terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Landbode 47, november(?) 1985      

Helpt zuivelhulp?

Als het aan de Landelijke India Werkgroep ligt, dan wordt de zuivelhulp van de EG aan India gestopt. Bovendien ijvert deze groep ervoor de export van veevoer uit dit verre oosterse land naar Europa stil te leggen. Blijkens een bericht in de pers zouden volgens de werkgroep, de Indiase boeren zelf tienmaal zoveel melk kunnen leveren als nu door de EG wordt geleverd, als het veevoer in eigen land zou worden gebruikt. De werkgroep ziet India als "melkkoe" van de EG: het zijn vooral de kleine Indiase boeren die de dupe zijn van de zuivelhulp.

De actie van de Landelijke India Werkgroep komt op een moment, dat in Brussel gepraat wordt over voortzetting van deze zuivelhulp. Begin volgend jaar zal daarover een beslissing genomen moeten worden. Het gaat daarbij om de Operation Flood, een zuivelontwikkelingsproject waarbij het gaat om een combinatie van voedselhulp en stimulering van de plaatselijke melkproduktie en de verwerking van melk tot zuivelprodukten. Sinds 1970 heeft de EG meer dan 400.000 ton mager melkpoeder en boterolie geleverd.

Tijdens een vergadering in oktober jl. van een speciaal FAO-comité (VN-organisatie voor voedsel en landbouw) hebben Indiase vertegenwoordigers uitgebreid verhaald over de gunstige werking van Operation Flood. Vanuit India werd ook benadrukt dat ontwikkelingslanden grote behoefte hebben aan zuivelhulp voor binnenlands gebruik. Wel werd er door India op gewezen, dat gesubsidieerde exporten van zuivelprodukten een slechte invloed hebben gehad op de zuivelproduktie in ontwikkelingslanden. Deze Indiase opvatting over Operation Flood staat lijnrecht tegenover het standpunt van de Landelijke India Werkgroep.

Men dient evenwel de zuivelhulp en de voedselhulp in het algemeen niet zo zwart-wit als in het voorgaande te benaderen. Het valt niet te ontkennen dat er in het verleden fouten zijn gemaakt. Onder het mom van voedselhulp zagen westerse landen kans een deel van hun overschotten met flinke subsidies te lozen en zo de markt op te schonen. Dat kan natuurlijk niet. Evenzeer is het verwerpelijk dat met heel hoge exporttoeslagen Europa en de VS elkaar op de wereldmarkt beconcurreren met als gevolg forse prijsdalingen op de wereldmarkt. Daarvan zijn met name de boeren in de economisch zwakkere gebieden het slachtoffer.

De Landelijke India Werkgroep heeft ook kritiek op de uitvoer van veevoedergrondstoffen naar Europa. Kijken wij naar de graansector dan is het een feit dat dankzij de "Groene revolutie" de graanproduktie sinds 1980 met vijfentwintig procent is gestegen, terwijl het einde van de groei nog niet in zicht is. Volgens de FAO wordt India gedwongen om te exporteren, omdat de opslagkosten anders te hoog worden. Ondanks deze geweldige stijging van de produktie zijn er nog grote groepen van de bevolking die honger lijden. Het Nationale Bureau voor de Voeding in India merkt in een rapport ironisch op, dat de toename van armoede op het platteland in de afgelopen tien tot twintig jaar gepaard gaat met een toename van de graanproduktie per hoofd van de bevolking.

De vraag waar wij mee blijven zitten is: moet de zuivelhulp gestopt worden, ondanks de positieve resultaten, omdat niet iedereen in het ontvangende land er nog van kan profileren?

Bokma





LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 7 augustus 2003