terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Internationale Samenwerking, 21-12-1983      

Minister Schoo: Meer overleg met particulieren

"Ik ben bereid om meer gesprekken met particuliere organisaties te hebben, dat past in mijn streven naar vermaatschappelijking van de ontwikkelingssamenwerking". Minister Schoo, die deze maand tien dagen in India verblijft, zei dit enkele weken geleden in een gesprek met de Landelijke India Werkgroep (LIW) en enkele andere in India geïnteresseerde groeperingen.

LIW-medewerker Gerard Oonk overhandigt minister Schoo een nota over de hulp aan India (foto: Jan Stegeman)

Ontwikkelingssamenwerking richt zich op het teweegbrengen van veranderingen in allerlei lagen van de samenleving van het hulpontvangende land. Veranderingen waarbij juist tal van groeperingen en particuliere organisaties een heel belangrijke rol kunnen en moeten spelen, zowel in Nederland als in het hulpontvangende land. Op die manier wordt ontwikkelingssamenwerking een samenwerking van de ene maatschappij met de andere. Dat betrekken van uiteenlopende groepen bij de uitwerking van haar beleid duidt de minister aan met de term 'vermaatschappelijking'.

Vrees
Grotere inschakeling van particuliere organisaties in zowel India als Nederland is een zaak die ook Gerard Oonk, één van de medewerkers van de LIW, in het gesprek met de minister sterk bepleitte. "Maar", zo stelde Oonk, "bij ons en ook bij andere groepen leeft heel duidelijk de vrees dat met die vermaatschappelijking veel te veel alleen maar het Nederlandse bedrijfsleven wordt bedoeld. En die inschakeling van het bedrijfsleven zal volgens ons heel weinig betekenen voor de armoedebestrijding."
Die directe bestrijding van de armoede onder de Indiase bevolking moet, volgens de LIW, meer en meer het veld ruimen voor de op economische verzelfstandiging gerichte samenwerking. Op dit spoor is vooral de 'verbreding' van de samenwerking gericht. Deze verbreding is een poging om de samenwerking tussen India en Nederland niet te beperken tot hulpverlening, maar juist uit te breiden tot andere terreinen, zoals onderwijs, technologie-overdracht, management, onderzoek. "Het bezwaar van die verbreding is dat de nadruk veel te veel op de moderne sector van de Indiase maatschappij komt te liggen, terwijl de hulp zich veel meer op de bestrijding van de armoede zou moeten concentreren", aldus de vertegenwoordiging van de LIW.

Overlappingen
De vrees van een te grote betrokkenheid van het bedrijfsleven en een te schrale invulling van de armoedebestrijding werden niet door de minister gedeeld. "Het beleid kan zich niet alleen bezighouden met armoedebestrijding. Er moet sprake zijn van een gevarieerd aanbod binnen de hulp. Verbreding van de samenwerking is daarbij juist van groot belang. We proberen zoveel mogelijk te komen tot overlappingen van de beide sporen," aldus mevrouw Schoo. Wanneer we ons richten op de armere lagen van de bevolking, moet er vooral voor worden gezorgd dat die mensen werk krijgen en op die manier verzekerd zijn van een inkomen. Dat betekent dat die mensen economisch uiteindelijk zelfstandiger. Samenwerking met de moderne sector moet ook zo mogelijk aan de arme bevolking ten goede komen, en mag zeker niet ten koste van deze mensen gaan.
Volgens de minister moet voor ieder land afzonderlijk bepaald worden welke van de twee sporen, economische verzelfstandiging en directe armoedebestrijding, het meeste aandacht krijgt. Veel hangt dan af van het vertrouwen dat je in het sociale beleid van de desbetreffende regering stelt. Komen de vruchten van de economische groei ten goede aan het overgrote deel van de bevolking? De minister: "Ik ben overtuigd van de goede bedoelingen van de Indiase regering om een serieus sociaal beleid te voeren. Het is wel heel moeilijk om zo'n beleid in samenwerking met de lokale overheden door te voeren, omdat dat nogal eens indruist tegen de tradities."
Twee andere onderwerpen die tijdens het gesprek naar voren werden gebracht, waren de mensenrechten en de positie van de vrouw in India. Op vragen van haar gesprekspartners antwoordde mevrouw Schoo, dat zij in principe positief staat tegenover contacten met onafhankelijke mensenrechten- en vrouwengroeperingen. "Doen jullie maar concrete aanbevelingen voor zulke gesprekken in India."



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Hulp aan India

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 1 december 2004