terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Internationale Spectator, september 1986      

Zuivelhulp aan India onder de loep

door:
P. Terhal

G. Oonk, F. Rijnbout, T. de Vries (red.): India als melkkoe van de EG.
Utrecht: Landelijke India Werkgroep, 1985, 128 blz., ƒ 12,50.

Op het ogenblik dat de Europese Gemeenschap een beslissing moet nemen over het al of niet voortzetten van haar omvangrijke zuivelhulp aan India, heeft de Landelijke India Werkgroep een boekje opengedaan over deze zuivelhulp en in het bijzonder het programma, Operatie Vloed geheten, dat ermee ten uitvoer wordt gebracht.
'Operatie Vloed' is de naam van wat wel genoemd wordt het grootste zuivelontwikkelingsprogramma ter wereld. Gedeeltelijk gefinancierd uit Europese zuivelhulp en gedeeltelijk - in de tweede fase - ook met behulp van een lening van de Wereldbank, strekt het programma zich geografisch uit over geheel India, terwijl het in de tijd reeds een beloop heeft van ruim vijftien jaar. Het totale budget in de tweede fase (1978-1985) bedroeg ruim anderhalf miljard gulden.
Operatie Vloed wordt wel geprezen als een model voor goed gebruik van zuivelhulp voor ontwikkeling. Het beginsel is eenvoudig: de melkpoeder en boterolie, die als giften van de EG India bereiken, worden in de vorm van (gerecombineerde) melk in de stedelijke centra verkocht. De opbrengsten worden geïnvesteerd in de modernisering van de inheemse Indiase melkveehouderij, vooral via een coöperatief systeem van melkvee marketing. Dit systeem is gebaseerd op de succesvolle coöperatieve beweging in enkele districten van de Indiase deelstaat Gujarat. Het plaatsje Anand en de aldaar gevestigde coöperatieve melkfabriek zijn uitgegroeid tot een soort internationaal 'pelgrimsoord' van al degenen die overtuigd zijn van het ontwikkelingspotentieel van de zuivelsector in ontwikkelingslanden.
Deze internationale vermaardheid heeft het Anandmodel van zuivelcoöperaties vooral te danken aan de uiterst ambitieuze wijze waarop het als voorbeeld gepropageerd is voor de melkveehouderij in heel India. De propagandisten waren in dit geval de leiders van de Coöperatieve beweging in Gujarat, in het bijzonder dr. V. Kurien, die erin geslaagd is stapsgewijs het hele Indiase zuivelbeleid te beïnvloeden, daarbij gesteund door grootscheepse EG-zuivelhulp, die vanaf 1970 voor de uitvoering van Operatie Vloed ter beschikking werd gesteld.
Doel van Operatie Vloed is de melkproducerende gebieden op het platteland op grote schaal in staat te stellen melk te verkopen aan de steden. Daarvoor worden coöperaties opgericht, melkfabrieken gebouwd en transport- en distributiefaciliteiten geschapen. Voorts beoogt Operatie Vloed de produktie te stimuleren, vooral door kruising van Indiase koeien met Westers fokvee, betere veevoedervoorziening. veeartsenijkundige hulp enz. enz.
Operatie Vloed is zowel in India als in West-Europa tot een controversieel programma geworden, al is de officiële evaluatie door de autoriteiten aan beide zijden positief.
De Landelijke India Werkgroep heeft met deze publikatie een belangrijke kritische bijdrage geleverd aan het publieke debat over dit programma in Nederland en de EG. Uitstekend gedocumenteerd en met veel verwijzingen naar de overvloedige literatuur over Operatie Vloed is het boekje desalniettemin zeer goed leesbaar. Dit komt zeker ook door de vele goedgekozen foto's die de tekst verluchtigen.
De Landelijke India Werkgroep staat nogal kritisch t.a.v. de richting die Operatie Vloed geeft aan de ontwikkeling van de Indiase zuivelsector. De vorming van melkcoöperaties en zuivelbonden is natuurlijk op zich zelf een positieve zaak, maar - zo stelt de werkgroep - 'er zal veel meer aandacht besteed moeten worden aan het werkelijke democratisch funktioneren van de coöperaties en bonden'. Zoals zo vaak bij coöperatieve bewegingen gebeurt, profiteren nu vooral de rijkere veehouders van de coöperaties, terwijl het programma juist officieel aangeprezen wordt als middel om de armere boeren extra inkomen te laten verdienen. Het een sluit het ander niet helemaal uit, en - ook al kunnen landloze arbeiders bij gebrek aan voldoende veevoer zich nauwelijks een buffel of koe veroorloven - het valt niet te ontkennen dat via de melkverkopen in het kader van Operatie Vloed een inkomensoverdracht plaatsvindt van de stedelijke middenklasse naar relatief arme melkproducenten op het platteland.
De belangrijkste kritiek van de Landelijke India Werkgroep richt zich op het 'onaangepast' zijn van een aantal aspecten van Operatie Vloed aan de Indiase situatie. Dit betreft vooral het kapitaal-intensieve karakter van de infrastructuur die voor de melkvermarkting in het leven is geroepen (tegen de achtergrond van de Indiase werkgelegenheidsproblematiek); de sterke nadruk op kruisveredeling met uitheems fokvee (terwijl de Indiase buffel een beter geschikt melkdier lijkt); en de gevaren die een eenzijdige stimulering van de melkveehouderij oplevert voor de voedselsituatie (gegeven de schaarste aan bouwland en trekkracht in India).

De werkgroep citeert met instemming de Indiase sociologe Shanti George. Na een uitgebreide studie hekelt deze de te 'Westerse' conceptie achter het Operatie-Vloed-model in een paper met als titel de retorische vraag: 'Operation Flood. Why a White revolution in a brown country?'
De Landelijke India Werkgroep is actie-georiënteerd. Vier concrete punten worden aangegeven in een actiemanifest aan het eind van het boekje. Deze punten zijn: stopzetting van de zuivelhulp voor Operatie Vloed binnen uiterlijk twee jaren; geen zuivelhulp voor flesvoeding; geen hulp voor de 'westerse kruiskoe' in India; stop veevoederimport uit India.
Deze actiepunten worden uitgebreid toegelicht; ze beogen de kritiek die men op Operatie Vloed kan uitoefenen te concretiseren. Niettemin is er een zekere discrepantie tussen de (terechte) kritiek op de structueel-eenzijdige wijze waarop Operatie Vloed de Indiase zuivelsector wenst te ontwikkelen, en de vier actiepunten. Zowel door de titel als door de ondertitel van het boekje ('De vicieuze cirkel van zuivelhulp en veevoedcrimporten tussen India en de Europese Gemeenschap') komt de nadruk sterk te vallen op het vierde actiepunt. Dat punt betreft echter niet de kern van het Operatie-Vloed-programma, maar veeleer de uitwassen van het Europese landbouwbeleid. Operatie Vloed - zelf mede mogelijk gemaakt door dit landbouwbeleid - is niet in staat gebleken de Indiase veevoederexporten af te remmen.
Intussen is zelfs de vraag gewettigd in hoeverre afremming of stopzetting van deze exporten wenselijk is. De exporten leveren buitenlandse deviezen op, mede doordat zij de inheemse Indiase produktie van oliehoudende zaden stimuleren en zodoende de invoer van plantaardige oliën terugdringen. Dit aspect komt niet in het boekje aan de orde.
Het vierde actiepunt is daardoor iets minder overtuigend dan de drie andere. Verder lijkt iets te weinig aandacht in het boekje te zijn ingeruimd voor de betrekkelijk gunstige wijze waarop Operatie Vloed zich onderscheidt van talloze andere voedselhulpprojecten.
Alles bij elkaar is deze uitgave een opmerkelijke prestatie, waar duidelijk veel werk in gestoken is. Mede door de levendige beschrijving van vele concrete voorbeelden is het een geslaagde poging een complex Indiaas onlwikkelingsprogramma echt 'dichterbij' te brengen.

Drs. P. Terhal is als ontwikkelingseconoom verbonden
aan het Centrum voor Ontwikkelingsprogrammering van de Erasmus Universiteit Rotterdam.




LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 13 augustus 2003