terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Trouw, 13-2-1986      

Zuivelhulp helpt India's armen niet

door:
Gerard Oonk

"Een campagne voor Joris Driepinter op zijn Indiaas, dus voor Joris Eenpinter. Die actie is geslaagd". Zo typeerde redacteur Frans Dijkstra (Trouw, 20 januari 1986) het Operatie Vloed-programma in India. Ook prins Claus raakte tijdens het recente koninklijk bezoek aan India onder de indruk van het melk-coöperatie-project in de deelstaat Gujarat, dat model staat voor het nationale zuivelontwikkelingsprogramma Operatie Vloed.

De prins zei het niet eens te zijn met de Landelijke India Werkgroep (LIW) in Nederland, die forse kritiek heeft op de omvangrijke zuivelhulp van de EG aan Operatie Vloed. Martin van Leeuwen schetst in Podium (31 januari) een minder rooskleurig beeld van de gevolgen van Operatie Vloed. Hij kritiseerde de eenzijdige nadruk op verhoging van de melkproduktie. Terecht, maar er is meer aan de hand.
Al vijftien jaar krijgt India een kwart van alle EG-zuivelhulp voor het Operatie Vloed-programma. Van de gratis melkpoeder en boterolie wordt in India weer melk gemaakt, die vervolgens in de grote steden wordt verkocht. Met de opbrengst wordt onder meer de bouw van zuivelfabrieken en de opzet van een betere melkinzameling op het platteland bekostigd. Het geheel wordt georganiseerd via het in Gujarat beproefde systeem van coöperaties.

Doelstellingen
De oorspronkelijke doelstellingen waren vooral het verhogen van het inkomen van de kleine boer(inn)en en landloze arbeid(st)ers en het voorzien van de consumenten in de steden - ook de arme - van betaalbare melk. Een doelstelling was ook India in 1985 zelfvoorzienend in melk te maken, waardoor de zuivelhulp zichzelf overbodig gemaakt zou hebben. Tien miljoen boerengezinnen zouden dan alle 150 grote Indiase steden van verse melk en andere zuivelprodukten kunnen voorzien. Door een grootscheeps kruisingsprogramma met westerse melkveerassen moest de melkproduktie snel opgevoerd worden.
Er zijn zeker enige positieve resultaten te melden. Met de hulp wordt in India een moderne coöperatieve zuivelsector opgebouwd waarbij nu ongeveer vier miljoen gezinnen zijn betrokken. De coöperaties garanderen de boeren de afname van de melk tegen een relatief stabiele prijs. Vooral in Gujarat heeft de melkverhandeling via de coöperaties vrij veel boeren een extra bron van inkomsten verschaft. Ook vóór Operatie Vloed was dat echter al het geval. Maar met een groot deel van de opbrengst van de EG-zuivelhulp heeft Gujarat haar positie op de Indiase zuivelmarkt verder kunnen versterken. In andere deelstaten verloopt de zuivelontwikkeling echter minder voorspoedig.
Na vijftien jaar zuivelhulp blijkt dat Operatie Vloed steeds verder van zijn oorspronkelijke doelstellingen is vervreemd. Melk blijkt voor minstens de helft van de bevolking een veel te duur voedingsmiddel. De hogere inkomensgroepen in de steden worden nu wel van voldoende voor hen betaalbare melk voorzien. Vooral grotere boeren profiteren van Operatie Vloed. Voor kleine boeren geldt dat in veel mindere mate, terwijl het programma aan landloze arbeid(st)ers helemaal weinig heeft te bieden. Zij beschikken namelijk niet of onvoldoende over veevoer van eigen grond.

Tweeledig
Volgens Frans Dijkstra blijkt uit een onafhankelijk onderzoek dat in dorpen die aan Operatie Vloed meedoen meer gegeten wordt dan in andere dorpen. Het probleem met dit soort onderzoek is tweeledig. De dorpen waar zuivelcoöperaties worden opgezet zijn vaak daarvóór al iets meer ontwikkeld en het is evenmin duidelijk wélke dorpelingen meer gaan eten; de allerarmsten of de wat minder armen. Veel ander recent Indiaas onderzoek wijst juist uit dat Operatie Vloed de verschillen tussen arm en rijk(er) vergroot. Zo blijkt bijvoorbeeld dat de coöperatie vaak door de rijkeren in het dorp wordt beheerst. Vrouwen die meestal het vee verzorgen zijn vaak geen lid van de coöperatie. Meestal is haar echtgenoot lid en int hij het verdiende zuivelinkomen. In het meest succesvolle zuiveldistrict van Gujarat lijden zes van de tien kinderen aan ondervoeding en behoort de kindersterfte tot de hoogste van heel India!
Ondanks de fraaie doelstellingen is de huidige Operatie Vloed-strategie vooral voor de grotere boeren aantrekkelijk. Er worden tientallen grootschalige melkfabrieken gebouwd, waardoor vooral vrouwelijke werkgelegenheid in de dorpen (boterproduktie) verloren gaat. Het is echter vooral de keuze voor de kruisingskoe als "produktiemiddel" waarvan, zoals eerder door Martin van Leeuwen is betoogd, de kleinere melkveehoud(st)ers zeker op langere termijn de dupe zullen worden. Desondanks heeft minister Schoo van Ontwikkelingssamenwerking plannen om met Nederlands stierenzaad en diepvriesapparatuur van Philips een bijdrage aan het Indiase kruisfokprogramma te leveren.
De EG zuivelhulp heeft zich niet overbodig gemaakt, zoals in de bedoeling lag. India is nu integendeel afhankelijker van zuivelimporten dan ooit. Door die importen kan India de hogere inkomensgroepen in de steden van relatief goedkope melk blijven voorzien. Dat gaat echter wel ten koste van de lokale melkveehouders omdat "zuivelhulpmelk" goedkoper is dan de aankoop van verse Indiase melk. De prijs van verse melk wordt daardoor gedrukt en de toelevering aan de steden belemmerd, hetgeen weer zuivelimporten noodzakelijk maakt.

Flesvoeding
Toch produceert India eigenlijk genoeg melkpoeder en boterolie om zelf de seizoensgebonden en stedelijke tekorten te kunnen opvangen. Die produkten worden nu echter grotendeels gebruikt voor de fabricage van luxe zuivelprodukten als tafelboter, chocola en vooral babymelkpoeder. Zoals bekend leidt het gebruik van flesvoeding vooral in ontwikkelingslanden tot grote problemen voor de gezondheid van zuigelingen. Ook in India is dat het geval. Het land heeft weliswaar een vrij strenge code ter bescherming van borstvoeding, maar juist de zuivelindustrie in Gujarat, die meer dan de helft van de Indiase markt voor babymelkpoeder in handen heeft, weigert om de code in zijn geheel uit te voeren.

Sojabonen
De EG-zuivelhulp komt helemaal in een vreemd daglicht te staan als bedacht wordt dat diezelfde EG (en met name Nederland) ook grote hoeveelheden veevoer uit dat land importeert. In India zelf is een groot tekort aan hoogwaardig veevoer. Met het nu geëxporteerde veevoer zou India zes tot tien keer zoveel melk kunnen produceren dan het nu via de zuivelhulp krijgt. Dat gebeurt onder meer niet omdat de zuivelhulp de melkprijs in India drukt en de export van krachtvoer de prijs daarvan doet stijgen, zodat het beter voeren van Indiaas eigen vee onrendabel wordt. De zeer snel toenemende produktie van sojabonen voor de export als veevoer gaat in bepaalde gebieden van India ook ten koste van de voedsellandbouw.
Over enkele maanden beslist de EG of zij India, op haar verzoek, opnieuw vijf jaar zuivelhulp voor Operatie Vloed zal geven. Op grond van het voorgaande pleit de Landelijke India Werkgroep voor een afbouw van de EG-zuivelhulp aan India binnen twee jaar en de directe stopzetting van zowel de hulp voor de bevordering van babyvoeding en het Indiase kruisingsprogramma als de import van veevoer uit India door de EG. Dergelijke maatregelen zouden een aantal kwalijke aspecten van Operatie Vloed kunnen indammen. Het absurde is dat de EG momenteel juist de positieve elementen in de Operatie Vloed bedreigt met haar boteroverschotten. De EG wil namelijk - nog afgezien van eventuele verlenging van de zuivelhulp - buiten Operatie Vloed om, 50 100.000 ton oude boter(olie) aan India verkopen tegen zeer lage prijzen. De Indiase zuivelindustrie is bang dat als deze transactie (waarover momenteel wordt onderhandeld met de Indiase regering) doorgaat, de melkprijs voor de Indiase boeren drastisch zal dalen.
In India wijzen veel wetenschappers en organisaties op de negatieve effecten van de huidige Operatie Vloed-strategie.
Op basis van vooral die Indiase bronnen heeft de Landelijke India Werkgroep onlangs het boek "India als melkkoe van de EG" gepubliceerd en is zij met de actie "Melk India Niet Uit" gestart. Hopelijk zal deze actie ertoe bijdragen dat ook de armste helft van de Indiase bevolking zich in de verdere toekomst zal kunnen aansluiten bij het legioen van Joris Eenpinter.

Gerard Oonk is onderzoeksmedewerker in de Landelijke India Werkgroep




LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 11 augustus 2003