun van Ontwikkelingssamenwerking kan worden uitgebreid'. Daarbij wordt verwezen naar de Memorie van Toelichting bij de Begroting voor 1983 van dit ministerie, waarin positieve resultaten worden gemeld van studies naar samenwerkingsprojekten op het gebied van scheepsbouw en havenwerken.
Laatstgenoemde opmerking staat in het hoofdstuk 'Verbreding van het India-beleid'. Deze zogenaamde verbreding heeft expliciet tot doel om hulpgelden als middel te gebruiken om de ekonomische relaties tussen India en Nederland uit te breiden. Onder andere wordt de mogelijkheid geboden om met hulpgelden betaalde onderdelen te financieren van transakties of projekten die door Nederlandse bedrijven, eventueel samen met Indiase, worden uitgevoerd. Waarschijnlijk ziet Damen binnen het kader van deze 'Nieuwe Zakelijkheid' in de hulpmogelijkheden om een beroep te doen op het gebruik van ontwikkelingsgelden.
In dit verband 18 het ook opmerkelijk dat een Indiase visserijdelegatie die vorige maand ons land bezocht, voorstelde om samen met Nederland te gaan onderzoeken wat India's diepzee mogelijk aan vis te bieden heeft (zie NRC Handelsblad 9-11-1982). Precies dus het voorstel dat Ontwikkelingssamenwerking gedaan heeft, maar waarop de Indiase regering nooit heeft gereageerd. Het lijkt erop dat India nu zonder gezichtsverlies wel op dit voorstel kan ingaan, in de hoop alsnog Nederlandse ontwikkelingshulp voor haar trawlervloot binnen te halen.

Kleine vissers
Uit de opmerkingen van de Indiase visserijdelegatie in Nederland bleek dat de zaak van de niet doorgegane trawlerfinanciering met hulpgelden, in India in slechte aarde is gevallen. Het NRC Handelsblad van 9-11-1982: 'Een ontstemd Indiaas delegatielid voelde zich gisteren nog geroepen te onderstrepen dat grote en kleine Indiase vissers elkaar beslist niet in het vaarwater zitten'.
Officiële cijfers over sterk teruglopende vangsten van traditionele vissers ten opzichte van stagnerende totale vangsten (zie brochure 'Blauwe Revolutie in India') bewijzen echter het tegendeel.
Nog op 31 juli 1982 citeerde het Indiase blad India Today een geheim rapport van een van de industriële ondernemingen die in de visserij aktief zijn: 'De Indiase visserij blijft beperkt tot de territoriale wateren en heeft zichzelf nog niet eens in de Exklusief Ekonomische Zone van 200 mijl gewaagd'.
In het interview met het Financieel Dagblad ontkent de direktie van Damen de konkurrentie tussen ambachtelijke en gemechaniseerde visserij niet. Zij meent, evenals de Indiase vissersbonden, dat een kuststrook voor de kleinschal1ge visserij gereserveerd moet worden. Na jaren van protest van de ambachtelijke vissers, is vorig jaar in (slechts) drie deelstaten, zo'n zone ingesteld. Dit is echter onmiddellijk bij het Hooggerechtshof aangevochten door de Associatie van eigenaren van gemechaniseerde boten. In plaas van de 5-kilometerzone volgens de wet heeft het Hof, vooruitlopend op een definitieve beslissing, bepaald dat alleen de eerste twee kilometers niet voor gemechaniseerde boten toegankelijk zijn. Overigens is zelfs de kontrole op deze maatregel praktisch afwezig. In Goa zijn daartegen dit jaar door vissers langdurige 'estafette-hongerstakingen' gehouden.

Niet efficiënt
Damen is van mening dat 'de nieuwe grOte trawlers in de verder weg gelegen zeegebieden moeten worden ingezet, waar nu andere landen aktief zijn'. Zolang echter in de visrijkere kustwateren winstgevender te vissen is zullen alle voor de diepzee gebouwde trawlers in die wateren blijven opereren. Te weinig kennis van de diepzee-visvoorraden, stijgende dieselprijzen en dalende garnalenprijzen op de wereldmarkt vormen daartoe een extra aanmoediging.
Het vissen door buitenlandse schepen in India's EEZ, bijvoorbeeld door Thaise trawlers, gebeurt meestal door schepen die zijn aangeschaft met te optimistische vangstverwachtingen of die hun eigen kustwateren al hebben overbevist.
Nu gaan ze vaak alleen de zee op als de exploitatiekosten terug te verdienen zijn, omdat de kosten van trawleraanschaf al als verlies zijn geboekt. Zelfs de exploitatiekosten zijn niet altijd terug te verdienen. De belangrijkste oorzaak daarvan is dat de Indische Oceaan - zoals bekend - veel minder visrijk is dan bijvoorbeeld de Atlantische Oceaan. Al met al blijkt Damens opmerking in genoemd interview dat 'de invoering van grote, efficiënte vaartuigen niet tegen te houden is', in dit geval een preek voor eigen parochie te zijn.
Alleen door grote subsidies op gemechaniseerde visserij, kunnen nieuwe Indiase trawlers winst maken. Een aantal Indiase grote bedrijven hebben zich ondanks de bestaande subsidies, toch wegens verliezen uit de visserij teruggetrokken. Als de Indiase regering het aantal trawlers desondanks toch wil opvoeren, zullen nog grotere subsidies nodig zijn om daarvoor gegadigden te vinden. Deze subsidies, maar dan geïnvesteerd in de ontwikkeling van de ambachtelijke visserij, kunnen echter zowel meer arbeidsplaatsen als meer inkomen voor de kleine vissers opleveren. Ook een betere konservering en distributie van vooral goedkope vissoorten voor de lagere inkomensgroepen, kan daarmee bekostigd worden.

Onbeantwoord
Een onderzoek dat in juli 1982 is gepubliceerd door het FAO/UNDP Programma voor kleinschalige visserijbevordering in Zuid-Azië wijst uit dat de niet-gemechaniseerde visserij zowel veel hoger scoort in 'sociale rentablliteit' (dit is de bruto toegevoegde waarde per eenheid investering), als een hogere netto-winst oplevert (exklusief subsidies). Zelfs in het onderzoeksseizoen (1980-1981) toen de weersomstandigheden juist VOor de kleine vissers uiterst ongunstig waren, boekten negen van de dertien traditionele visserijtechnieken een winst tussen de 15 en 45%. Twee door de gemechaniseerde visserij gebruikte technieken maakten een verlies van 9,8 en 8,7%. Het geciteerde Economics of artisinal and mechanized fisheries in Kerala, is één van de eerste grote systematische studies in Zuid-Azië naar de kosten en baten van diverse soorten visserijtechnieken.
Niet alleen de resultaten van dit onderzoek zouden voor het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking een belangrijke reden moeten zijn om hulp te verlenen ten behoeve van de ontwikkeling van de kleinschalige visserij. Gezien het feit dat al 9 trawlers aan India zijn geleverd, zou die hulp zoals verwoord in een Kamervraag van Tweede Kamerlid K. Knol op 18 juni 1981, ook gezien kunnen worden als: kompenserende hulp ... aan die groeperingen welke als gevolg van de levering ernstig gedupeerd zouden worden.
Door de toenmalige minister van Ontwikkelingssamenwerking De Koning is destijds in zijn antwoord op de betreffende vraag, niet op deze suggestie gereageerd. Een verzuim dat alsnog door minister Schoo goedgemaakt zou kunnen worden.



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Hulp aan India

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 21 maart 2005