terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: onzeWereld, december 1985      

Actie "Melk India niet uit!"

Witte revolutie in een bruin land

door:
Willy van Rooijen

Zuivelhulp aan India kan niet eeuwig doorgaan, vindt de Landelijke India Werkgroep die eind november een actie start. Snelle afbouw van de tonnen melkpoeder en boterolie is in het belang van een zelfstandige zuivelindustrie, luidt het parool. Volgend voorjaar neemt de Europese Gemeenschap een beslissing over nieuwe zuivelhulp, een belangrijke factor in de omstreden Operatie Vloed.

'Denkt u eens even in dat Europa - vanwege de energiecrisis bij voorbeeld - wil overschakelen op een tropisch stelsel van zuivelproduktie. Stel dat jullie tractoren vervangen worden door ossen, jullie vrachtwagens door ossekarren. Stel dat jullie vee wordt gekruist met Indiase rassen en dat het resultaat ongeschikt blijkt voor jullie klimaat, niet goed kan worden onderhouden en onrendabel is. Stel dat melk niet langer wordt gepasteuriseerd, maar bacterievrij moet worden gehouden door het de consument thuis te laten koken. Stel dat jullie hele gemechaniseerde systeem van zuivelverkoop wordt vervangen door verkopers op de fiets. En laten we ook aannemen dat na zo'n jaar of vijftien een workshop wordt gehouden om over de waarde van zo'n revolutie te debatteren. Wat zou uw antwoord dan zijn? Zonder twijfel dat zulke 'bruine' technologie van tropische en dichtbevolkte samenlevingen, met lage inkomens, totaal ongeschikt is voor uw land.'
Met deze omgekeerde spiegel presenteerde de Indiase sociologe Shanti George tijdens een internationale workshop over 'Melkoverschotten tegen armoede' die afgelopen juni in het Duitse Bielefeld werd gehouden, haar kritiek op - en tevens alternatief voor - Operatie Vloed. Dit grootste zuivelproject ter wereld, waar bijna een kwart van alle ooit door de Europese Gemeenschap geschonken zuivelhulp de afgelopen vijftien jaar naar toe is gevloeid, ging in 1970 in India van start. Voornaamste doelstelling: beter inkomen voor de melkproducent op het platteland door ze meer melk te laten verkopen aan de consument in de stad. Voor de eerste fase werd 126.000 ton magere melkpoeder en 42.000 ton boterolie door de EG geleverd.
Operatie Vloed-I had een budget van 350 miljoen gulden. Deels door sterk vertraagde aanvoer van de zuivelhulp strekte de eerste fase zich uit tot 1981; zes jaar langer dan gepland. De tweede fase is eveneens vertraagd; de uitvoering is verlengd tot 1990. Terwijl de eerste fase geheel bekostigd werd door de zuivelhulp, zou de EG-hulp in Operatie Vloed-II - 186.000 ton melkpoeder en 76.000 boterolie - goed zijn voor de helft van de inkomsten. Het budget was 1,45 miljard; later verhoogd tot 2,4 miljard.
Op grond van een EG-evaluatie die eerdaags haar beslag krijgt, beslist de EG volgend voorjaar of een aanvraag van India voor wederom grote hoeveelheden zuivel hulp voor de periode 1986-1990 gehonoreerd wordt.

Vicieuze cirkel
Als de voortekenen niet bedriegen, zal die beslissing positief zijn. Ook al betekent dat een inbreuk op de verzekering dat India in 1985 zelfvoorzienend zou zijn. Waarom zou EG-commissaris Claude Cheysson anders in mei van dit jaar het 'voorbeeldige karakter van dit project' dat hij als 'een ideale vorm van ontwikkelingssamenwerking' beschouwde, zo geroemd hebben? Dat het bezoek dat Cheysson in september aan India bracht ook een indicatie in die richting kan zijn, wordt door een EG-ambtenaar afgewimpeld. 'Uiteindelijk telt de evaluatie en de beslissing van het parlement.'
In toenemende mate wordt zuivelhulp, ook binnen de EG, bekritiseerd. Operatie Vloed lijkt een uitzondering. Vooral door de Europese Commissie die het meest rechtstreeks betrokken is, wordt het Indiase project als een lichtend voorbeeld geprezen. Ten onrechte, vindt - in navolging van Indiase critici als Shanti George - de Landelijke India Werkgroep. Eind november lanceert die de actie "Melk India niet uit!" om de 'vicieuze cirkel van zuivelhulp en veevoerimporten' naar en uit India te doorbreken. Waarom dat wenselijk zou zijn, wordt uit de doeken gedaan in het ruim honderd pagina's tellende boekje "India als melkkoe van de EG".
Gerard Oonk van de Landelijke India Werkgroep die zich via de themagroep Operatie Vloed al sinds 1980 met dit onderwerp bezighoudt: 'Ons verhaal is niet helemaal zwart. Er bestaat al een traditie van melk drinken. Maar wat je nu ziet gebeuren is dat steeds meer melk geproduceerd wordt ten behoeve van rijke consumenten in de stad en ten koste van voedselproduktie.'
In Indië worden zuivelimporten niet zo maar gedumpt. Operatie Vloed sloot aan op een al bestaand coöperatief systeem dat met behulp van de zuivelimporten verder uitgebouwd zou worden. Oonk: 'Zo'n coöperatief systeem is in wezen een goede zaak, omdat de boeren voor de kleine beetjes melk die ze via de traditionele kanalen (via tussenpersonen en opkopers) afzetten, heel weinig geld krijgen. Hogere en stabiele prijzen zijn natuurlijk prima. Maar zuivelhulp heeft de keuze voor een vrij kapitaalintensieve aanpak vergemakkelijkt waardoor er nu een groot aantal melk- en zuivelfabrieken staan die weliswaar onderbezet zijn - vooral in het noorden en oosten - maar die het op den duur steeds moeilijker maken te komen tot meer kleinschalige verwerking van melk op het platteland.'
Andere kritiekpunten op Operatie Vloed: landloze families hebben nauwelijks geprofiteerd, evenmin als de armen in de steden. Voorlopig blijft melk een relatief luxeprodukt en de oorspronkelijke doelstelling om gesubsidieerde melk aan juist de kwetsbare groepen in de stad beschikbaar te stellen, heeft men laten varen. Vooral de al sterk ontwikkelde zuivelcoöperaties in de westelijke deelstaat Gujarat zouden geprofiteerd hebben. Een kwart van de Operatie Vloedgelden werd tot nog toe daar besteed, zo dat de 'natuurlijke voorsprong' nog eens versterkt werd en regionale verschillen aangescherpt.
Zuivel hulp - als onderdeel van Operatie Vloed - helpt volgens de samenstellers van "India als melkkoe van de EG" de te lage melkprijzen in bepaalde streken (vooral het noorden en oosten van India) laag te houden. De tekorten, veroorzaakt door de lage prijzen die aan de producenten worden uitbetaald, worden door de zuivelhulp aangevuld. Zo op het eerste gezicht kan de EG-zuivel hulp nauwelijks effect van enige betekenis sorteren. De totale Indiase melkproduktie - op drie na de grootste ter wereld - maakt zuivelhulp volgens officiële berekeningen slechts zo'n één procent uit. De India Werkgroep is niet alleen van mening dat dit percentage hoger ligt, maar wijst er ook op dat zuivelimport niet vergeleken moet worden met de totale produktie, maar met de bijna vijf procent melk die via de moderne zuivel sector op de markt komt. Alleen deze, grotendeels coöperatieve, tak maakt immers gebruik van zuivelimporten. Volgens een recente EG-notitie is de van zuivelhulp gemaakte melk ongeveer één derde van alle via het Operatie Vloed systeem aangekochte melk. Diezelfde notitie concludeert dat 'het Operatie Vloed systeem zelf in grote mate afhankelijk lijkt van de EG-zuivelhulp'.
Behalve indirecte subsidie aan de melkconsument, is er ook sprake van directe subsidie aan de melkfabrieken. Door het prijsverschil tussen inheemse verse melk en de 'gerecombineerde' melk via de EG boterolie en melkpoeder, is het goedkoper voor de melkfabrieken de 'zuivelhulpmelk' aan te kopen.
De gemakkelijke beschikbaarheid van zuivelhulp heeft zuivelfabrieken in staat gesteld zich steeds meer te specialiseren in luxe produkten als babyvoeding, yoghurt en 'milk sweets' zonder dat de melkvoorziening naar de stad in gevaar komt, aldus de Landelijke India Werkgroep. Een apart hoofdstuk wijdt ze aan de kwalijke gevolgen van een onderdeel van deze lucratieve markt: flessenvoeding voor baby's. Het merk Amul, op de markt gebracht door de Gujarat Cooperative Milk Marketing Federation, heeft 55 procent van de Indiase markt in handen. Hoewel de Indiase regering in 1983 een code uitbracht om borstvoeding te propageren en afbeelding van - stralende - babies op etiketten van babyvoeding verboden is, wordt met de nationale code in de praktijk de hand gelicht. Eerder had dr Verghese Kurien, voorzitter van de bovengenoemde zuivelcoöperatie, verklaard: 'Je verwacht toch niet dat ik een afbeelding van een olifant op een blik babyvoeding zet. Ik moet er een afbeelding op zetten die aangeeft wat er echt in zit, in het bijzonder omdat het onderwijsniveau in ons land zo laag is.' Maar volgens de Wereldgezondheidsorganisatie en de Indiase adviescommissie inzake babyvoeding moet juist omzichtig worden omgesprongen met geïdealiseerde beelden die misleidend kunnen werken, juist omdat het onderwijsniveau zo laag is.
Kurien, de superman, de ongelofelijke melkboer van Anand, de man met een monumentaal ego die zich als de heiland van de zuivelindustrie in India ziet, een gespleten persoonlijkheid, een menselijke dynamo. Het is maar een greep uit de reeks etiketten die de controversiële geestelijke vader van Operatie Vloed krijgt opgeplakt. Want Kurien is niet alleen de voorzitter van de coöperatie in Gujarat die de Amulprodukten op de markt brengt. Hij is daarnaast voorzitter van de sinds 1965 bestaande National Dairy Development Board (NDDB) en van de IDC, de Indian Dairy Corporation.
Deze regeringsinstelling werd in 1970 opgericht om de Operatie Vloed als geheel te plannen en te beheren. De NDDB is adviseur en gedeeltelijk uitvoerder. Kritiek op zijn geesteskind kan Kurien maar moeilijk verdragen. Toen een venijnig artikel, getiteld "Operatie Vloed De witte leugen", door de Indiase wetenschapper/publicist Claude Alvares een verwoede polemiek losmaakte, sloeg Kurien terug met het tegenartikel "De zwarte leugen". Een aanhanger van het Operatie Vloed-programma vroeg zich af of Alvares zijn voornaam niet beter als 'clod' (boerenpummel) kon spellen. Een evaluatie van het hevig onder vuur genomen Operatie Vloed-programma waarom door Indiase parlementsleden was gevraagd, probeerde Kurien te voorkomen via een georganiseerde loyaliteitsverklaring van zo'n 750 NDDB/IDC werknemers die massaal ontslag aanboden.
In de tweede fase van Operatie Vloed is een van de hoofddoelstellingen het fokken van een Nationale Melk Veestapel van tien miljoen met westerse rassen gekruiste koeien en vier miljoen door inheemse kruisingen verbeterde buffels. Dit plan is in binnen- en buitenland zeer omstreden. Dr Ir H. Bakker, die nu werkzaam is bij een mengvoederfabriek, liet zich tijdens zijn inaugurele rede als hoogleraar in de tropische veehouderij in Wageningen positief uit over Operatie Vloed, maar betreurde het dat de 'National Dairy Development Board tegelijkertijd als onderdeel van het beleid een uitgebreid kruisingsprogramma met hoogproduktieve rassen is gestart'. De introductie van 'exotische' rassen zou vele problemen met zich mee brengen en 'vooral ten goede komen aan de grotere boeren die over meer produktiemogelijkheden en risicodragend vermogen beschikken'.
Het is hetzelfde liedje dat ook in andere landen te beluisteren valt: koeien met 'westers' bloed zijn minder goed bestand tegen een tropisch klimaat, hebben veel schoon water (een schaars goed) nodig en vormen een riskante investering voor kleine boeren of landarbeiders. Bovendien vermindert een kruiskoeienprogramma de capaciteit aan trekkracht - nu de belangrijkste functie van vee in India. Mannelijke nakomelingen van kruiskoeien zijn als trekdier minder geschikt en hebben de helft meer voer nodig. De voedselproduktie kan daardoor in het gedrang komen.
Bij het Nederlandse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking zijn plannen in de maak om deel te nemen aan het kruisfokprogramma hetgeen de Landelijke India Werkgroep zonder meer strijdig acht met de doelstelling 'armoedebestrijding'. Een ambtenaar van het ministerie: 'Wij zullen ons zeker niet zoals de Landelijke India Werkgroep vreest, eenzijdig met kunstmatige inseminatie (KI) bezig houden. Wij staan 'geen geïsoleerde maar een geïntegreerde en kleinschalige aanpak voor. Wij zijn nog in de beginfase van een gecompliceerd project. Begin mei is een heterogeen samengestelde missie naar India afgereisd die niet alleen gekeken heeft naar mogelijkheden om bij te dragen aan het kruisfokprogramma, maar ook aan de veevoerziening en de gezondheid van de dieren', inclusief voorlichting aan vrouwen, veeverzorgers bij uitstek.
Veevoer is een belangrijke bron niet alleen om de inheemse zuivelproduktie te verhogen, maar ook de trekkracht.
De ironie wil echter dat ondanks de schaarste aan veevoer India jaarlijks circa anderhalf miljoen ton krachtvoer per jaar exporteert. De EG-landen nemen ongeveer de helft voor hun rekening. Nederland is een van de grootste afnemers. De export van Indiaas veevoer is geen activiteit van Operatie Vloed maar heeft wel met zuivelontwikkeling in India te maken. Als India het nu geëxporteerde veevoer in eigen land zou houden, zou ongeveer tien maal zo veel melk geproduceerd kunnen worden dan het de afgelopen jaren van de zuivelhulp kon maken. Zuivel hulp - een gevolg van zuiveloverschotten die deels via geïmporteerd veevoer, onder meer uit India worden geproduceerd - drukt de melkprijs voor de producenten, zodat het gebruik van krachtvoer in eigen land onaantrekkelijk wordt. En zo is de cirkel - die volgens de India Werkgroep door de EG via zuivelhulp aan en importen van veevoer uit India in stand wordt gehouden - rond.
Wat India nodig heeft, zegt Shanti George, is geen witte revolutie maar een 'bruine evolutie' (bruin verwijzend naar de Indiase aarde en naar proteïne-bronnen als peulvruchten). Een evenwichtige relatie tussen voedselgranen en melkproduktie. Kortom een ander Indiaas zuivel beleid.

"India als melkkoe van de EG" is te koop bij de Landelijke India Werkgroep.
Voor het aktiemanifest "Melk India niet uit!", klik hier.



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 7 augustus 2003