terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: De Groene Amsterdammer, 9-3-1983      

New Delhi-top en de doden in Assam

De gastvrouw in India verbleekt

door:
Twan Custers
Raymond Gijsen
Terwijl de ene delegatie na de andere in New Delhi neerstreek om de topkonferentie van de niet-gebonden landen bij te wonen, werd afgelopen zaterdag het zoveelste bloedbad in Assam wereldkundig gemaakt. Zeventien moslemdorpen bleken 'van de kaart geveegd'. De top in New Delhi had voor premier Indira Gandhi een glansnummer van politiek leiderschap moeten worden. Maar het wordt nu een heksentoer om nog iets van haar gehavende prestige overeind te houden. Twan Custers en Raymond Gijsen schetsen de achtergrond van Gandhi's problemen.

"Het enige wonder dat armoede kan bestrijden is hard werken, met een duidelijke doelstelling voor ogen en met discipline". Aldus de advertentietekst die mevrouw Gandhi de afgelopen maanden in vele Indiase kranten heeft doen verschijnen. Hard gewerkt heeft Indira zeker. Niet aan het bestrijden van armoede, maar aan het opvijzelen van haar geschonden prestige. Daarvoor had Indira Gandhi een zeer dringende reden: de deze week in New Delhi begonnen zevende topkonferentie van niet-gebonden landen. Voor India als gastheer en Gandhi als gastvrouw een gelegenheid bij uitstek om zich als een van de machtigste Derde-Wereldleiders te profileren. Met de Top voor de deur werden in vijf Indiase deelstaten verkiezingen gehouden om het demokratisch imago van de premier en haar regerende Congresspartij wat op te fleuren. Het pakte allemaal anders uit. In de ene deelstaat gooide een filmster met een hypernationalistische partij roet in haar eten, in een andere 'marxisten'.
In de deelstaat Assam tenslotte, leverden de tegen de wil van de Assamezen doorgezette verkiezingen minstens 4000 doden, een veelvoud aan gewonden en een kompleet vernielde infrastruktuur op.


Het botweg negeren van de bloedige protesten tegen die verkiezingen in Assam en het accepteren van een overwinning met een opkomst van slechts 10 pct hebben Indira's prestige opnieuw een enorme knauw gegeven. Op de valreep trachtte Gandhi haar gezicht nog te redden met een aai over de bol van de opstandige Sikhs, het toegeven van fouten in Assam en het beschuldigen van de Verenigde Staten van steun aan de agitatie in Assam. Maar zelfs op de pro-Sovjetstaten binnen de beweging van niet-gebonden landen zal deze laatste aantijging niet veel indruk maken.
De politiek van Indira Gandhi, een vorm van binnenlands kolonialisme, waarbij niet alleen de deelstaten in het noordoosten maar ook de stambevolkingen in Centraal India schromelijk worden verwaarloosd, roept steeds meer verzet op.
Aangeslagen door de situatie in eigen land zal India zich minder eigengereid kunnen opstellen dan voorheen. Het is dan ook de vraag of India haar standpunten inzake Cambodja (erkenning van Heng Samrins door Moskou gesteund bewind) en Afghanistan (vóór terugtrekking van de Sovjettroepen maar de invasie niet veroordelen) zal moeten afzwakken onder druk van de gematigde lidstaten, die de vermeende pro-Sovjetkoers van de Beweging willen ombuigen. En zo zullen India's interne problemen op de konferentie een grotere rol spelen dan Indira lief is.
Enerzijds wordt India gedwongen ondubbelzinnig op te komen voor de Beweging als geheel en niet het eigen politieke belang - bijvoorbeeld naleving van een veelzijdig vriendschapsverdrag met de Sovjetunie - te laten prevaleren. Anderzijds wordt India daarmee de begeerde leiderspositie opgedrongen, maar het is de vraag of Gandhi nog over het politieke gewicht beschikt om die rol met enig succes te kunnen spelen. Te meer daar Assam niet het laatste opstandige gebied is waar de regering van India de rekening gepresenteerd zal krijgen voor een beleid dat voor weinigen veel neemt, maar voor velen weinig heeft te bieden.

'Buitenlanders'
Noordoost-India, zeven maal Nederland en ingeklemd tussen Bangladesh, Birma, China en Bhutan, is van groot strategisch belang. De bloedige onlusten in Assam zijn niet alleen een menselijke tragedie van enorme omvang, ze hebben ook aangetoond dat de centrale regering de greep op deze deelstaat totaal heeft verloren. Duidelijk is dat Indira Gandhi het fanatisme en de mobilisatiekracht van de grote motor achter de onlusten, de studentenbeweging in Assam, danig heeft onderschat.
'Bezorgdheid' over het verlies van de Assamese kultuur dreef de studentenbeweging tot een opstelling van vreemdelingenhaat. Die bezorgdheid over de eigen kultuur is niet nieuw. Er was al sprake van toen de Britten in 1837 het Bengaals als voertaal in het toen nog onverdeelde Oost-India invoerden. Ook de grote stroom migranten die begin deze eeuw uit Oost-Bengalen (het latere Bangladesh) naar Assam kwam werd als een bedreiging van de Assamese kultuur gezien. Desondanks nam de migratie toe. Immers, op de theeplantages en in de jute-industrie waren veel arbeidskrachten nodig en bovendien pasten veel Bengali's zich aan de Assamese kultuur aan. De toestroom van Bengali's zou haar hoogtepunt bereiken in 1947 tijdens de onafhankelijkheidswording en tevens scheiding van India en Pakistan, en in 1971 en 1975 tijdens de revolutie, respektievelijk staatsgreep in Bangladesh.
Maar pas vier jaar geleden, in 1979, werd de migratie naar Assam een uitgesproken politiek issue. De toenmalige deelstaatregering gaf opdracht om de kieslijsten te kontroleren in het distrikt Magaldoi, waar verkiezingen waren uitgeschreven. Op basis van het burgerregister van 1951 werden 50.000 'buitenlanders' opgespoord. De studentenbeweging greep deze uitkomst aan om de aanwezigheid van immigranten tot speerpunt van haar akties te maken. Onder buitenlanders verstonden zij iedereen van niet-Assamese afkomst. Zodoende werden zelfs tweede en derde generatie Assamees sprekende Bengali 's en Nepali's doelwit van de hetze tegen buitenlanders. Hoewel van de ongeveer zes miljoen immigranten die tot nu toe in Assam zijn opgespoord 55 procent Hindoe is, richt de agitatie zich in de eerste plaats tegen de moslimimmigranten.

Doodbloeden
De vreemdelingenhaat in Assam is vooral een uitingsvorm van dieperliggende sociaal-ekonomische tegenstellingen. Niet alleen tussen Assamezen en immigranten, maar minstens evenzeer tussen Assam en de grotere deelstaten van de Indiase Unie. De eerste tegenstelling is terug te voeren op de inbeslagname van steeds schaarser worden de landbouwgrond. Verder heeft de vroegere stroom immigranten zich veelal goede posities in de handel en het overheidsapparaat weten te verwerven, waardoor ze des te gemakkelijker als mikpunt van agressie en zondebok kunnen worden gebruikt.
Daarnaast heeft New Delhi Assam altijd als wingewest beschouwd. De Assamese thee werd buiten Assam verhandeld en de olie grotendeels naar Bihar gepompt. De grote gasreserves gingen bij gebrek aan toepassingsfaciliteiten in vlammen op. De houtverwerkende industrie zet haar produkten buiten de deelstaat af. Ieder initiatief van overheidswege om de Assamese ekeonomie te ondersteunen is uitgebleven. Verder heeft de centrale regering de toenemende druk op de landbouwgronden en de toenemende konkurrentie op de arbeidsmarkt als gevolg van de vluchtelingenstroom uit Bangladesh altijd als Assams eigen probleem beschouwd. Soortgelijke problemen spelen ook in een aantal noordoostelijke deelstaten. Niet overal leidt dit tot hoogoplopende konflikten. In het deelstaatje Tripura bijvoorbeeld, waar de immigranten uit Bangladesh al lang in de meerderheid zijn, heeft de onlangs herkozen marxistische regering voor een vrij stabiel politiek klimaat gezorgd. In Assam daarentegen is een reaktionaire studentenbeweging in het politieke vakuüm gesprongen om uiting te geven aan de onvrede van de Assamezen over de verwaarlozing door de centrale regering.
In de hoop en veronderstelling dat de anti-buitenlanders beweging vroeg of laat zou doodbloeden heeft New Delhi de leiders van de agitatie in Assam zo lang mogelijk aan het lijntje proberen te houden.

Indira Gandhi bekijkt in Assam de gevolgen van haar politiek (foto: ABC)
Maar dat was niet de enige reden om de onderhandelingen met de studentenbeweging te rekken. Vlak vóór de anti-vreemdelingen beweging in 1979 begon, was de marxistische CPM de sterkst groeiende partij in Assam die met name onder de Bengali's veel steun vond. Assam stond dan oook op de nominatie de derde oostelijke deelstaat - naast West-Bengalen en Tripura - te worden waar de CPM de grootste partij vormt. Door de agitatie van studentenzijde werd links echter steeds meer geassocieerd met Bengaalse immigranten en daardoor verdacht en sterk geïsoleerd. Deze bijkomstigheid was de Indiase regering niet onwelgevallig. Indira Gandhi zag de 'marxisten' destijds als een grotere bedreiging voor haar positie dan de studentenbeweging. Een misrekening, zoals zou blijken.

Taktische blunder
Er volgden maar liefst 27 onderhandelingsronden met de studenten, die in de loop van de tijd heel wat koncessies hadden weten af te dwingen. Toen uiteindelijk geen overeenstemming kon worden bereikt over de samenstelling van de kieslijsten, beging Gandhi de taktische blunder de aangekondigde verkiezingen snel door te drukken. Tevens liet ze de studentenleiders, waarmee even daarvoor nog was onderhandeld, bij hun terugkomst in Assam arresteren. Daarop verhevigde de studentenbeweging haar akties. Om nu de 'vrije en vreedzame' verkiezingen toch doorgang te laten vinden nam de centrale regering alle mogelijke repressieve maatregelen ter hand. Assam werd overspoeld door legerbataljons en er werd aangekondigd dat de Wet op de Preventieve Hechtenis en de Anti-Stakingswet in de ruimste zin zouden worden toegepast. Een samenscholingsverbod werd ingesteld en de perscensuur werd verscherpt. Assam verkeerde in staat van beleg. Van vrije verkiezingen kon natuurlijk geen sprake zijn.
Met het doordrukken van verkiezingen heeft Gandhi de kansen op een politieke oplossing voor Assam verspeeld, tenzij ze vergaande koncessies doet. Assam met behulp van het leger loyaliteit met Moeder India afdwingen is het enige overgebleven middel. De regering Gandhi heeft al heel wat sporen op dit terrein verdiend: in alle andere noordoostelijke deelstaten behalve Tripura, heerst de staat van beleg. Maar het is moeilijk het relatief grote Assam lang bezet te houden. Gandhi zal gedwongen zijn niet-militaire oplossingen voor Assam te zoeken.

Binnenlandse kolonie
De handelwijze van Indira Gandhi met betrekking tot Assam is typerend voor haar benadering van de problematiek in heel Noordoost-India. Dit deel van India wordt zowel in ekonomisch als strategisch opzicht voornamelijk als een binnenlandse kolonie behandeld. Al tientallen jaren wordt het leger ingeschakeld om eisen van de bevolking over meer politieke en ekonomische autonomie met geweld de kop in te drukken.
In de jaren 60 en begin jaren 70 waren de gewapende afscheidingsbewegingen van de Naga's, Mizo's, Tripuri's en Meite's echter zo sterk, dat de centrale regering niet anders kon dan Nagaland, Mizoram, Tripura en Manipur de status van deelstaat te geven. Maar de verlangens van de stambevolking waren daarmee geenszins bevredigend. Te meer daar New Delhi steeds leidende figuren in deze deelstaten trachtte te kompromitteren of op andere wijze pro-Indiase regeringen aan de macht hielp.
Sinds enige jaren is in de noordoostelijke deelstaten de Armed Forces Special Powers Act van kracht, die het leger vergaande bevoegdheden geeft. Arrestaties, martelingen en verdwijningen waren en zijn aan de orde van de dag. Legerakties gaan herhaaldelijk gepaard met bombardementen en het hergroeperen van dorpen. In de kleine deelstaat Nagaland alleen al is een leger van 150.000 man gestationeerd, wat betekent dat er één militair op nog geen vijf burgers is ingezet. Afgezien van Assam is een kwart miljoen militairen, ofwel ruim een kwart van het Indiase leger in het noordoosten aktief.
In de hoofdstad New Delhi zijn op dit moment delegaties van ruim honderd landen bijeen. Ze praten onder andere over strijdtonelen als Afghanistan, Westelijke Sahara, Irak-Iran, Midden-Oosten en Zuidelijk Afrika. New Delhi heeft voor de gelegenheid een flinke opknapbeurt gehad. Ondertussen speelt zich elders in India, in een afgesloten gebied, al jaren een komplete burgeroorlog af. Onttrokken aan het oog van de wereld.

Twan Custers, Raymond Gijsen
Landelijke India Werkgroep




LIW IN 'T NIEUWS

Hulp aan India

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 18 maart 2005