terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Utrechts Nieuwsblad, ??-1-1984      

De garnaal uit Azië 'wordt duur betaald'

door:
Elly van der Klauw
Bert van Slooten


Nog steeds is niet duidelijk waar de partij besmette garnalen vandaan komt, die tot nu toe aan veertien mensen het leven kostte. In de eerste berichten werd gesproken over Bangladesh, terwijl nu wordt gezegd 'vermoedelijk Zuidoost-Azië'. Veiligheidshalve heeft Nederland daarom een import verbod van garnalen uit dit gebied afgekondigd. Ons land werd daarin gevolgd door verschillende EEG-landen. De plotselinge importstop betekent echter een gevoelige klap voor deze landen, die hun garnalenindustrie juist ontwikkelden om aan de vraag van Japan, West-Europa en de Verenigde Staten te voldoen.
Zo'n twintig jaar geleden waren de garnalen voor de vissers rond Kerala, een deelstaat in het zuiden van India, volksvoedsel. Dagelijks kwamen de vissers met de garnalen thuis die ze vingen als bijprodukt bij de sardientjes, ansjovis en makreel. Ze werden gedroogd voor de tijden dat er weinig vis gevangen werd.

Door de grote belangstelling uit het buitenland voor de grote garnalen is dit voedsel nu echter het 'goud van de zee' geworden. Rijke vissers, zakenlui en buitenlandse bedrijven stropen thans de garnalenrijke kustwateren af met garnalentrawlers en dringen de kleine vissers uit de markt. Binnen twee decennia werd India de grootste garnalenexporteur ter wereld. Voor de kustbevolking van Kerala zijn de garnalen nu onbetaalbaar.

De deelstaat Kerala levert een groot deel van de garnalenexport. Ook ons land is vooral de laatste jaren een groot afnemer geworden van Indiase garnalen. In 1980 werd al voor een slordige elf miljoen gulden geïmporteerd, terwijl dat in 1977 slechts een tiende gedeelte hiervan was. De meeste garnalen uit India komen ongepeld en ingevroren in Nederland aan.

De totale garnalenexport van Indiase garnalen bedraagt trouwens zo'n 600 miljoen gulden per jaar, en in gewicht 55.000 ton. Al met al een explosieve groei, want rond 1960 werd alleen op bescheiden schaal naar Sri Lanka en Birma geëxporteerd. In die tijden werden de garnalen door de lokale vissers gevangen met kleine bootjes en grote netten, tegelijk met andere vissoorten. Het binnenhalen van de netten was zwaar werk, maar verschafte veel mensen toch een karige bron van inkomsten.

In 1957 ging echter een Noors-Indiaas ontwikkelingsproject van start dat de visserij wilde moderniseren. Het project ging niet uit van de tot dan gebruikelijke kleine vissersbootjes, maar introduceerde nieuwe gemechaniseerde boten. Deze nieuwe schepen maakten gebruik van trawling. Trawling houdt in dat met zware balken netten over de grond gesleept worden. Hiermee kun je een hogere opbrengst halen. Door het omploegen van de grond wordt echter ook het evenwicht verstoord, en worden larven en viseieren gedood.

De nieuwe methode leek aanvankelijk niet aan te slaan bij de vissersbevolking. Het in de vaart houden van de boten kostte handen vol geld. De plaatselijke bevolking bleek ook niet bereid om de prijs van de vooruitgang, namelijk een hogere prijs voor de vis op de lokale markt, te betalen.

De nieuwe boten vingen echter ook, net als de traditionele vissers, grote hoeveelheden, aanvankelijk ongewenste, garnalen. Voor die garnalen bestond in de VS een groeiende belangstelling. Nader onderzoek toonde aan dat de kustwateren van Kerala en enkele andere streken van India zeer rijk aan deze garnalen waren. Bovendien maakte de hoge priis op de wereldmarkt het opeens wel rendabel om met motorschepen de zee op te gaan. Al snel kwamen veel buitenlandse ondernemingen en zakenmensen op dit 'goud van de zee' af. Ook de Indiase overheid profiteerde van de toenemende vraag naar garnalen door een exportbelasting te heffen.

De traditionele vissers zijn het slachtoffer van de garnalenkoorts geworden. De vissers en de kleine handelaren werden door de nieuwe handelaren buitenspel gezet. Aanvankelijk boden de nieuwe handelaren de eigenaren van traditionele boten grote voorschotten aan als ze in het hoogseizoen hun vangsten afstonden. De handelaren verkochten het vervolgens voor aanmerkelijk meer geld aan grote ondernemingen.

Langzamerhand kregen deze ondernemingen steeds meer eigen boten in de vaart, die de garnalen voor de kleine bootjes wegkaapten. Pogingen van vissersvakbonden om deze trawlers buiten een bepaalde kuststrook te houden zijn slechts gedeeltelijk gelukt. Garnalenvangst voor de kust is nu eenmaal het meest lucratief en de Indiase politie beschikt over te weinig patrouilleboten om zo'n regeling te controleren.

De moderne trawlers verstoren bovendien met hun geweld de visstand. Gerard Oonk van de Landelijke India Werkgroep vertelt dat de opbrengst de laatste jaren al is teruggelopen. "Alleen doordat de prijs voor garnalen op de wereldmarkt is gestegen is de geldelijke opbrengst gelijk gebleven. Door de overbevissing wordt er gewoon minder gevangen, ook al komen er nog steeds nieuwe boten in de vaart".

De winsten die bij de garnalenhandel worden gemaakt, komen niet ten goede aan de plaatselijke bevolking. Integendeel zelfs, de florerende garnalenhandel zorgt voor een verarming van de positie van de lokale bevolking. Gerard Oonk van de Landelijke India Werkgroep nogmaals: "Omdat het zo aantrekkelijk is geworden om op garnalen te vissen, wordt er nauwelijks nog andere vis naar boven gehaald. Met als gevolg dat er voor de kustbevolking nog nauwelijks betaalbare vis op de markt is. Een achteruitgang van het dagelijkse voedselpakket". Terwijl juist vis in veel Derde-Wereldlanden wordt gepropageerd, vanwege het hoge eiwitgehalte.

Met een variatie op de uitspraak van Kniertje wordt de garnaal duur betaald. Als oplossing voor dit probleem ziet de India Werkgroep de verplaatsing van de moderne visserij naar diepere wateren. Op het moment wordt er al onderzoek gedaan naar de visvoorraden in de Indische Oceaan, onder meer met door Nederland betaalde onderzoeksschepen. Veel animo bij de moderne visserij is er vooralsnog niet om zich verder op zee te wagen. De recente ontwikkelingen in Nederland hebben echter aangetoond dat het riskant is om zo sterk van een produkt afhankelijk te zijn.

Hoewel wij tot voor enkele weken niet wisten dat er ook voor de kust van India en Bangladesh Noorse garnalen zwommen, zal de Zuidoost-Aziatische visvangst nog lang een nare bijsmaak in de mond hebben. Misschien dat de grote visbedrijven gedwongen door de nare ervaring nu werk maken van de diepzeevisserij, zodat we binnenkort tonijn of inktvis uit de Indische Oceaan op ons bord krijgen.



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Hulp aan India

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 15 maart 2005