terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: NIO Kroniek 45, augustus/september 1986      

Kampagne 'Melk India Niet Uit'

Operatie Vloed wankelt

door:
Gerard Oonk

De omvangrijke zuivelhulp aan India werd door EG-kommissaris Claude Cheysson begin 1985 nog omschreven als 'een ideale manier van ontwikkelingssamenwerking'. Ook minister Schoo prees in haar EG-nota deze vorm van voedselhulp voor het Indiase 'Operatie Vloed'-programma, dat er op gericht is om een nationale koöperatieve zuivelindustrie op te bouwen.
In december 1985 ging de Landelijke India Werkgroep (LIW) echter met de kampagne 'Melk India Niet Uit' van start, waarin juist wordt gepleit voor afbouw van de zuivelhulp en stopzetting van de veevoerimporten uit India. Overtrokken kritiek van een landenkomitee of een serieuze poging om het te fraaie beeld en de veel minder fraaie werkelijkheid van de EG-voedselhulp aan India bij te stellen? In het onderstaande een schets van de voorlopige resultaten van de kampagne.


India krijgt al 15 jaar ongeveer een kwart van alle EG-zuivelhulp voor Operatie Vloed. Officiële doelstellingen waren ondermeer het inkomen van kleine melkveehoud(st)ers te verhogen en India in 1985 zelfvoorzienend in melk te maken. In feite konkurreert de EG-zuivelhulp, met name in het noorden en oosten van India, met de verse melk van Indiase koeien en is de Indiase afhankelijkheid van zuivelimporten toegenomen. Toch exporteert India - terwijl ter plekke een groot tekort is - veel hoogwaardig veevoer naar de EG, waaronder ook naar Nederland. Met dit veevoer zou India drie tot vijf keer zoveel melk kunnen produceren dan het nu via zuivelhulp krijgt. Dat gebeurt onder meer niet omdat zuivelhulp de Indiase melkprijs drukt en veevoerexport de prijs van krachtvoer doet stijgen. Voor Indiase melkproducenten wordt het daardoor onrendabel om hun vee beter te voeden. Het doorbreken van deze vicieuze cirkel van zuivelhulp en veevoerimporten staat daarom in de kampagne centraal.
Daarnaast wordt benadrukt dat ook de zuivelhulp die voor een 'afbouwperiode' nog aan India wordt gegeven, aan bepaalde voorwaarden zou moeten voldoen. Zo zou de zuivel hulp niet doorverkocht moeten worden aan bedrijven die de internationale en nationale Indiase kode ter bescherming van borstvoeding schenden. In het kader van Operatie Vloed wordt een deel van de opbrengst van de doorverkochte EG-zuivelhulp ook gebruikt voor een grootscheeps kruisingsprogramma van Indiase koeien met westerse melkveerassen. De LIW bepleit dat dit programma, waarvan een groter tekort aan veevoer, betaalbaar voedsel en dierlijke trekkracht voor de landbouw het gevolg zullen zijn, niet meer door de EG bekostigd mag worden. Ondanks het bovenstaande heeft Operatie Vloed zeker positieve kanten vergeleken met de manier waarop zuivelhulp vaak elders wordt gedumpt. In India wordt er een moderne zuivelindustrie mee opgebouwd, het werken in koöperatief verband is in principe een goede zaak en de producenten krijgen een relatief stabiele prijs voor hun melk. De oorspronkelijke hoofddoelstellingen om vooral de kleine melkproducenten, veelal vrouwen, en ook de arme stedelijke konsumenten van het projekt te laten profiteren, zijn echter niet gerealiseerd. In feite gaat dat profijt in de eerste plaats naar de grotere boeren en de rijkere konsumenten en veel minder naar de oorspronkelijke doelgroepen van kleine boeren en landloze arbeiders. Door de bouw van tientallen grote melkfabrieken is in de dorpen vooral vrouwelijke werkgelegenheid bij de boterproduktie en voeding voor kinderen (karnemelk) verloren gegaan. Stopzetting van de zuivelhulp voor Operatie Vloed remt wellicht het kapitaalintensieve karakter ervan, maar hoeft geen einde te maken aan een aantal goede kanten van dit Indiase zuivelprogramma.

Hevig debat
De kampagne 'Melk India Niet Uit' startte in december 1985 met de brede verspreiding van het gelijknamige aktiemanifest en de publikatie van het boek 'India als melkkoe van de EG'. In de media in India is al jaren een hevig debat gaande over Operatie Vloed en sociale wetenschappers hebben veel kritische artikelen in vaktijdschriften gepubliceerd. Ook de aktie van de LIW was aanleiding tot diverse publikaties, met name ook in de pers van de 'zuiveldeelstaat' Gujarat. De voorzitter van de National Dairy Development Board, de organisatie die Operatie Vloed uitvoert, reageerde furieus. Tijdens het recente staatsbezoek van koningin Beatrix en prins Claus, die ook een bezoek aan het centrum van de zuivelindustrie brachten, liet Dr. Kurien weten de kritiek op zijn programma absurd te vinden. Overigens zei hij twijfels te hebben of de nieuwe zuivelhulp wel gegeven zou worden 'gezien de omvangrijke propaganda tegen het projekt door bepaalde groepen in Nederland en West-Duitsland'. Prins Claus vond Operatie Vloed daarentegen 'een van de meest indrukwekkende dingen die hij tijdens zijn bezoek aan India had gezien.'
Diverse bij de zuivelsektor betrokken Indiase wetenschappers en organisaties lieten de LIW weten dat zij de aktie in grote lijnen steunen. Zo stuurde de Indiase sociologe Shanti George, die een boek over Operatie Vloed heeft geschreven, de EG een dokument met voorstellen voor veranderingen die zij in de komende fase van het programma nodig acht. Een brief van de LIW aan de EG-kommissarissen Andriessen (landbouw), Natali (hulp) en Cheysson (Noord-Zuid betrekkingen), leverde van de laatste namens alle drie een snelle en uitgebreide reaktie op. Hoewel Cheysson Operatie Vloed verdedigt als een 'suksesvol voorbeeld hoe voedselhulp konstruktief voor ontwikkeling gebruikt wordt', laat hij ook weten dat waarschijnlijk veranderingen nodig zijn bij de verlenging van het programma. Erg konkreet wordt hij niet, maar wel erkent hij dat een grootscheeps kruisfokprogramma in India niet wenselijk is.
Enkele maanden later (maart 1986) publiceert de Europese Commissie een tussenrapport over Operatie Vloed waarvan de toon nog steeds positief is, maar waarin ook een aantal zwakke kanten wordt erkend. De Commissie spreekt over 'ongenuanceerde lof en overdreven kritiek'. Zij erkent dat in 'sommige gevallen' de producentenprijs voor melk te laag is en dat zuivelhulp met lokale melk konkurreert omdat de fabrieken daar goedkoper melk van kunnen maken. Volgens de Commissie skoort 'Vloed' het laagst op melkproduktieverhoging en is er te veel geld gaan zitten in de 'hardware' sektor. Als wel zeer suksesvol ziet zij de sterk uitgebreide vermarkting van melk van het platteland naar de stad. Bij de presentatie van het rapport maakte Cheysson ook bekend dat over het Indiase verzoek om nieuwe meerjarige zuivelhulp pas een beslissing valt nadat het projekt in de zomer van 1986 uitgebreid is geëvalueerd. De praktijk van de laatste jaren dat Operatie Vloed, bovenop eerdere meerjarenafspraken, extra zuivel kreeg toegeschoven is daarmee tevens van de baan.

Resolutie
Ook andere EG-instellingen en NGO's in diverse Europese landen houden zich nu aktief met Operatie Vloed bezig. Dit jaar is onder andere de 'European Action Group on Operation Flood' gevormd. In april jongstleden heeft de Algemene Ledenvergadering van bij de EG geregistreerde NGO's, ongeveer 800 in totaal, een resolutie aangenomen waarvan de 14 aanbevelingen voor een groot deel aansluiten bij de voorstellen van de Europese Aktiegroep en de LIW. De kampagne voor een ander EG-voedselhulpbeleid ten aanzien van India heeft daardoor een zeer brede ondersteuning gekregen.
Ook in Nederland is de diskussie rond de zuivelhulp aan India goed van de grond gekomen. Naast publikaties in diverse bladen was het een van de thema's die in de aktieweek Honger Hoeft Niet centraal stonden. Ook diverse landbouworganisaties en -bladen tonen veel interesse. Zo is door het landbouwschap een speciale werkgroep opgericht om een standpunt voor te bereiden en heeft het door bijna alle Nederlandese agrariërs gelezen weekblad Boerderij de meningen over het onderwerp duidelijk geïnventariseerd.
De ministers Braks en Schoo hadden blijkbaar nogal wat moeite met een aantal kamervragen van de PPR over zuivelhulp aan India. Het duurde een half jaar voor de antwoorden er waren (tegenover de normale termijn van enkele weken), maar deze zijn desondanks zeer ontwijkend en deels feitelijk onjuist. Over één zaak waren de ministers wel duidelijk: 'Een voorstel van de Europese Commissie voor eventuele nieuwe zuivelhulp zal op de gebruikelijke wijze worden beoordeeld. Daarbij zullen de konsekwenties van een eventuele stopzetting van de EG-zuivelhulp aan India voor de internationale zuivel markt eveneens een rol spelen.' Zijn zij wellicht nu al bang dat de ontwikkelingsinhoudelijke argumenten straks onvoldoende zullen zijn voor voortzetting van de hulp?




LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 13 augustus 2003