terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: De Groene Amsterdammer, 16-2-1983      

Nieuwe zakelijkheid in India

Deze week wordt in de Tweede Kamer de begroting voor Ontwikkelingssamenwerking behandeld. Ter gelegenheid daarvan heeft de Landelijke India Werkgroep aan de bel getrokken om de aandacht te vestigen op enkele al jarenlang bestaande misstanden op het gebied van de Nederlandse hulpverlening aan India. In een open brief aan de Kamer stelt de werkgroep de vraag in hoeverre de regering-Gandhi een beleid voert dat probeert de levensomstandigheden van de armste groepen in India te verbeteren, alsmede om de nieuwe minister van Ontwikkelingssamenwerking, Eegje Schoo, daarover aan de tand te voelen. Haar voorganger Van Dijk meende nog op 26 oktober jongstleden in antwoord op Kamervragen dat het beleid van de Indiase regering "in eerste instantie is gericht op het bevorderen van ekonomische groei", waarbij "wordt gestreefd naar een rechtvaardige verdeling van de groei". Weliswaar erkende Van Dijk dat ten aanzien van een aantal regeringsmaatregelen de vraag is "in hoeverre met deze programma's de allerarmsten worden bereikt", maar hij voerde daarvoor al direkt een exkuus aan: dat de plannen van de Indiase regering niet worden gerealiseerd zou vooral zijn te wijten aan de lokale machtsstrukturen.
Op het ministerie zelf cirkuleert echter een interne nota over de Nederlandse hulp aan India dat uit een heel ander vaatje tapt. Over het beleid van de achtereenvolgende Indiase regeringen ten aanzien van de armoedebestrijding zegt die interne nota dat "de uitvoering van dat (sociaal) beleid zoveel te wensen overlaat, dat de resultaten ervan vragen oproepen over de ernst en motivatie waarmee het armoedeprobleem wordt aangepakt. De ekonomische groei in India is vooral ten goede gekomen aan de hogere en middelbare inkomensklassen. Ook het beleid van de huidige regering lijkt zich vóór alles op deze groepen te richten. De koncentratie van produktiemiddelen bij een kleine groep van de bevolking neemt snel toe."
Met andere woorden, aldus de India-werkgroep, de visie die Van Dijk aan de Kamer gaf is samen te vatten als de regering-Gandhi wìl wel maar kàn niet, terwijl zijn ambtenaren tot de omgekeerde konklusie zijn gekomen: de regering-Gandhi kàn wel, maar wìl niet.

Ook op het gebied van de mensenrechten valt niet te hopen dat mevrouw Schoo haar voorganger volgt, die, geheel in strijd met rapporten van Amnesty International, meent dat de door Amnesty gemelde schendingen van mensenrechten "excessen zijn die zich in meer afgelegen gebieden afspelen, waar de greep van de centrale overheid op de lagere autoriteiten zich minder doet voelen".
Konkreet vraagt de werkgroep om de kunstmestleveranties aan India te staken. Een uitgebreide evaluatiestudie, nota bene in opdracht van het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking ingesteld, leidt tot de konklusie dat ongeveer tachtig procent van de kunstmest bij de grotere boeren terechtkomt.
Bovendien waarschuwt de werkgroep tegen de in de memorie van toelichting aangekondigde "verbreding van het India-beleid". Bedoeld wordt het aanwenden van steeds meer politieke kreativiteit en organisatorische en financiële middelen om voor het Nederlandse bedrijfsleven meer mogelijkheden in ontwikkelingslanden te scheppen, in de wandeling de "nieuwe zakelijkheid" geheten. (rb)




LIW IN 'T NIEUWS

Hulp aan India

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 18 maart 2005