terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Handelskrant, september 1984      

Achtergronden bij godsdiensttwisten in India

door:
Kristoffel Lieten

Het gebeurt maar zelden dat India in het nieuws is door positieve gebeurtenissen. Tot de media dringt het nauwelijks of niet door dat de progressieve partijen belangrijke successen boeken. Als het echter om kastekonflikten of godsdienstrellen gaat lijkt India een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit te oefenen.

Misschien zit achter die overmatige belangstelling voor kasten, godsdiensten en etnische groepen een politieke verklaring. Enerzijds wordt met die regelmatige opflakkering van het kommunalisme (religieuze vijandschap) weer eens aangetoond dat India arm is omdat het zo godsdienstig georiënteerd is. Door het voortdurend herhalen van die boodschap kunnen de ogen gesloten blijven voor de uitbuiting van India door de westerse multinationals en geldschieters. Ook is het voor de westerse grootmachten een voordeel als India intern verdeeld is. Rellen die uitgelokt worden door groepen op basis van taal, godsdienst of kaste betekenen niet alleen een verzwakking van de onderhandelingspositie van de centrale regering, maar zijn bovendien een ernstige belemmering voor de opkomende boeren- en arbeidersbeweging. Het opsplitsen van het subkontinent in meerdere onafhankelijke staten zou de manoeuvreerruimte voor westerse mogendheden enorm vergroten.

De parel in de kroon
Eigenlijk is er niets nieuws onder de zon. De Engelsen, toen zij nog de baas waren over India, probeerden precies hetzelfde met een plan dat de balkanisering van het subkontinent beoogde. Voor mensen die de prachtige serie De Parel in de Kroon hebben gezien is dit wellicht een wat vreemde uitspraak. Bleek uit die serie niet dat de Engelsen zich de grootste moeite getroostten Hindoes en Moslims bij elkaar te houden en de diverse prinselijke staten te doen aansluiten bij de Indiase republiek? Die voorstelling van zaken staat haaks op de waarheid. Het Engels bewind zou de balkanisering, waarvoor ze diverse plannen had ontworpen, hebben doorgedrukt als ze geen sterke nationalistische beweging tegenover zich had gehad. Door handig in te spelen op een aantal ekonomische tegenstellingen tussen Moslims en Hindoes en op de religieuze oriëntatie die Mahatma Gandhi aan de nationalistische beweging gaf, bleek het tenslotte mogelijk een groot aantal Moslims warm te maken voor een aparte staat, Pakistan. Bangladesh, helemaal aan de andere kant van India, zou zich in 1971 hiervan afscheiden. De onafhankelijkheid ging, door die opsplitsing, gepaard met een immense volksverhuizing en een onbeschrijfbaar wrede genocide.

Provokaties
Daarmee was de onafhankelijkheid onder een slecht gesternte tot stand gekomen. De Moslims werden door Hindoe-organisaties gezien als achtergebleven Pakistani. De religieus getinte organisaties in beide gemeenschappen wakkerden het vuur aan en de geregeld terugkerende rellen hielden de kommunalistische scheidslijnen overeind. Een varken in een moskee of een kadaver van een koe bij een tempel waren soms voldoende aanleiding tot een burgeroorlog op kleine schaal in de wirwar van straten in de oude steden. Achteraf bleek in de meeste gevallen dat de provokatie (het varken of de koe) gepleegd was door een groep, bijvoorbeeld politici of handelaren, die op een eenvoudige manier profijt wilden halen uit bestaande gevoelens van argwaan. Het had ook anders kunnen verlopen. De Congress regering die sedert de onafhankelijkheid bijna onophoudelijk aan de macht is geweest, heeft zich evenals bijna alle oppositiepartijen officieel altijd buiten de godsdienst gehouden. Het politiek ideaal was gelijkmatige regionale verdeling en een terugdringen van de grote

Bhindranwale, de later doodgeschoten leider van de Sikhs te midden van zijn aanhangers (foto: RBP)
welvaartverschillen. De verwezenlijking van die droom, namelijk de verzekerde toegang tot de basisbehoeften, had een grote faktor kunnen zijn in het terugdringen van het kommunalisme. De droom, waarvoor de Indiërs hadden deelgenomen aan de nationalistische beweging werd geen werkelijkheid. De mensen gingen zich zelf organiseren, tegen de heersende politici, tegen de grootgrondbezitters en tegen de ondernemers. De enige manier waarop deze, niet bereid tot ekonomische konsessies, het tij konden keren, was door het aanwakkeren van kastekonflikten en godsdienstrellen.
Indira Gandhi gaat in deze niet vrijuit. In haar radikale periode, vijftien jaar geleden, werd ze populair door de slogan 'Garibi Hatao', 'Weg Met de Armoede'. Nu probeert ze krampachtig aan de macht te blijven met 'Desh Bachao', 'Redt het Moederland'. Zij probeert zich op te werpen als de enige leider die het land van de versplintering en de kommunalistische genocide zou kunnen redden. Ondertussen is zij het die, samen met haar Congresspartij, nauwe banden houdt met de kommunalistische organisaties. Die kunnen voor stemmen zorgen en de oppositiepartijen onderuit halen. Zo werd Bhindranwale, de nu vermoorde hogepriester van de extremistische Sikhs, drie jaar geleden door haar opgezet tegen de sekuliere regionale Akali partij die toen in Punjab de meerderheid had.
Tegen de achtergrond van dit alles zou men de vraag kunnen stellen waarom zich in India zo weinig godsdienstrellen voordoen. Meer aandacht voor de invloed van progressieve bewegingen zou daarop een antwoord kunnen geven.

Kristoffel Lieten is lid van de Landelijke India Werkgroep.



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 30 november 2004