terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: NIO Kroniek 29, november/december 1983      

Landelijke India Werkgroep:

'Nieuwe zakelijkheid gaat ten koste van de armsten'

door:
Simon Kooistra

In India is hulp, die arme groepen ten goede zou moeten komen, steeds meer de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven gaan dienen. Zo luidt de konklusie van een recente nota, opgesteld door de Landelijke India Werkgroep (LIW) In overleg met vijf andere organisaties, waaronder de NIO-vereniging.

In december brengt minister Schoo een bezoek aan het koncentratieland India, bijna een jaar na haar kollega Bolkestein van Exportbevordering. De volgorde waarin beide bewindslieden het land bezoeken symboliseert de volgorde van de belangen die de Nederlandse regering wil dienen, vreest de LIW.
In 1981 werd India door de toenmalige minister De Koning uitgekozen om het tijdperk van de 'nieuwe zakelijkheid' in te luiden. Onder leiding van prins Claus en prof. Van Dam werd een missie uitgestuurd om mogelijkheden te onderzoeken voor strukturele samenwerking tussen Indiase en Nederlandse bedrijven.
De hulprelatie zou verbreed moeten worden door een kombinatie met kommerciële aktiviteiten. De missie dacht onder meer aan havenbouw, baggerwerken, scheepsbouw, telekommunikatie, landbouw en alternatieve energie. Vorig jaar was tien procent van de totale hulp aan India uitgetrokken voor dit soort projekten. Dit jaar is dat meer: 45 miljoen gulden van de 190 miljoen die totaal op de begroting staat. Samenwerkingsverbanden zijn op dit moment in een ver stadium van voorbereiding. Voorbeelden: een joint-venture tussen Sluis en een Indiaas zaadbedrijf voor de produktie van vooral bloemen- en groentezaad. Veeteeltverbetering door kruising van Indiase en Nederlandse koeien, waarvoor Nederlandse bedrijven diepgevroren sperma en koelinstallaties (Philips) kunnen leveren. En als derde een joint-venture tussen scheepswerf Damen en een konsortium van Indiase werven; deze gaat dezelfde visserij-trawlers assembleren als die waarvan de direkte financiering door Nederland is gestopt omdat ambachtelijke vissers er door gedupeerd zouden worden.

Spermaprojekt
Voor kritiek op het spermaprojekt verwijst de LIW naar de Wageningse hoogleraar Bakker, die betoogt dat kunstmatige inseminatie aanzienlijke investeringen vereist waaraan de kleine boer nooit zal toekomen. Bovendien vreest hij dat de hogere melkproduktie ten koste zal gaan van urgenter voedselgewassen.
De India-werkgroep konkludeert dat het stimuleren van Nederlandse bedrijven vooral zal leiden tot aktiviteiten binnen de moderne sektor van de ekonomie. De formulering door het ministerie dat de verbreding niet negatief mag uitwerken voor de armste groepen, noemt de LIW 'de meest minimale interpretatie van de twee hoofddoelstellingen van het ontwikkelingsbeleid'.
De werkgroep heeft voorts weinig vertrouwen in de gemengde ambtelijke kommissie die met initiatieven moet komen. Ekonomische Zaken heeft hierin een meerderheid. 'De druk zal groot zijn om kommercieel interessante projekten te aksepteren die niet helemaal voldoen aan sociale randvoorwaarden.' Gepleit wordt voor werkelijke verbreding, waarbij ook andere maatschappelijke groeperingen worden ingeschakeld. Bijvoorbeeld op het gebied van milieu, vrouwenproblematiek, alternatieve energievoorziening en kleinschalige produktie.
Nu is de minister de LIW reeds tegemoetgekomen door vertegenwoordigers van de werkgroep op het departement te ontvangen. Woordvoerder Gerard Oonk is niet ontevreden over het resultaat van het gesprek dat op 8 november plaatsvond: 'De minister heeft een vervolggesprek toegezegd na haar terugkomst uit India. Verder toonde ze zich op ons verzoek bereid met vrouwen- en mensenrechtenorganisaties in India te gaan praten, al wil ze de inhoud van eventuele gesprekken vertrouwelijk houden.'

Bruidenzelfmoord
Zulke gesprekken zijn volgens de LIW nodig om iets te kunnen doen aan de ernstige mensenrechtenschendingen, zoals preventieve hechtenis van opposanten, martelingen, politieke moorden, doodstraffen, kinderarbeid en de zogeheten bruidenzelfmoord bij vrouwen.
Plaatselijk verzet tegen dergelijke schendingen wil de LIW zelfs financieren met ontwikkelingsgelden. Om te zorgen dat sociaal-ekonomische mensenrechten worden nageleefd - een rechtvaardiger verdeling van de welvaart - wil de werkgroep meer samenwerking met lokale organisaties, die hiervoor meer oog hebben dan de centrale regering.
Misschien dat dan kleine vissers kunnen worden gesteund in plaats van grote bedrijven en dat landlozen, kleine boeren en vrouwen meer kansen krijgen. De Nederlandse regering werkt nu alleen samen met partikuliere organisaties bij drinkwatervoorzieningsprojekten. 'Dat soort samenwerking willen wij versterken', zegt Gerard Oonk. Meer geld geven aan medefinancieringsorganisaties, die doorgaans meer doelgroepgericht werken, vindt hij geen afdoende oplossing. 'Er blijft dan nog altijd een grote hap over die nauwelijks aan de armste groepen ten goede komt.'
De LIW pleit voor de doelgroepen norm als 'hoofdspoor' van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid: verzelfstandiging mag als tweede poot overeind blijven staan, maar alleen met de randvoorwaarde dat de armsten er beter van moeten worden.

Kunstmest
Als voorbeeld van verzelfstandigingshulp in het verleden die voor het overgrote deel ten goede is gekomen aan het rijkste deel van de bevolking geldt de levering van kunstmest, die van 1978 tot 1981 zeventig procent van alle bilaterale hulp aan India vormde. Van de kunstmest zou slechts 30 procent bij kleine boeren terecht zijn gekomen en dan nog alleen bij het bevoorrechte deel dat over irrigatiefaciliteiten beschikt.
Voor doelgerichter hulp is het volgens de LIW wel noodzakelijk dat de personeelsbezettting van de Nederlandse ambassade in New Delhi en het landen bureau in Den Haag wordt uitgebreid. Nu werken op beide bureaus twee krachten, volstrekt onvoldoende om naar adekwate projekten te kunnen zoeken. Ter vergelijking: met Indonesië, dat slechts tweederde deel ontvangt van wat India krijgt, zijn ruim twee keer zoveel ambtenaren belast.
Om de publieke opinie een beter zicht te bieden op de hulprelatie met India zou er meer openbaarheid moeten komen van voorstudies en evaluaties: 'De Wet Openbaarheid Bestuur moet op dit gebied meer worden dan een dode letter.'




LIW IN 'T NIEUWS

Hulp aan India

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 15 maart 2005