terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Boerderij, 21-5-1986      

EG-zuivelhulp aan India is omstreden

door:
Jeen Akkerman

Het zuivelproject "Operatie Vloed" is voor velen het schoolvoorbeeld van goede zuivelhulp. Nu India de EG om extra hulp vraagt omdat zelfvoorziening nog niet is bereikt, treden grote verschillen van inzicht aan de dag onder de deskundigen.

Het zuivelprogramma Operatie Vloed ging 15 jaar geleden in India van start. "In die tijd wilde de EG een grote hoeveelheid melkpoeder als zuivelhulp aan India leveren. Dr. V. Kurien kwam daartegen in het geweer", schetst drs. M. L. de Heer, secretaris van het Landbouwschap, de ontstaansgeschiedenis van dit project.
De Heer was enige tijd geleden in India tijdens het bezoek van koningin Beatrix en prins Claus aan dat land. "Kurien was in die tijd directeur van de zuivelcoöperatie in Anand, dat ligt in de deelstaat Gujarat", vervolgt De Heer. "Hij was bang dat de goedkope Europese zuivel de melkprijs voor zijn boeren zou verlagen. Hij wist de EG ertoe te bewegen om de zuivelhulp te gebruiken om Operatie Vloed van de grond te krijgen."
Prins Claus concludeerde na zijn bezoek aan het land dat de EG-zuivelhulp aan India een goed voorbeeld is van voedselhulp die dienstbaar is aan de economische ontwikkeling van het platteland.

Gratis melkpoeder en boterolie
Operatie Vloed komt er kortweg op neer dat de EG melkpoeder en boterolie gratis aan India levert. Ter plekke maken de Indiase zuivelfabrieken daar weer melk van die zij vooral in de grote steden verkopen. De opbrengst van deze melkverkoop gebruikt de Indiase nationale zuivel-ontwikkelingsraad (NDDB) om de coöperatieve zuivelontwikkeling te stimuleren. Deze raad sticht nieuwe coöperaties, zodat steeds meer Indiase boeren hun melk aan de fabriek kunnen leveren.

Tweeledig
"Het doel van Operatie Vloed is tweeledig", meent Eric Muller, een Deense ambtenaar bij de Europese Commissie in Brussel. Hij is belast met de evaluatie van het Operatie Vloed-programma. "Een constant aanbod van zuivelprodukten moet een stabiele vraag in de steden tot stand brengen. Daarnaast wil Operatie Vloed de prijs die de Indiase boeren voor hun melk krijgen omhoog brengen. Dan kunnen die boeren hun produktie uitbreiden", aldus Muller.

Dorpscoöperaties
Om meer melk beschikbaar te krijgen voor de stedelijke bevolking organiseerde de NDDB de boeren in zogenoemde dorpscoöperaties. Het systeem van de dorpscoöperatie werd afgekeken van de succesvolle coöperatie in Anand. De boeren leveren hun melk in bij een verzamelpunt in het dorp. Via koeltreinen vervoert de coöperatie een deel van de melk naar de stad. Dit melknetwerk verbindt vraag en aanbod van melk in heel India. In de stad komt de witte drank terecht in melkautomaten die in een winkel of gewoon langs de weg staan. Het overblijvende deel van de melkplas verwerkt de coöperatie tot onder andere melkpoeder, boterolie en babyvoeding.

Grote steden
In de beginjaren richtte Operatie Vloed zich met name op de melkvoorziening van de vier grote steden Delhi, Calcutta, Madras en Bombay.
Na 1975 werd het programma uitgebreid tot een groter deel van India. Ook kleinere steden kregen melk aangevoerd via de coöperaties. Dr. V. Kurien die inmiddels voorzitter is van de NDDB, legde onlangs tijdens een bezoek aan ons land uit dat deze opzet succesvol is. "Steeds meer boeren worden lid van onze coöperaties. De kracht van Operatie Vloed is dat de coöperaties in eigendom zijn bij de boeren", aldus Kurien.

Zelfvoorzienend
Het was 15 jaar geleden de bedoeling dat India op deze manier in 1985 zelfvoorzienend zou zijn voor zuivel. Om dat te bereiken stuurde de EG tussen 1970 en 1985 in totaal ongeveer 312.000 ton melkpoeder en 118.000 ton boterolie naar het land van de heilige koe. Daardoor groeide Operatie Vloed uit tot verreweg het grootste zuivelhulpproject van de EG. Bijna een kwart van alle zuivelhulp die de Gemeenschap ooit gaf, ging naar Operatie Vloed.
De doelstelling van het project, namelijk zelfvoorziening in 1985, is echter niet gehaald. De totale melkproduktie in India steeg wel flink, maar het land is nog steeds afhankelijk van zuivelhulp.
Piet Terhal, onderzoeker van de Erasmus Universiteit in Rotterdam, meent zelfs dat de zuivelhulp India structureel afhankelijk maakt van het buitenland. "Operatie Vloed heeft te snel te grote zuivelfabrieken opgezet. Daardoor kampen ze met grote seizoenstekorten, omdat de melkproduktie in India sterk schommelt gedurende het jaar. Ze zitten met de handen in het haar als er geen buitenlandse zuivelhulp of commerciële importen plaatsvinden", meent Terhal.
Ook een recente EG-notitie concludeert "dat het Operatie Vloed-systeem zelf in grote mate afhankelijk lijkt van de EG-voedselhulp".
Kurien wijst deze kritiek van de hand. "Wij hebben het aandeel van uitgevoerde melkpoeder in de melkvoorziening teruggebracht van 12 procent in 1976 tot nog maar een procent nu", reageert hij.

Kleine boeren
Volgens Terhal kan de zuivelontwikkeling in India beter worden gestimuleerd door projecten die beter aansluiten bij de situatie op het Indiase platteland. Dan kunnen ook de kleine boeren en landloze arbeiders ervan profiteren, meent hij. Volgens hem zijn het nu vooral de grote boeren die profiteren van Operatie Vloed.
Daarmee is de Landelijke India Werkgroep het eens. Eind 1985 startte deze Utrechtse werkgroep de actie "Melk India niet uit" met de publikatie van het boekje "India als melkkoe van de EG". Volgens de werkgroep heeft Operatie Vloed weliswaar positieve kanten - zo garanderen de coöperaties de boeren een afzet voor hun melk tegen een stabiele prijs - maar volgens de werkgroep blijven deze positieve effecten hoofdzakelijk beperkt tot de deelstaat Gujarat. In andere deelstaten verloopt de zuivelontwikkeling veel moeizamer.

Teleurstellend
De werkgroep vindt de resultaten van Operatie Vloed vooral teleurstellend omdat het niet de armen in India zijn die profiteren. Op het platteland plukken vooral de grote boeren de vruchten, terwijl in de stad alleen de beter gesitueerde consumenten de zuivelprodukten kunnen kopen.
Een van de oorspronkelijke doelen van Operatie Vloed was om de armen wel te laten profiteren van het project. Maar in 1981 concludeerde de wereldvoedselorganisatie FAO in een evaluatie: "Het doel van het project om een belangrijk effect te hebben op het eiwitverbruik van de stedelijke armen, werd stilzwijgend als onrealistisch opzij gezet."
Volgens Eric Muller is het echter nooit de bedoeling geweest van Operatie Vloed om de armsten in India te helpen.

Kruisingskoeien
Gekoppeld aan de coöperatieve zuivelverwerking vindt in India een kruisingsprogramma plaats met Westerse melkveerassen om de melkproduktie te verhogen. Ook dit programma moet het in de visie van de Landelijke India Werkgroep ontgelden. Volgens haar zijn kruisingskoeien slechter bestand tegen hitte en tropische ziekten. Daarbij komt dat de kruisingskoeien meer en beter voer nodig hebben. Daarom is het houden van kruisingskoeien zeker voor de kleine boeren met weinig land geen oplossing. Volgens Eric Muller is het kruisingsprogramma slechts op beperkte schaal uitgevoerd. "Dat is misschien maar goed ook, want de bestaande Indiase veerassen zijn beter geschikt voor de omstandigheden daar, vooral omdat ze weinig voer nodig hebben", vindt hij.
Ook Kurien is niet enthousiast over de kruisingskoeien. "Het kruisingsprogramma van de Indiase regering slaagt niet, omdat de kruisingskoe te zwak is voor de omstandigheden in ons land", meent de Indiase zuiveldirecteur.

Veevoerproject
De schaarste aan goed veevoer in grote delen van India hangt ook samen met de export van veevoergrondstoffen, onder andere naar de EG. Krachtvoer maakt maar een beperkt deel van de voeding van de Indiase zeboes en buffels uit, maar het is wel een belangrijk deel. De boeren voeren het vooral aan trekdieren "in bedrijf" en aan koeien en buffels in hun melkperiode.
India produceerde in 1981 ongeveer 21 miljoen ton krachtvoer. Jaarlijks voert het land 1,5 à twee miljoen ton hiervan uit. Een groot deel van de uitvoer bestaat uit sojakoeken die onder andere in Nederland terechtkomen.
De Landelijke India Werkgroep maakt bezwaar tegen deze gang van zaken. Volgens de werkgroep is het beter om de uitvoer van veevoer uit India stop te zetten, zodat het voer in India kan worden gebruikt om de melkproduktie te verhogen. Ook alle Indiase deskundigen zijn het er over eens dat de beschikbaarheid van goed en voldoende veevoer de eerste voorwaarde is om de melkproduktie omhoog te krijgen.

Voedselgewassen
De werkgroep maakt zich verder zorgen over het toenemende gebruik van landbouwgrond voor de teelt van sojabonen in de deelstaat Madhya Pradesh. Op die landbouwgrond verbouwen de boeren nu namelijk nog voedselgewassen voor menselijke consumptie. De werkgroep vreest verdringing door de sojateelt.
Ir. R. de Jong, wetenschappelijk projectmedewerker bij de vakgroep Tropische Veehouderij aan de Landbouwhogeschool in Wageningen, vindt ook dat het voor de ontwikkeling van de veehouderij in India beter is om het veevoer in het land zelf te gebruiken. "Maar er spelen andere belangen een rol. De handelaren hebben veel macht. Zij exporteren de veevoergrondstoffen om met het geld dat ze daaraan verdienen weer luxe produkten in te voeren", aldus De Jong, die zelf in India de situatie bestudeerde.
"Het is de vraag waar je de nadruk op moet leggen bij de ontwikkeling van een land. Dat moet India zelf beslissen, wij kunnen dat niet even voor hen uitmaken", voegt De Jong er aan toe.
Volgens Eric Muller is de export van veevoergrondstoffen uit India zo slecht nog niet. "Voor India als geheel kan de export van veevoer voordelig zijn, omdat die uitvoer hun tekort op de handelsbalans met de EG verlaagt. Dat kan voordeliger zijn dan het voer in de eigen koeien te stoppen", aldus Muller.

Stopzetten zuivelhulp
De Landelijke India Werkgroep vindt het totale resultaat van Operatie Vloed te mager om opnieuw zuivelhulp te verstrekken. Zij dringt er bij de EG dan ook op aan de zuivelhulp niet te verlengen en de veevoerimport uit India stop te zetten.
De werkgroep vindt het beter om de Indiase zuivelsector te steunen door gerichte subsidies aan kleine boeren en arme consumenten. "Dan komt zelfvoorziening in zuivelprodukten wellicht binnen bereik, zonder de produktie van basisvoedsel aan te tasten", besluit de groep haar actiemanifest.

Arrogant
De initiatiefnemer van Operatie Vloed, dr. Kurien, reageert furieus op deze kritiek. "Waarom leveren jullie kritiek op ons project in India?" vroeg hij zich onlangs af voor een gehoor van wetenschappers bij het Institute of Social Studies in Den Haag. "Onze melkproduktie is gestegen en we zijn onafhankelijker geworden van zuivelhulp. Dat ons zuivelproject de armoede in India niet opheft, betekent niet dat het project niet is geslaagd."
Om aan te tonen dat India nu onafhankelijker is van zuivelhulp bracht Kurien naar voren dat hij nu slechts de helft van de zuivelhulp vraagt die de EG de afgelopen jaren gaf. Over deze aanvraag beslist de EG in de komende maanden.




LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 13 augustus 2003