terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Landbouwmaand, maart 1986      

De schone schijn van Operatie Vloed

door:
Willem Jan Boot &
Gerard van Drooge

"Kritiek op Operatie Vloed niet terecht". Dat is de boodschap waarmee Joris Schouten en Maarten de Heer als voorzitter en sekretaris van het Landbouwschap terugkeerden uit India. Zij reisden mee in de delegatie van Claus en Beatrix om de Indiase markt te verkennen. Gezamenlijk lieten zij zich meetronen naar de deelstaat Gujarat, het paradepaardje van Operatie Vloed. De reaktie kon niet uitblijven. Nauwelijks gehinderd door al te veel kennis van de regionale verschillen in India roepen zij nu om het hardst hoe goed Operatie Vloed werkt. Het is verleidelijk hen te geloven. Per slot van rekening zijn zij er geweest.

India ontvangt al 15 jaar lang grote hoeveelheden zuivelhulp van de EG. Dit zuivelprogramma kreeg de veelzeggende naam Operatie Vloed. In al die jaren is ruim 300.000 ton mager melkpoeder en 120.000 ton boterolie naar India verscheept; bijna een kwart van de totale EG-zuivelhulp. Een ware vloedstroom.
Van de gratis verstrekte melkpoeder en boterolie wordt in India weer melk gemaakt. De melk wordt vervolgens in de grote steden verkocht. Uit de opbrengsten zijn onder andere zuivelfabrieken gebouwd.

Uit de grond stampen
De eerste fase van het 'Operatie Vloed-programma' liep van 1970 tot 1981. Het belangrijkste doel was om de 4 grote steden van India (New Delhi, Calcutta, Bombay en Madras) van melk te voorzien. Daarvoor probeerde men in de deelstaten rond de grote steden een netwerk van koöperaties op te richten. Dit ontwikkelingsmodel was afkomstig uit de deelstaat Gujarat. Daar bestaat al zo'n 40 jaar een koöperatieve zuivelsektor.
De tweede fase ging in 1978 van start. Operatie Vloed werd nu een nationaal zuivelontwikkelingsprogramma voor heel India. Het Operatie-Vloed-programma werd uitgebreid met een kruisingsprogramma van inheemse koeien met westerse rassen, met de bouw van mengvoederfabrieken, met veeverzorgingsdiensten e.d. In 22 deelstaten zou het programma moeten gaan lopen zodat India in 1985 zelfvoorzienend zou worden.

De schone schijn van Gujarat
Dat laatste is bij lange na niet bereikt. Het Operatie-Vloed-programma heeft er wel toe geleid dat de van oudsher al sterke koöperatieve zuivelsektor in de deelstaat Gujarat haar positie op de Indiase zuivelmarkt verder versterkt heeft. Binnen het Operatie-Vloed-programma levert deze deelstaat een derde van alle melk en produceert driekwart van de melkpoeder; een kwart van de Operatie-Vloed-fondsen kwam tot nu toe in Gujarat terecht.
De voorsprong van Gujarat in de zuivelontwikkeling is zo groot dat de overvloedige Operatie-Vloed-fondsen de positie van deze deelstaat steeds meer versterken tegenover de melkproducenten in andere delen van India.
Het is dan ook niet toevallig dat De Heer, Schouten, Claus, Beatrix en al die andere beroemdheden naar Gujarat gevoerd worden om het sukses van Operatie Vloed met eigen ogen te zien.

Littekens van de operatie
Buiten de deelstaat Gujarat zijn de problemen rond het Operatie-Vloed-programma veel zichtbaarder. Vrouwen doen van oudsher het overgrote deel van het werk als het gaat om het verzorgen van het vee, het melken en de verwerking van de melk tot boter. Door de industriële verwerking in de koöperaties gaat een groot deel van de vrouwelijke werkgelegenheid verloren. De melk wordt niet meer op het bedrijf verwerkt maar gaat direkt naar een inzamelingspunt en vandaar naar de fabriek.
Met het kruisingsprogramma probeert men de melkproduktie per koe te verhogen. Nu al is te voorzien dat met name de kleine melkveehouders hier geen profijt van zullen hebben. Want een kruiskoe blijft alleen goed produceren als ze vanaf de geboorte goed gevoerd worden. Kleine melkveehouders beschikken juist over te weinig grond om ook nog veevoer te verbouwen.

Aktie tegen Operatie Vloed
Mede naar aanleiding van de hierboven genoemde ontwikkelingen is de Landelijke India Werkgroep begonnen met een kampagne tegen de EG-zuivelhulp aan India. De EG moet haar zuivelhulp aan India stopzetten, omdat Operatie Vloed nauwelijks aan haar doelstelling voldoet. In 1985 zou India zelfvoorzienend moeten zijn. Het tegenoverstelde is gebeurd. De zuivelimporten zijn sinds het bestaan van Operatie Vloed alleen maar toegenomen, terwijl de melkproduktie nauwelijks steeg. De zuivelfabrieken in de grote steden verwerken liever melkpoeder en boterolie dan de verse melk. Dan kunnen ze de prijs voor de konsument laag houden. Daardoor is de melkprijs voor de producenten rond de steden Calcutta en New Delhi te laag om in melkvee te investeren.
De Indiase regering heeft inmiddels de EG opnieuw om 5 jaar zuivelhulp gevraagd voor Operatie Vloed. Kritiek op Operatie Vloed komt haar ongelegen. Uit angst voor de aktie van de Landelijke India Werkgroep kwam de Indiase ambassade in Brussel snel met een tegenoffensief. Leden van het Europese Parlement kregen een brochure toegestuurd waarin de Landelijke India Werkgroep beschuldigd wordt van het verdraaien van de feiten.
De Europese Kommissie ziet voortzetting van de zuivelhulp aan India wel zitten. Het is 'een ideale manier van ontwikkelingssamenwerking', vindt Cheysson, de kommissaris voor Ontwikkelingssamenwerking. In zijn ogen is Operatie Vloed een nette manier om van onze zuiveloverschotten af te komen.

Goede kansen voor ons land
In Den Haag houden de ministeries van Landbouw en van Ontwikkelingssamenwerking zich angstvallig op de vlakte. Voorlopig verschuilt men zich achter een evaluatie die de EG aan het maken is over Operatie Vloed. Toch heeft Eegje Schoo al laten doorschemeren dat zij wel brood ziet in het kruisingsprogramma. Zij wil geld beschikbaar stellen voor de aankoop van Nederlands stierenzaad en van diepvriesapparatuur van Philips. En daar zal Joris Schouten blij mee zijn want "er liggen goede kansen voor ons land in India, maar we zullen ze wel op de juiste manier moeten aanpakken".


Ingezonden brief

Landbouwmaand onvolledig over Operatie Vloed

In het vorige nummer van Landbouwmaand wordt informatie gegeven over Operatie Vloed in India. Daar hoort naar mijn mening nog wat bij. In de eerste plaats heeft de Landelijke India Werkgroep niet een campagne tegen verdere zuivelhulp gestart. De werkgroep heeft een analyse van de gegeven hulp gemaakt welke niet alleen maar negatief uitvalt. Op grond daarvan is een aantal voorwaarden gesteld voor verdere hulpverlening. Toen Joris Schouten en ik India bezochten, was het rapport van de werkgroep pas verschenen, en we hebben een en ander zoveel mogelijk getoetst bij onze gesprektspartners en aan de eigen ervaring die we in zo'n korte tijd konden opdoen.

Kritiek op dit omvangrijke project zal zeker mogelijk zijn. Naarmate men zijn eisen hoger stelt, zal de kritiek forser uitvallen. De vraag is of men bijvoorbeeld kan verwachten dat de hulp leidt tot zowel een hogere melkproduktie als tot een goedkope voorziening van melk voor de armsten in de steden. En hieraan kan nog worden toegevoegd een verbetering van de positie van kleine boeren en landloze arbeiders.

Kwetsbaar
Operatie Vloed heeft zich overigens zelf voor een veeleisende kritiek kwetsbaar gemaakt. Toen het Wereldvoedselprogramma met de hulp begon, werden al deze doelstellingen officieel nagestreefd. Zij zijn niet allemaal bereikt en dan is kritiek te verwachten. De vraag moet echter worden gesteld of het mogelijk is al deze wenselijkheden met één project te verwezenlijken. Volgens mij is dat niet mogelijk, in Nederland niet en ook in India niet.
Gezien door de bril van de directeur van de zuivelcoöperatie die het zuivelprogramma in hoofdzaak uitvoert, is het project van Indiase kant begonnen om te voorkomen dat de bestaande coöperatie door een massale melkpoedergift uit Europa zou worden weggevaagd. Vooral in de zomer wanneer in India de melkproduktie laag is en de consumptie het hoogst, is er behoefte aan melkpoeder en botervet om de melkproduktie aan te vullen. Het afzetten van EG-overschotten aan melkpoeder tegen weggeefprijzen zou het einde van het Indiase produktie- en distributiesysteem hebben betekend. Kurien, de directeur van de coöperatie, verzette zich daarom aanvankelijk fel tegen elke voedselhulp. Later is hij er mee accoord gegaan, toen n.l. twee voorwaarden werden vervuld: de melkpoeder zou door de Indiase coöperatie verkocht worden en de omvang van de hulp zou voor een aantal jaren constant zijn. De gelden die uit de verkoop van de melkpoeder afkomstig waren, werden tezamen met giften van de Wereldbank gebruikt voor de verdere ontwikkeling van de zuivelcoöperaties. Op het ogenblik wordt een kwart van India bestreken en is de melkproduktie sinds 1970 ruim vier maal zo groot geworden terwijl de behoefte aan melkpoeder niet meer voor 50 procent maar voor 20 procent uit invoer wordt gedekt.

Doelstelling
De activiteit van Operatie Vloed heeft zich door toedoen van de zuivelcoöperatie van Kurien geconcentreerd op de verhoging van produktie en verbetering van de afzet tegen kostendekkende prijzen. De vraag is of dit een voldoende rechtvaardiging is voor het geven van zuivelhulp. Aan de kant van de afzet is de sociale doelstelling niet ingevuld zij het dat de verkoopprijzen lager konden zijn dan zonder hulp het geval zou zijn. De sociale doelstelling zou beter bereikt zijn door het geven van consumentensubsidies; dit is overigens een kostbare zaak waardoor veel ontwikkelingslanden in grote problemen zijn gekomen. Aan de kant van de produktie heeft men zich geconcentreerd op de versterking van de coöperatie waarbij de doorbreking van het kastestelsel één van de te overwinnen obstakels is. Al onze gesprekspartners zagen de Operatie Vloed als een positieve ontwikkeling. Ook de vertegenwoordiger van de Indiase vakbond, R.L. Thakar, hoewel hij het personeelsbeleid van de coöperatie sterk bekritiseerde. Dit laatste heeft te maken met een staking van de zuivelarbeiders, welke werd gebroken doordat de boeren de werkzaamheden in de fabriek overnamen. Naar mijn mening is een dergelijk genuanceerd oordeel te prefereren boven een afwijzing waardoor een ontwikkeling van het platteland in India minder kansen zou krijgen.

Maarten de Heer

Naschrift
Niet zeuren. De melkproduktie is toegenomen in India. Dus zit het wel goed met de EG-zuivelhulp. Dat is in grote lijnen de opvatting van de sekretaris van het Landbouwschap.
Maar al te gemakkelijk laat De Heer andere doelstellingen van het Operatie Flood-pro-gramma buiten beschouwing, zoals een goedkope melkvoorziening voor de armsten in de steden of verbetering van de positie van kleine boeren en landlozen.
Wat werkelijk gebeurde is dat vooral in één provincie de melkproduktie fors toenam mede dankzij Operatie Vloed. En juist dat gebied is door De Heer en Schouten bezocht. Geen wonder dat zij onder de indruk zijn van 'de ontwikkeling van het platteland in India'. Het is alsof je door de Flevopolders rijdt en denkt dat de melkveehouderij in andere delen van Nederland of de EG de zelfde ontwikkeling doormaakt.


Ingezonden brief

Landbouwschap maakt Operatie Vloed te mooi

In de vorige Landbouwmaand geeft Maarten de Heer, algemeen sekretaris van het Landbouwschap, een aanvulling op het artikel "De schone schijn van Operatie Vloed" (Landbouwmaand, maart 1986). Graag wil ik daar kort op reageren.

De Heer heeft in letterlijke zin gelijk als hij zegt dat de Landelijke India Werkgroep (LIW) geen campagne tegen verdere zuivelhulp aan I ndia is gestart. Deze uitspraak kan echter verkeerd uitgelegd worden. De LIW is namelijk wel degelijk een campagne begonnen ('Melk India niet uit!'), waarin we bij de EG bepleiten de zuivel hulp aan India binnen enkele jaren af te bouwen en deze niet te misbruiken voor de bevordering van vaak schadelijke flesvoeding voor babies.
Momenteel heeft de zuivelhulp ook een drukkend effekt op de prijs van verse Indiase melk. Ook pleiten we voor het stopzetten van de import van Indiaas veevoer door de EG. India heeft namelijk een groot tekort aan veevoer. Met het nu geëxporteerde voer zou India ongeveer tien maal zoveel melk kunnen produceren als het nu van de zuivelhulp kan maken.
Tenslotte dringen wij er bij de EG en het Nederlandse Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking op aan om geen hulpgelden te gebruiken voor het kruisen van Indiase koeien met Westerse rassen. De gekruiste koeien zijn namelijk voor de kleine boer(inn)en duur en riskant. Ook verergeren ze het bestaande tekort aan veevoer en betaalbare trekkracht voor de landbouw (kruisossen hebben 50 procent meer voer nodig voor hetzelfde werk). Daarom bepleiten veel Indiase wetenschappers het verbeteren van lokale rassen.

De Heer gaat in zijn ingezonden brief op geen van deze hem bekende kritiekpunten en aanbevelingen in. Het is vooral opvallend dat hij geheel zwijgt over het grootscheepse kruisingsprogramma. Volgens Boer & Tuinder van 16-1-86 is het Landbouwschap namelijk van mening dat Nederland met K.I. en embryo-transplantatie een belangrijke bijdrage kan leveren aan veeverbetering in India. Daarom dringt het Schap er op aan om een dergelijk plan van Holland Artificial Insemination uit Gouda met ontwikkelingsgeld te financieren. Het Landbouwschap brengt echter geen argumenten naar voren die de ernstige bezwaren tegen het kruisingsprogramma in India weerleggen.

Operatie Vloed heeft zeker positieve kanten, zoals de Heer terecht stelt. Zijn bewering dat de melkproduktie in India sinds 1970 meer dan verviervoudigd zou zijn, is echter onjuist. Die stijging is ongeveer 75 procent en slechts voor een klein deel te danken aan Operatie Vloed. Volgens een recent EG-rapport is produktiviteitsstijging juist een van de zwakste kanten van het programma. Wél wordt steeds meer melk op het platteland ingezameld voor konsumptie in de steden en hebben de leden van de coöperaties daardoor een vast afzetkanaal gekregen.

De Heer vindt dat Operatie Vloed genuanceerd beoordeeld moet worden. Dat heeft de LIW in haar boek 'India als melkkoe van de EG' ook gedaan. Wij zijn niet tegen Operatie Vloed als geheel, maar vinden wél dat een aantal belangrijke aspekten van het programma, die nauw samenhangen met de rol van de EG, drastisch zouden moeten veranderen. Het is nog steeds niet duidelijk waar het Landbouwschap in dit opzicht, wellicht het kruisingsprogramma uitgezonderd, nu eigenlijk staat.

Gerard Oonk, medewerker Landelijke India Werkgroep





LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 13 augustus 2003